Biologisch
gesproken is het lichaam een spirituele, psychische en sociale uitspraak. Het is
duidelijk persoonlijk maar kan niet verborgen blijven, voor zover het – in
gangbare taal uitgedrukt – ‘’ is waar jij bent”.
Het
individuele lichaam is wat het is, omdat het bestaat binnen een verband met
andere gelijksoortige lichamen. Daarmee bedoel ik dat een bepaald lichaam van nu
een biologisch verleden van gelijksoortige wezens vooronderstelt. Het
vooronderstelt tijdgenoten. Wanneer een volwassen menselijk wezen bijvoorbeeld
zou worden waargenomen door een vreemdeling van een andere wereld, zouden
bepaalde feiten blijken. Zelfs al kwam zo’n vreemdeling maar een enkel lid van
jullie menselijk soort tegen in een onbewoond gebied, dan zou hij bepaalde
veronderstellingen kunnen maken uit de gestalte en het gedrag van het individu.
Als de
‘aardebewoner’ zou spreken, zou de vreemdeling meteen weten dat jullie
communicerende schepselen zijn; in de stemgeluiden zou hij patronen herkennen
die ergens op doelen. In een of andere mate gebruiken alle schepselen een
taal, wat een veel uitgestrekter sociobiologisch verband inhoudt dan
gewoonlijk wordt verondersteld. Als hij het al niet wist, zou de vreemdeling uit
de gestalte van de aardebewoner de grootte van de verschillende elementen op
jullie planeet kunnen afleiden. Tot dat vermoeden kan hij komen op grond van
jullie manieren van voortbewegen, jullie hulpmiddelen en de aard van je fysieke
verschijning.
Terwijl
ieder individu bij zijn geboorte persoonlijk ter wereld komt, vertegenwoordigt
iedere geboorte ook letterlijk een inspanning – en wel een zegevierende –
van de kant van ieder lid van iedere soort, want de uitgewogen
levensbalans vereist voor iedere geboorte de juiste voorwaarden die geen
soort in haar eentje kan garanderen, zelfs niet voor de eigen soort. Het graan
moet groeien. De dieren moeten zich vermenigvuldigen. De planten moeten hun werk
doen. Daar heerst wat wij fotosynthese noemen.
De
seizoenen moeten enigszins stabiel zijn. Er moet regen vallen, maar niet al te
veel. Er moeten stormen zijn, maar niet al te verwoestend. Achter dit alles ligt
een biologische en psychische samenwerking. Dit zou allemaal door onze
hypothetische vreemdeling opgemerkt kunnen worden bij het zien van slechts een
menselijk individu. Later komen we nog op die vreemdeling terug.
De cellen
hebben ‘maatschappelijke’ eigenschappen. Ze hebben de neiging zich met
andere cellen te verenigen. Ze communiceren op natuurlijke wijze. Ze willen
krachtens hun natuur bewegen. Door die bewering personifieer ik de cel niet,
want het verlangen tot communicatie en beweging behoort niet alleen aan de mens
en het dier toe. Het verlangen van de mens naar andere werelden te reizen, is op
zijn manier even natuurlijk als de aandrang van de plant haar bladeren naar de
zon te keren.
De fysieke
wereld van de mensen met al haar beschavingen en culturele aspecten, zelfs met
haar technologieën en wetenschappen, vertegenwoordigt eigenlijk de aangeboren
drang van het mensdom tot communiceren, zich te uiten, te scheppen en de
aangevoelde innerlijke werkelijkheid te objectiveren. Het strengste privé-leven
dat je je kunt voorstellen is een zeer sociale zaak. De meest afgezonderde
kluizenaar is steeds afhankelijk van de biologische gemeenschap van niet alleen
zijn eigen lichaamscellen, maar ook van de natuur met al haar schepselen. Het
lichaam is dus, hoe persoonlijk ook, een openbare, maatschappelijke, biologische
uitspraak. Een gesproken zin heeft
in iedere taal een bepaalde structuur. Die vooronderstelt een mond en een tong,
de nodige soort lichamelijke ordening, een verstand, een bepaald soort wereld
waarin klanken een betekenis hebben en een welomschreven praktische kennis van
de aard van klanken, de combinatie van hun patronen, het gebruik van herhalingen
en kennis van het zenuwstelsel. Weinig lezers bezitten zo’n kennis en toch
spreekt de meerderheid heel goed.
Daarom
lijkt het er op de een of andere manier zeker op dat je lichaam een soort
pragmatische informatie bezit en ernaar handelt. Je kunt bijna ieder begrip dat
je hebt in vocale termen uitdrukken, zelfs als heb je nauwelijks enig begrip van
de manier waarop je eigen spraak tot stand komt.
Het lichaam
is vervolgens op handelen ingesteld. Het is pragmatisch praktisch en wil bovenal
onderzoeken en communiceren. Communicatie houdt een maatschappelijke natuur in.
Binnen het lichaam is alles ingebouwd wat nodig is voor zijn eigen verdediging.
