Terug naar de natuurlijke heelheid

Seth-informatie tijdens een cessie op 9-5-1977

Biologisch gesproken is het lichaam een spirituele, psychische en sociale uitspraak. Het is duidelijk persoonlijk maar kan niet verborgen blijven, voor zover het – in gangbare taal uitgedrukt – ‘’ is waar jij bent”.

Het individuele lichaam is wat het is, omdat het bestaat binnen een verband met andere gelijksoortige lichamen. Daarmee bedoel ik dat een bepaald lichaam van nu een biologisch verleden van gelijksoortige wezens vooronderstelt. Het vooronderstelt tijdgenoten. Wanneer een volwassen menselijk wezen bijvoorbeeld zou worden waargenomen door een vreemdeling van een andere wereld, zouden bepaalde feiten blijken. Zelfs al kwam zo’n vreemdeling maar een enkel lid van jullie menselijk soort tegen in een onbewoond gebied, dan zou hij bepaalde veronderstellingen kunnen maken uit de gestalte en het gedrag van het individu.

Als de ‘aardebewoner’ zou spreken, zou de vreemdeling meteen weten dat jullie communicerende schepselen zijn; in de stemgeluiden zou hij patronen herkennen die ergens op doelen. In een of andere mate gebruiken alle schepselen een taal, wat een veel uitgestrekter sociobiologisch verband inhoudt dan gewoonlijk wordt verondersteld. Als hij het al niet wist, zou de vreemdeling uit de gestalte van de aardebewoner de grootte van de verschillende elementen op jullie planeet kunnen afleiden. Tot dat vermoeden kan hij komen op grond van jullie manieren van voortbewegen, jullie hulpmiddelen en de aard van je fysieke verschijning.

Terwijl ieder individu bij zijn geboorte persoonlijk ter wereld komt, vertegenwoordigt iedere geboorte ook letterlijk een inspanning – en wel een zegevierende – van de kant van ieder lid van iedere soort, want de uitgewogen levensbalans vereist voor iedere geboorte de juiste voorwaarden die geen soort in haar eentje kan garanderen, zelfs niet voor de eigen soort. Het graan moet groeien. De dieren moeten zich vermenigvuldigen. De planten moeten hun werk doen. Daar heerst wat wij fotosynthese noemen.

De seizoenen moeten enigszins stabiel zijn. Er moet regen vallen, maar niet al te veel. Er moeten stormen zijn, maar niet al te verwoestend. Achter dit alles ligt een biologische en psychische samenwerking. Dit zou allemaal door onze hypothetische vreemdeling opgemerkt kunnen worden bij het zien van slechts een menselijk individu. Later komen we nog op die vreemdeling terug.

De cellen hebben ‘maatschappelijke’ eigenschappen. Ze hebben de neiging zich met andere cellen te verenigen. Ze communiceren op natuurlijke wijze. Ze willen krachtens hun natuur bewegen. Door die bewering personifieer ik de cel niet, want het verlangen tot communicatie en beweging behoort niet alleen aan de mens en het dier toe. Het verlangen van de mens naar andere werelden te reizen, is op zijn manier even natuurlijk als de aandrang van de plant haar bladeren naar de zon te keren.

De fysieke wereld van de mensen met al haar beschavingen en culturele aspecten, zelfs met haar technologieën en wetenschappen, vertegenwoordigt eigenlijk de aangeboren drang van het mensdom tot communiceren, zich te uiten, te scheppen en de aangevoelde innerlijke werkelijkheid te objectiveren. Het strengste privé-leven dat je je kunt voorstellen is een zeer sociale zaak. De meest afgezonderde kluizenaar is steeds afhankelijk van de biologische gemeenschap van niet alleen zijn eigen lichaamscellen, maar ook van de natuur met al haar schepselen. Het lichaam is dus, hoe persoonlijk ook, een openbare, maatschappelijke, biologische uitspraak. Een gesproken zin  heeft in iedere taal een bepaalde structuur. Die vooronderstelt een mond en een tong, de nodige soort lichamelijke ordening, een verstand, een bepaald soort wereld waarin klanken een betekenis hebben en een welomschreven praktische kennis van de aard van klanken, de combinatie van hun patronen, het gebruik van herhalingen en kennis van het zenuwstelsel. Weinig lezers bezitten zo’n kennis en toch spreekt de meerderheid heel goed.