Het lichaam zelf tart het kind te praten, te kruipen en te lopen om zijn
vriendjes op te zoeken. Door de biologische communicatie worden de cellen van
het kind bewust gemaakt van hun fysieke milieu, de temperatuur, de luchtdruk, de
weersgesteldheid en de voedselvoorraden; het lichaam reageert daarop en past
zich razendsnel aan.
Er bestaat
in de wereld op cellulair niveau een soort wisselwerking, waarbij de geboorte en
de dood van een cel aan alle andere cellen bekend is en waarbij de dood van een
kikvors en een ster even zwaar wegen. Maar op jullie activiteitsniveau
vormen jullie gedachten, gevoelens en voornemens, hoe persoonlijk ook, een deel
van het innerlijke communicatiemilieu. Dat innerlijke milieu is even
noodzakelijk en belangrijk voor het welzijn van het mensdom als het fysieke
milieu. Het vertegenwoordigt het psychisch magazijn van het potentieel. Wanneer
er een aardbeving is in een ander werelddeel, wordt de landmassa in jullie land
op de een of andere manier beïnvloed. Wanneer er psychische aardbevingen
zijn in andere werelddelen, worden jullie ook beïnvloed; gewoonlijk in dezelfde
mate.
Evenzo: als
een deel van je lichaam verwond wordt, voelen de andere delen de uitwerking van
de wond. Een aardbeving kan een ramp zijn voor het gebied waar het plaatsvindt,
zelfs al worden daardoor onevenwichtigheden gecorrigeerd en wordt het leven op
de planeet bevorderd. In de onmiddellijke omgeving van een aardbeving worden
meteen hulpacties op touw gezet en vanuit andere landen wordt hulp gezonden. Als
een stuk van het lichaam ‘uitbarst’ worden er plaatselijk ook
noodmaatregelen getroffen en wordt vanuit andere lichaamsdelen hulp gezonden
naar het getroffen deel.
De fysieke
uitbarsting is echter ook een deel van de lichaamsverdediging die het
lichaamsevenwicht verzekert, al lijkt het een ramp voor het zieke deel. Een
ziekte vertegenwoordigt daarom biologisch, het gehele
verdedigingsstelsel van het lichaam dat aan het werk is.
Ik probeer
dit zo eenvoudig mogelijk te stellen: zonder enige ziekte zou het lichaam niet
in stand kunnen blijven. Even wachten … Het lichaam moet allereerst in een
staat van voortdurende verandering zijn; het moet zo snel beslissen dat jij het
niet kunt volgen: hormonenniveau aanpassen, het evenwicht tussen al zijn
stelsels bewaren, niet alleen met betrekking tot zichzelf – het lichaam –
maar ook tot een omgeving die zelf ook voortdurend verandert. Op biologisch
niveau produceert het lichaam vaak zijn eigen ‘preventieve’ medicijnen of
‘inentingen’ door bijvoorbeeld nieuwe of vreemde stoffen in zijn omgeving op
te sporen die te danken zijn aan de natuur, de wetenschap of de technologie. Het
assimileert die stoffen in kleine doses, maakt dan een ‘ziekte’ door die –
als er niets aan gedaan wordt – snel verdwijnt wanneer het lichaam daarvan
opneemt wat het kan of een ‘schijnbare invaller’ opneemt in zijn
gemeenschap.
Zo iemand
voelt zich dan misschien niet lekker, maar op die manier assimileert en gebruikt
het lichaam stoffen die men anders lichaamsvreemd noemt. Het immuniseert
zichzelf door zulke methoden. Het lichaam leeft echter samen met en moet
rekening houden met de geest. De geest produceert een innerlijk milieu van
begrippen. De lichaamscellen proberen niet de culturele wereld te begrijpen. Zij
vertrouwen daarom op jouw interpretatie van het bestaan van bedreigingen van
niet-biologische aard. Dus zij hangen van jullie beoordelingen af.
Als die
beoordeling overeenkomt met de biologische, heb je een soepele relatie met het
lichaam. Het kan dan vlug en duidelijk reageren. Als je een bedreiging of een
gevaar voelt waar het lichaam geen biologische overeenstemming voor vindt, zelfs
als het fysiek de omgeving aftast door middel van cellulaire communicatie, dan
moet het op jouw oordeel vertrouwen en reageren op gevaarlijke omstandigheden.
Het lichaam reageert daarom in bepaalde mate zowel op denkbeeldige gevaren als
op gevaren die inderdaad biologisch bestaan. Zijn verdedigingsstelsel wordt
dientengevolge vaak overspannen.
Het lichaam
is er dus heel goed voor uitgerust om zijn fysieke houding in de stoffelijke
wereld te bepalen en in dat opzicht zijn zijn verdedigingsstelsels onfeilbaar.
Je bewust verstand bestuurt echter je waarnemingen in de wereld, interpreteert
die waarnemingen en rangschikt ze in mentale patronen. Nogmaals: het lichaam
moet zich op die interpretaties verlaten. De biologische basis van alle leven is
een liefdevolle, goddelijke en coöperatieve basis. Deze vooronderstelt een
veilige fysieke opstelling waar ieder lid van ieder soort zich daadwerkelijk
vrij voelt om aan zijn behoeften te voldoen en met anderen van zijn soort te
communiceren.