Daarom lijkt het er op de een of andere manier zeker op dat je lichaam een soort pragmatische informatie bezit en ernaar handelt. Je kunt bijna ieder begrip dat je hebt in vocale termen uitdrukken, zelfs als heb je nauwelijks enig begrip van de manier waarop je eigen spraak tot stand komt.

Het lichaam is vervolgens op handelen ingesteld. Het is pragmatisch praktisch en wil bovenal onderzoeken en communiceren. Communicatie houdt een maatschappelijke natuur in. Binnen het lichaam is alles ingebouwd wat nodig is voor zijn eigen verdediging. Het lichaam zelf tart het kind te praten, te kruipen en te lopen om zijn vriendjes op te zoeken. Door de biologische communicatie worden de cellen van het kind bewust gemaakt van hun fysieke milieu, de temperatuur, de luchtdruk, de weersgesteldheid en de voedselvoorraden; het lichaam reageert daarop en past zich razendsnel aan.

Er bestaat in de wereld op cellulair niveau een soort wisselwerking, waarbij de geboorte en de dood van een cel aan alle andere cellen bekend is en waarbij de dood van een kikvors en een ster even zwaar wegen. Maar op jullie activiteitsniveau vormen jullie gedachten, gevoelens en voornemens, hoe persoonlijk ook, een deel van het innerlijke communicatiemilieu. Dat innerlijke milieu is even noodzakelijk en belangrijk voor het welzijn van het mensdom als het fysieke milieu. Het vertegenwoordigt het psychisch magazijn van het potentieel. Wanneer er een aardbeving is in een ander werelddeel, wordt de landmassa in jullie land op de een of andere manier beïnvloed. Wanneer er psychische aardbevingen zijn in andere werelddelen, worden jullie ook beïnvloed; gewoonlijk in dezelfde mate.

Evenzo: als een deel van je lichaam verwond wordt, voelen de andere delen de uitwerking van de wond. Een aardbeving kan een ramp zijn voor het gebied waar het plaatsvindt, zelfs al worden daardoor onevenwichtigheden gecorrigeerd en wordt het leven op de planeet bevorderd. In de onmiddellijke omgeving van een aardbeving worden meteen hulpacties op touw gezet en vanuit andere landen wordt hulp gezonden. Als een stuk van het lichaam ‘uitbarst’ worden er plaatselijk ook noodmaatregelen getroffen en wordt vanuit andere lichaamsdelen hulp gezonden naar het getroffen deel.

De fysieke uitbarsting is echter ook een deel van de lichaamsverdediging die het lichaamsevenwicht verzekert, al lijkt het een ramp voor het zieke deel. Een ziekte vertegenwoordigt daarom biologisch, het gehele verdedigingsstelsel van het lichaam dat aan het werk is.

Ik probeer dit zo eenvoudig mogelijk te stellen: zonder enige ziekte zou het lichaam niet in stand kunnen blijven. Even wachten … Het lichaam moet allereerst in een staat van voortdurende verandering zijn; het moet zo snel beslissen dat jij het niet kunt volgen: hormonenniveau aanpassen, het evenwicht tussen al zijn stelsels bewaren, niet alleen met betrekking tot zichzelf – het lichaam – maar ook tot een omgeving die zelf ook voortdurend verandert. Op biologisch niveau produceert het lichaam vaak zijn eigen ‘preventieve’ medicijnen of ‘inentingen’ door bijvoorbeeld nieuwe of vreemde stoffen in zijn omgeving op te sporen die te danken zijn aan de natuur, de wetenschap of de technologie. Het assimileert die stoffen in kleine doses, maakt dan een ‘ziekte’ door die – als er niets aan gedaan wordt – snel verdwijnt wanneer het lichaam daarvan opneemt wat het kan of een ‘schijnbare invaller’ opneemt in zijn gemeenschap.