Even
wachten … Tegenwoordig gelooft men dat dieren geen verbeelding hebben, maar
dat is een misvatting. Zij lopen vooruit op het paren voordat de tijd daarvoor
rijp is. Allemaal leren zij door ondervinding. Ondanks al jullie
opvattingen daarover is leren onmogelijk zonder op enig niveau verbeelding te
hebben.
In jullie
bewoordingen is de verbeelding van dieren begrensd. Hun verbeelding is echter
niet beperkt tot alleen de elementen van vroegere ervaringen. Zij kunnen zich
gebeurtenissen verbeelden die hun nooit overkomen zijn. De vermogens van de mens
zijn wel in dit opzicht veel ingewikkelder, want in zijn verbeelding werkt hij
met mogelijkheden. Hij kan met een fysiek lichaam in iedere tijdsperiode
anticiperen en een oneindig groter aantal gebeurtenissen oproepen, waarbij hij
ieder voorval mogelijk maakt totdat hij het activeert. Het lichaam dat
beantwoordt aan zijn gedachten, gevoelens en overtuigingen, heeft daarom met
veel meer informatie te maken en moet een duidelijk terrein hebben waarop
beknopte actie mogelijk is.
Het
afweerstelsel van het lichaam werkt automatisch en toch is het in zekere zin
meer een secundair dan een primair stelsel, dat alleen als zodanig in
beweging komt als het lichaam bedreigd wordt. Het voornaamste doel van het
lichaam is niet alleen het overleven, maar ook het bewaren van de kwaliteit van
het bestaan op bepaalde niveaus en die kwaliteit zelf bevordert de gezondheid en
het verwezenlijken van de eigenwaarde. Een duidelijk echt biologische angst
alarmeert het lichaam en laat het volledig en natuurlijk reageren. Je zou
bijvoorbeeld eens een straat kunnen oversteken terwijl je de krantenkoppen
leest. Lang voordat je je omstandigheden bewust bent, kan je lichaam wegspringen
voor een naderende auto. Het lichaam doet wat het moet doen. Alhoewel je op
bewust niveau niet bang bent, was er biologisch wel degelijk een angst waarop
gereageerd werd.
Wanneer je
echter mentaal in een omgeving van algemene vrees leeft, wordt aan het lichaam
geen duidelijke gedragslijn gegeven en kan het ook niet passend antwoorden.
Bekijk het eens zo: in een of ander oerwoud reageert een dier op een bepaalde
manier en dan hoeft het niet eens een wild dier te zijn; ook een hond of een kat
doet het. Het is op zijn hoede voor alles in zijn omgeving. Een kat verwacht
echter geen gevaar van een kettinghond vier straten verder en maakt zich ook
geen zorgen over wat er zou gebeuren als die hond zou ontsnappen en het veilige
plekje van die kat zou vinden.
Veel mensen
echter besteden niet veel aandacht aan alles in hun omgeving, maar concentreren
zich door hun overtuigingen alleen op de ‘woeste hond van vier straten
verder’. Dit betekent dat ze niet reageren op wat fysiek aanwezig of
waarneembaar is in ruimte en tijd, maar daarentegen stilstaan bij bedreigingen
die al of niet bestaan; en tegelijk negeren ze andere informatie die er wel
degelijk is en vlak in de buurt.
De geest
signaleert een dreiging, maar dan een die nergens fysiek aanwezig is zodat het
lichaam niet duidelijk kan reageren. Daarom reageert het op een pseudo-dreiging;
het zit dan als het ware tussen versnellingen in. Dat heeft biologische
verwarring ten gevolge. De reacties van het lichaam moeten specifiek zijn.
Het
algehele gevoel van gezondheid, vitaliteit en veerkracht is een toestand van
tevredenheid, die echter teweeggebracht wordt door een veelheid van specifieke
reacties. Als je het lichaam laat begaan, kan het zichzelf verdedigen tegen
iedere ziekte, maar het kan zich niet passend verdedigen tegen een overdreven
algemene vrees die iemand voor ziekten kan hebben. Het moet je eigen gevoelens
en beoordelingen weerspiegelen. Nu is het gewoonlijk zo dat al jullie medische
stelsels letterlijk evenveel ziekten voortbrengen als genezen, want
jullie worden overal achtervolgd door de symptomen van verschillende ziekten en
vervuld van angst, overweldigd door wat de vatbaarheid van het lichaam voor
ziekten schijnt. Nergens wordt ooit de nadruk gelegd op de vitaliteit en het
natuurlijk afweerstelsel van het lichaam.
Een
persoonlijke ziekte bestaat vervolgens ook in maatschappelijk verband. Dat
verband is het gevolg van persoonlijke en massale overtuigingen die op alle
culturele niveaus onderling verweven zijn en dus in die zin de persoonlijke en
openbare doeleinden dienen.
De ziekten
die over het algemeen worden toegeschreven aan verschillende leeftijdsgroepen
zijn hierin betrokken. De ziekten van oudere mensen passen in jullie
maatschappelijke en culturele overtuigingen, de structuur van jullie
familieleven. Oude dieren hebben hun eigen waardigheid en die zouden oude mannen
en vrouwen ook moeten hebben. Seniliteit is een mentale en fysieke epidemie, een
onnodige. Je wordt er door ‘aangetast’ omdat je als je jong bent
ervan overtuigd raakt dat oude mensen niets kunnen. Er zijn geen inentingen
tegen overtuigingen, dus als jonge mensen met zulke overtuigingen oud worden,
worden ze er het ‘slachtoffer’ van.
De soorten
ziekten veranderen met de tijden. Sommigen komen in de mode en andere
verdwijnen. Alle epidemieën zijn echter massale uitspraken, zowel biologisch
als psychisch. Ze verwijzen naar overtuigingen bij de massa die bepaalde
lichamelijke gesteldheden hebben teweeggebracht die op alle niveaus afschuwelijk
zijn. Ze gaan vaak samen met oorlogen en vertegenwoordigen biologische
protesten.
Als de
levensomstandigheden zodanig zijn dat de kwaliteit wordt bedreigd, komt er
zo’n massale uitspraak. De kwaliteit van het leven moet op een bepaald niveau
staan, zodat de individuen van een soort – van ieder soort en van alle soorten
– zich kunnen ontwikkelen. In jullie menselijk soort voegen de spirituele,
mentale en psychische vermogens er een dimensie aan toe die er biologisch bij
past.
Men moet
bijvoorbeeld gewoon de vrijheid hebben ideeën en individuele talenten tot
uitdrukking te brengen en een wereldwijd maatschappelijk en politiek verband
waarin iedereen zijn of haar vermogens kan ontwikkelen en kan bijdragen aan het
mensdom als geheel. Zo’n klimaat hangt echter af van ideeën die niet over de
gehele wereld worden aanvaard en toch is het mensdom zo gevormd dat het
biologisch belang van ideeën niet sterk genoeg kan worden benadrukt.
De
kwaliteit van jullie leven wordt meer en meer gevormd door de subjectieve
werkelijkheid van je gevoelens en mentale constructies. Nogmaals, overtuigingen
die wanhoop koesteren zijn biologisch verwoestend. Zij zorgen ervoor dat het
fysieke lichaam zich erbij neerlegt.
Wanneer
massale acties tegen verschrikkelijke maatschappelijke of politieke toestanden
niets uithalen, worden er andere maatregelen genomen. Die komen vaak in de
gedaante van een epidemie of van natuurrampen. De ellende wordt op de een of
andere manier weggevaagd. Die toestanden zijn het resultaat van
overtuigingen. Deze zijn mentaal en dus moet het vitaalste werk op dát gebied
worden gedaan.
Einde van
de cessie.
In die
omgeving bestaat een coöperatieve gemeenschapszin van biologische aard die door
dieren op hun manier wordt begrepen en door kinderen van jullie zonder meer
wordt aangenomen. De middelen daartoe zijn er, zodat aan de behoeften van het
individu kan worden voldaan. Het inwilligen van die behoeften bevordert de
ontwikkeling van het individu, van zijn soort en bijgevolg van alle anderen in
het weefsel van de natuur.
Overleven
is natuurlijk belangrijk, maar is niet het eerste doel van een soort. Het
is dus geen noodzakelijk middel waardoor een soort haar hoofddoel kan bereiken.
Natuurlijk moet een soort daarvoor ook overleven, maar ze zal de overleving met
opzet vermijden als de omstandigheden in de praktijk niet gunstig zijn om de kwaliteit
van het leven of het bestaan, die als fundamenteel wordt beschouwd, te
handhaven.
Voelt ze
een soort van gemis aan die kwaliteit, dan kan ze op de een of andere manier
haar nakomelingen vernietigen, niet omdat ze anders niet zouden overleven, maar
omdat de kwaliteit van dat overleven bijvoorbeeld een groot lijden teweeg zou
brengen en de aard van het leven zo zou vervormen dat het bijna een
aanfluiting lijkt. Ieder soort zoekt naar de ontwikkeling van haar vermogens en
capaciteiten in een ander waarin veiligheid een middel is voor het handelen. In
dat verband is gevaar onder bepaalde omstandigheden duidelijk bekend bij de
dieren, duidelijk bepaald. Zowel de prooi als de jager zijn bijvoorbeeld bekend.
Maar zelfs de natuurlijke prooi van een ander dier vreest de ‘jager’ niet
als deze een volle maag heeft en de jager valt dan ook niet aan.
Er zijn ook
emotionele wisselwerkingen en biologische mechanismen bij dieren die jullie
volledig ontgaan. De dieren die door andere dieren als natuurlijke prooi geveld
worden, ‘begrijpen’ hun aandeel in de natuur. Zij lopen echter niet op de
dood vooruit voordat zij plaatsvindt. De fatale daad stuwt het bewustzijn uit
het lichaam, zodat zij in die zin barmhartig is.