Zo iemand voelt zich dan misschien niet lekker, maar op die manier assimileert en gebruikt het lichaam stoffen die men anders lichaamsvreemd noemt. Het immuniseert zichzelf door zulke methoden. Het lichaam leeft echter samen met en moet rekening houden met de geest. De geest produceert een innerlijk milieu van begrippen. De lichaamscellen proberen niet de culturele wereld te begrijpen. Zij vertrouwen daarom op jouw interpretatie van het bestaan van bedreigingen van niet-biologische aard. Dus zij hangen van jullie beoordelingen af.

Als die beoordeling overeenkomt met de biologische, heb je een soepele relatie met het lichaam. Het kan dan vlug en duidelijk reageren. Als je een bedreiging of een gevaar voelt waar het lichaam geen biologische overeenstemming voor vindt, zelfs als het fysiek de omgeving aftast door middel van cellulaire communicatie, dan moet het op jouw oordeel vertrouwen en reageren op gevaarlijke omstandigheden. Het lichaam reageert daarom in bepaalde mate zowel op denkbeeldige gevaren als op gevaren die inderdaad biologisch bestaan. Zijn verdedigingsstelsel wordt dientengevolge vaak overspannen.

Het lichaam is er dus heel goed voor uitgerust om zijn fysieke houding in de stoffelijke wereld te bepalen en in dat opzicht zijn zijn verdedigingsstelsels onfeilbaar. Je bewust verstand bestuurt echter je waarnemingen in de wereld, interpreteert die waarnemingen en rangschikt ze in mentale patronen. Nogmaals: het lichaam moet zich op die interpretaties verlaten. De biologische basis van alle leven is een liefdevolle, goddelijke en coöperatieve basis. Deze vooronderstelt een veilige fysieke opstelling waar ieder lid van ieder soort zich daadwerkelijk vrij voelt om aan zijn behoeften te voldoen en met anderen van zijn soort te communiceren.

Even wachten … Tegenwoordig gelooft men dat dieren geen verbeelding hebben, maar dat is een misvatting. Zij lopen vooruit op het paren voordat de tijd daarvoor rijp is. Allemaal leren zij door ondervinding. Ondanks al jullie opvattingen daarover is leren onmogelijk zonder op enig niveau verbeelding te hebben.

In jullie bewoordingen is de verbeelding van dieren begrensd. Hun verbeelding is echter niet beperkt tot alleen de elementen van vroegere ervaringen. Zij kunnen zich gebeurtenissen verbeelden die hun nooit overkomen zijn. De vermogens van de mens zijn wel in dit opzicht veel ingewikkelder, want in zijn verbeelding werkt hij met mogelijkheden. Hij kan met een fysiek lichaam in iedere tijdsperiode anticiperen en een oneindig groter aantal gebeurtenissen oproepen, waarbij hij ieder voorval mogelijk maakt totdat hij het activeert. Het lichaam dat beantwoordt aan zijn gedachten, gevoelens en overtuigingen, heeft daarom met veel meer informatie te maken en moet een duidelijk terrein hebben waarop beknopte actie mogelijk is.

Het afweerstelsel van het lichaam werkt automatisch en toch is het in zekere zin meer een secundair dan een primair stelsel, dat alleen als zodanig in beweging komt als het lichaam bedreigd wordt. Het voornaamste doel van het lichaam is niet alleen het overleven, maar ook het bewaren van de kwaliteit van het bestaan op bepaalde niveaus en die kwaliteit zelf bevordert de gezondheid en het verwezenlijken van de eigenwaarde. Een duidelijk echt biologische angst alarmeert het lichaam en laat het volledig en natuurlijk reageren. Je zou bijvoorbeeld eens een straat kunnen oversteken terwijl je de krantenkoppen leest. Lang voordat je je omstandigheden bewust bent, kan je lichaam wegspringen voor een naderende auto. Het lichaam doet wat het moet doen. Alhoewel je op bewust niveau niet bang bent, was er biologisch wel degelijk een angst waarop gereageerd werd.