Tijdens hun
leven genieten dieren van de natuurlijke staat van hun kracht en aanvaarden ze
hun waarde. Zij regelen hun eigen geboorte en sterven. De kwaliteit van hun
leven is zodanig dat hun vermogens worden uitgedaagd. Zij houden van contrasten
tussen rust en beweging, hitte en kou en zijn direct in contact met
natuurverschijnselen, wat hun ervaringen intenser maakt. Als het nodig is zullen
ze verhuizen om gunstiger omstandigheden te zoeken. Zij zijn zich de komende
natuurrampen gewaar en zullen, indien mogelijk, die gebieden verlaten. Zij
beschermen hun eigen soort en voor zover de omstandigheden het toelaten, zorgen
ze voor hun eigen gewonden. Zelfs in gevechten tussen jonge en oude mannetjes
over de leiding van een kudde, wordt de verliezer onder natuurlijke
omstandigheden zelden gedood. Gevaren zijn duidelijk en scherp omlijnd, zodat de
lichamelijke reacties beknopt kunnen zijn.
Het dier
weet dat het recht heeft op het bestaan en op een plaats in de natuur. Dat
gevoel van biologische heelheid steunt hem.
De mens
heeft echter met meer zaken te maken. Hij moet werken met overtuigingen en
gevoelens die vaak zo dubbelzinnig zijn dat het onmogelijk lijkt een duidelijke
gedragslijn uit te stippelen. Het lichaam weet vaak niet hoe het moet reageren.
Als je bijvoorbeeld gelooft dat het lichaam zondig is, kun je niet verwachten
gelukkig te zijn en waarschijnlijk ben je ook niet gezond, want je sombere
overtuigingen zullen je ingeboren psychologische en biologische heelheid
bezoedelen.
Het mensdom
is in een overgangsperiode, een van de vele. Deze periode is, over het algemeen
gesproken, begonnen toen de soort probeerde zich los te maken van de natuur
teneinde het unieke soort bewustzijn te ontwikkelen dat jullie nu eigen is. Dat
bewustzijn is echter geen eindproduct; het is de bedoeling dat het verandert,
evolueert en zich ontwikkelt. In de loop van de tijd zijn bepaalde kunstmatige
indelingen gemaakt, die nu afgeschaft moeten worden.
Jullie
moeten als verstandiger schepsels terugkeren naar de natuur die jullie heeft
voortgebracht, niet alleen als liefdevolle beheerders maar als partners van de
andere soorten op aarde. Je moet de spiritualiteit van je biologische erfenis
ontdekken. Het merendeel van de aanvaarde overtuigingen – religieuze,
wetenschappelijke en culturele – heeft een te grote nadruk gelegd op een
gevoel van onmacht, machteloosheid en dreigende ondergang, een beeld waarin de
mens en zijn wereld toevallig voortbrengselen zijn van weinig betekenis, geïsoleerd
en toch schijnbaar geregeerd door een grillige God. Men beschouwt het leven als
een ‘tranendal’, bijna als een infectie waar de ziel alleen maar van kan
genezen door te sterven. Religieuze, wetenschappelijke, medische en culturele
bekendmakingen leggen de nadruk op het bestaan van gevaren. Ze kleineren het
doel van het mensdom of van de individuele mens, of ze zien de mensheid als het
enige excentrieke, half krankzinnige lid van een overigens ordelijk natuurrijk.
De verschillende denkstelsels houden er een of meer van de bovengenoemde
opvattingen op na. Die doen echter allemaal het individuele biologische gevoel
van heelheid geweld aan, versterken ideeën van gevaar en versmallen het
psychologisch gebied van veiligheid dat nodig is om de kwaliteit die in
het leven mogelijk is, in stand te houden. De lichamelijke afweerstelsels worden
meer of minder in de war gebracht.
Ik heb niet
de bedoeling een verhandeling te houden over de biologische lichaamsstructuren
en hun onderlinge wisselwerking; ik wil daaromtrent alleen maar informatie geven
die tegenwoordig weinig bekend is. Ik bekommer mij meer over fundamenteler
kwesties. Het afweerstelsel van het lichaam zal het zelf wel opknappen als het
daar de gelegenheid voor krijgt en als je psychologische lucht wordt gezuiverd
van de ware ‘dragers’ van ziekten.
Terwijl ik
in dit boek zal wijzen op een paar ongelukkige terreinen van persoonlijke en
massale ervaring, zal ik ook een paar suggesties doen voor effectieve
oplossingen.
Je krijgt datgene waarop jij
je concentreert. Je mentale beelden brengen
hun eigen verwezenlijking tot stand.
Dit zijn
oude zegswijzen, maar je moet daarbij in aanmerking nemen hoe jullie
massacommunicatiesysteem zowel de positieve als de negatieve uitkomsten
versterkt.
Misschien
leg ik wel even de nadruk op de manieren waarop jullie individueel en als
beschaving je eigen gevoelens van veiligheid hebben ondermijnd, maar ik zal
jullie toch ook methoden geven om die noodzakelijke gevoelens van biologische
heelheid en spiritueel inzicht te versterken. Daarmee kun je je spirituele en
fysieke bestaan enorm uitbreiden.
Jullie
overtuigingen hebben gevoelens van nietswaardigheid voortgebracht. Door je
kunstmatig af te scheiden van de natuur kun je haar niet meer vertrouwen en zie
je haar vaak als tegenstander. Jullie godsdiensten stonden de mens wel een ziel
toe, maar ontkenden die in andere soorten. Jullie lichaam werd toen verwezen
naar de natuur en jullie ziel naar God, die vlekkeloos los stond van zijn
schepselen.
Jullie
wetenschappelijke overtuigingen zeggen dat jullie wereld toevallig is ontstaan.
Jullie religies zeggen dat de mens zondig is: het lichaam is niet te vertrouwen
en de zintuigen kunnen je op het verkeerde spoor brengen. In deze doolhof van
overtuigingen heb je grotendeels je gevoel van eigenwaarde en levensdoel
verloren. Men wekt een algemene vrees en achterdocht op; het leven wordt maar al
te vaak ontdaan van al zijn grootse eigenschappen. Het lichaam kan niet reageren
op dreiging in het algemeen. Daarom staat het onder zulke omstandigheden
voortdurend onder druk en probeert het de gevaren te specificeren. Het is erop
ingesteld je te beschermen. Het bouwt daarom grote spanningen op, zodat in veel
gevallen een specifieke ziekte of een dreigende situatie wordt
‘gefabriceerd’ om het lichaam te bevrijden van een spanning die te groot was
om te doorstaan.
Veel lezers
zijn bekend met de persoonlijke meditatie, waarbij de concentratie op een
speciaal gebied wordt gericht. Er zijn vele methoden en denkwijzen op dit gebied
en het resultaat is altijd een zeer suggestieve geestestoestand waarin
spirituele, mentale en fysieke doeleinden worden nagestreefd. Het is onmogelijk
zonder doel te mediteren, want dat voornemen zelf is een doel. Ongelukkigerwijze
geven veel van jullie gezondheidsvoorlichting en de reclame via de verschillende
media je massameditaties van een hoogste betreurenswaardig soort. Ik heb het
over die programma’s waarin specifieke symptomen van verschillende ziekten
worden gegeven, waarbij verder wordt verteld dat je je lichaam moet onderzoeken met
die symptomen in gedachten. Ik heb het ook over die even ongelukkige
verklaringen die tot in bijzonderheden ziekten beschrijven, waarvan je in het
geheel geen symptomen merkt; je ontvangt dan wel de waarschuwing dat die
rampzalige fysieke gesteldheden wel eens zouden kunnen optreden ondanks je
gevoel van gezondheid. Dikwijls worden hier algemene angsten, nog gevoed door
religieuze, wetenschappelijke en culturele overtuigingen, als blauwdrukken van
ziekten verstrekt waarin men een specifiek concentratiepunt kan vinden. Zo
iemand kan dan zeggen: “ik voel me natuurlijk lusteloos of paniekerig of
onveilig omdat ik die en die ziekte heb’.
De
suggestie over borstkanker met het daarbij behorende zelfonderzoek hebben meer
kanker veroorzaakt dan alle behandelingen hebben genezen. Zij behelzen
een intensieve meditatie op het lichaam en een nadelige verbeelding, die op zich
lichaamscellen beïnvloedt. Als er op de televisie een programma is over hoge
bloeddruk, stijgt de bloeddruk van miljoenen kijkers.
Zo brengen
jullie tegenwoordig ideeën over preventieve geneeskunde juist de soort angst
voort die ziekten veroorzaakt. Zij ondermijnen allemaal het gevoel van
lichamelijke veiligheid en verhogen de spanning terwijl ze aan het lichaam een
gespecificeerd en gedetailleerd ziekteplan bieden. Maar bovenal werken ze
zodanig uit dat bij de mens het gevoel van vervreemding van het lichaam
toeneemt; ze bevorderen een gevoel van machteloosheid en tweeslachtigheid.
Jullie
‘medische reclameboodschappen’ bevorderen ook de ziekten. De bedoeling is
vaak je door hun product verlichting te geven, maar daarentegen roepen ze door
de suggestie in feite de gesteldheid op en scheppen ze aldus zelf de behoefte
aan dat product.
Hoofdpijnmiddelen
zijn hier een goed voorbeeld van. Nergens wordt er in de medische reclame of de
gezondheidszorg gewezen op de natuurlijke verdediging van het lichaam, op zijn
vitaliteit, zijn heelheid of kracht. Nergens wordt er op radio en televisie de
nadruk gelegd op de gezonde mensen. Medische statistieken gaan over ziekten.
Studies over gezonde mensen worden nooit gemaakt.
Aan de
lijst van ziekteverwekkers worden steeds meer voedingsmiddelen, medicijnen en
milieu-omstandigheden toegevoegd. Uiteenlopende rapporten zetten melkproducten,
rood vlees, koffie, thee, eieren en vetten op die lijst. Punt. Hele generaties vóór
jullie hebben het klaargespeeld op
veel van die voedingsmiddelen te leven. Die werden in feite juist voor een
gezond leven aanbevolen. De mens schijnt inderdaad allergisch te zijn voor zijn
eigen natuurlijk milieu en een prooi van het weer zelf.
Het is waar
dat jullie voedsel chemische stoffen bevatten die er in vroegere jaren niet in
zaten. Toch is de mens binnen redelijke grenzen in staat zulke stoffen te
assimileren en ze te benutten.
Als de mens
zich echter radeloos voelt en in een toestand van algemene angst verkeert, kan
hij zelfs de natuurlijkste aardse ingrediënten in zijn nadeel laten werken.
Jullie televisie en ook jullie kunsten en wetenschappen zijn eigenlijk
massameditaties. In jullie cultuur althans schrijven de letterkundigen romans
met antihelden als hoofdpersoon; zij beschrijven vaak een zinloos persoonlijk
bestaan waarin geen enkele handelswijze de persoonlijke verwarring of doodsangst
kan verlichten. Veel – hoewel niet alle – romans of films zonder intrige
zijn het resultaat van deze overtuiging van de onmacht van de mens. In dat
verband kun je niet als held handelen en is de mens altijd slachtoffer van een
vreemd heelal. Aan de andere kant bewijzen je gewone, niet-literaire
gewelddadige televisiedrama’s je inderdaad een dienst, want ze verbeelden tot
in bijzonderheden de algemene vrees in een bepaalde situatie, die door het
toneelspel wordt opgelost. Wat telt is de individuele actie. Misschien is het
‘plot’ afgezaagd en het toneelstuk afschuwelijk, maar in conventionele
termen uitgedrukt wint de ‘goede’ partij het.
Die
programma’s pikken inderdaad de angsten van de bevolking op, maar zij
vertegenwoordigen ook volksdrama’s waar de intelligentia op neerkijkt, maar
waarin de gewone man heldendaden kan uitbeelden en scherp naar het gewenste doel
toe kan werken en kan overwinnen.
Die
programma’s beelden vaak in overdreven afmetingen jullie culturele wereld uit;
en de meeste oplossingen komen inderdaad door middel van geweld. Toch leiden je
verder ontwikkelde overtuigingen je naar een nog pessimistischer beeld,
waarin zelfs de geweldpleging van tot het uiterste gedreven mannen en vrouwen
geen doel dient. Het individu moet voelen dat zijn daden meetellen. Hij wordt
alleen tot gewelddadigheid gedreven als laatste redmiddel en een ziekte is
vaak zo’n redmiddel.
Jullie
televisiedrama’s, politieseries en spionagefilms zijn simpel en toch bevrijden
ze je van spanning op een manier die jullie gezondheidsvoorlichting nooit kan
bereiken. De kijker kan dan zeggen: “ik voel me natuurlijk paniekerig,
onveilig en angstig omdat ik in zo’n gewelddadige wereld leef”.
Een
algemene vrees kan wel een reden voor haar bestaan vinden. Maar die
programma’s geven tenminste in gedramatiseerde vorm een oplossing,
terwijl de gezondheidsvoorlichting doorgaat met onrust zaaien. Die
massameditaties versterken daardoor de negatieve toestanden.
Over het
algemeen bewijzen gewelddadige programma’s dus een dienst omdat zij meestal
het individuele machtsgevoel van een man of een vrouw over bepaalde
omstandigheden bevorderen. In het gunstigste geval wordt in de
gezondheidsvoorlichting de dokter als bemiddelaar aangewezen: je wordt
verondersteld je lichaam naar een dokter te brengen zoals je je auto naar een
garage brengt om een of meer delen een beurt te laten geven. Je lichaam wordt
beschouwd als een voertuig dat je niet in je macht hebt en dat voortdurend
kritisch onderzocht moet worden. De dokter is net een biologische monteur die je
lichaam veel beter kent dan jij.
Nu zijn
deze medische overtuigingen verweven met je economische en culturele structuur,
dus je kunt de schuld niet alleen aan doktoren of hun beroepsgroep geven. Je
economisch welzijn is ook een deel van je persoonlijke werkelijkheid. Veel
toegewijde artsen gebruiken de medische technologie met spiritueel begrip en
zijn zelf het slachtoffer van de overtuigingen die ze er op nahouden.
Als je geen
hoofdpijndrank koopt, zit je oom of buurman misschien zonder werk; dan kan hij
zijn gezin niet onderhouden en mist hij de middelen om jouw waren te
kopen. Je kunt het ene levensgebied niet loskoppelen van het andere. Jullie
persoonlijke overtuigingen vormen en masse je culturele werkelijkheid.
Jullie samenleving staat niet los van jou maar is het resultaat van de
individuele overtuigingen van ieder burger. In de maatschappij bestaat niet één
laag waarop je niet op de een of andere manier invloed uitoefent. Jullie
religies leggen de nadruk op zonde. Jullie medische beroepsbeoefenaren op
ziekte. Jullie gevestigde wetenschappen op de chaos- en toevalstheorieën van
het ontstaan van de wereld. Jullie psychologie legt de nadruk op de mens als
slachtoffer van zijn verleden. Jullie progressiefste denkers benadrukken de
verkrachting van de planeet door de mens, of ze richten zich op de komende ramp
die de wereld zal treffen, of ze zien de mens weer eens als speelbal van de
sterren.
Vele van
jullie herrezen occulte denkrichtingen bevelen een vernietiging aan van het
verlangen, de vernietiging van het ego om de transmutatie van fysieke elementen
naar fijnere niveaus te krijgen. In al die gevallen heeft de heldere spirituele
en biologische heelheid van de mens te lijden en gaat de kostbare betrokkenheid
op het hier-en-nu grotendeels verloren.
Het aardse
leven wordt beschouwd als een somber leven, een vage vertaling van een groter
bestaan, in plaats van te worden afgebeeld als de unieke, creatieve en levende
ervaring die het zou moeten zijn. Het lichaam raakt zijn richting kwijt, het
wordt ondermijnd. De klare communicatiekanalen tussen geest en lichaam raken
verstopt. Zowel individueel als en masse komen daar zieketen en ongesteldheden
uit voort die bedoeld zijn je te leiden naar een andere werkelijkheid.
Dit is een
uitstekend voorbeeld van de manier waarop de natuurlijke hypnose je
lichaamsgesteld nadelig kan beïnvloeden. De repeterende handelingen hebben in
zekere zin intiem betrekking op overtuigingen op ‘magisch’ niveau. Het
gedrag stelt gewoonlijk de poging voor om het ‘kwaad’ af te wenden dat de
persoon boven zijn hoofd voelt hangen. Terwijl je dus gemakkelijk de aard van
repeterende handelingen kunt begrijpen, is het veel moeilijker veel fysieke
symptomen in hetzelfde licht te zien, maar ook hier zijn hele groepen steeds
weer plaatsvindende reacties op bepaalde prikkels in betrokken. Daar staat vaak
dezelfde soort dwang achter. Symptomen werken feitelijk vaak als een steeds
herhaald neurologisch ritueel dat bedoeld is de lijder te beschermen tegen iets
anders dat hij vreest.
Daarom zijn
overtuigingssystemen over ziekte en gezondheid zo belangrijk.
Laten we
een eenvoudig voorbeeld nemen. Je bent te dik. Dat is een fysiek feit. Het
hindert je maar je gelooft het heilig. Je begint aan een paar diëten die alle
gebaseerd zijn op het idee dat je te dik bent omdat je teveel eet. In
plaats daarvan eet je te veel omdat je gelooft dat je teveel weegt. Het
fysieke beeld past altijd omdat je overtuiging van te dik zijn je lichaam
conditioneert zich zo te gedragen.
Het is dus
gek, maar je diëten versterken gewoon de toestand, omdat je dieet houdt vanwege
je diepe overtuiging dat je teveel weegt. Totdat je je overtuiging verandert ga
je door met je voedsel op dezelfde manier te gebruiken en je te overeten.
Tijdelijke
overwinningen zijn niet blijvend. Je hele gedragspatroon wekt volgens de gegeven
sterke hypnotische suggesties en dan versterken je verschijning en je ervaring
je overtuiging. Je moet daarom vrijwillig die overtuiging opschorten. Door
gebruik te maken van de oefeningen in dit hoofdstuk, moet je een bewuste poging
doen om een andere overtuiging in te lassen; gebruik de natuurlijke hypnose op
deze manier. Als je je eigen waarde na het lezen van dit boek beseft, dan kan
dit besef in het heden je ieder vroeger idee van waardeloosheid, dat je tot die
toestand heeft gebracht, doen negeren.
Hetzelfde
geldt natuurlijk als je te weinig weegt. Je kunt een tijdje veel eten en alleen
een paar kilo aankomen of allerlei excuses vinden om niet te hoeven eten. Al
krijg je het vetste dieet je komt niet aan. Je weegt niet te weinig omdat je
niet genoeg eet of het voedsel niet juist gebruikt. Maar je eet niet genoeg
omdat je gelooft dat je te mager bent. Hoeveel je ook eet, het is nooit
genoeg, totdat je je overtuiging verandert.
Je moet
dezelfde gedragslijn volgen die we zojuist aangaven voor diegenen die te dik
zijn. De lichaamsconditionering wordt altijd door de natuurlijke hypnose tot
stand gebracht. Het dagelijks gedrag en de chemische functionering volgen
vloeiend de overtuiging.
Je kunt op
ieder terrein best de sleutel in handen krijgen door gewoon meer aandacht te
schenken aan je bewuste gedachten in het dagelijkse leven, want ze dienen
allemaal als kleine suggesties die je gedragspatroon vormen en je
lichaamsmechanismen beïnvloeden.
De
suggestie dat roken kanker veroorzaakt is veel gevaarlijker dan het fysieke
effect van het roken en kan kanker bezorgen aan mensen die er anders geen
last van zouden krijgen.