Wanneer je echter mentaal in een omgeving van algemene vrees leeft, wordt aan het lichaam geen duidelijke gedragslijn gegeven en kan het ook niet passend antwoorden. Bekijk het eens zo: in een of ander oerwoud reageert een dier op een bepaalde manier en dan hoeft het niet eens een wild dier te zijn; ook een hond of een kat doet het. Het is op zijn hoede voor alles in zijn omgeving. Een kat verwacht echter geen gevaar van een kettinghond vier straten verder en maakt zich ook geen zorgen over wat er zou gebeuren als die hond zou ontsnappen en het veilige plekje van die kat zou vinden.

Veel mensen echter besteden niet veel aandacht aan alles in hun omgeving, maar concentreren zich door hun overtuigingen alleen op de ‘woeste hond van vier straten verder’. Dit betekent dat ze niet reageren op wat fysiek aanwezig of waarneembaar is in ruimte en tijd, maar daarentegen stilstaan bij bedreigingen die al of niet bestaan; en tegelijk negeren ze andere informatie die er wel degelijk is en vlak in de buurt.

De geest signaleert een dreiging, maar dan een die nergens fysiek aanwezig is zodat het lichaam niet duidelijk kan reageren. Daarom reageert het op een pseudo-dreiging; het zit dan als het ware tussen versnellingen in. Dat heeft biologische verwarring ten gevolge. De reacties van het lichaam moeten specifiek zijn.

Het algehele gevoel van gezondheid, vitaliteit en veerkracht is een toestand van tevredenheid, die echter teweeggebracht wordt door een veelheid van specifieke reacties. Als je het lichaam laat begaan, kan het zichzelf verdedigen tegen iedere ziekte, maar het kan zich niet passend verdedigen tegen een overdreven algemene vrees die iemand voor ziekten kan hebben. Het moet je eigen gevoelens en beoordelingen weerspiegelen. Nu is het gewoonlijk zo dat al jullie medische stelsels letterlijk evenveel ziekten voortbrengen als genezen, want jullie worden overal achtervolgd door de symptomen van verschillende ziekten en vervuld van angst, overweldigd door wat de vatbaarheid van het lichaam voor ziekten schijnt. Nergens wordt ooit de nadruk gelegd op de vitaliteit en het natuurlijk afweerstelsel van het lichaam.

Een persoonlijke ziekte bestaat vervolgens ook in maatschappelijk verband. Dat verband is het gevolg van persoonlijke en massale overtuigingen die op alle culturele niveaus onderling verweven zijn en dus in die zin de persoonlijke en openbare doeleinden dienen.

De ziekten die over het algemeen worden toegeschreven aan verschillende leeftijdsgroepen zijn hierin betrokken. De ziekten van oudere mensen passen in jullie maatschappelijke en culturele overtuigingen, de structuur van jullie familieleven. Oude dieren hebben hun eigen waardigheid en die zouden oude mannen en vrouwen ook moeten hebben. Seniliteit is een mentale en fysieke epidemie, een onnodige. Je wordt er door ‘aangetast’ omdat je als je jong bent ervan overtuigd raakt dat oude mensen niets kunnen. Er zijn geen inentingen tegen overtuigingen, dus als jonge mensen met zulke overtuigingen oud worden, worden ze er het ‘slachtoffer’ van.

De soorten ziekten veranderen met de tijden. Sommigen komen in de mode en andere verdwijnen. Alle epidemieën zijn echter massale uitspraken, zowel biologisch als psychisch. Ze verwijzen naar overtuigingen bij de massa die bepaalde lichamelijke gesteldheden hebben teweeggebracht die op alle niveaus afschuwelijk zijn. Ze gaan vaak samen met oorlogen en vertegenwoordigen biologische protesten.

Als de levensomstandigheden zodanig zijn dat de kwaliteit wordt bedreigd, komt er zo’n massale uitspraak. De kwaliteit van het leven moet op een bepaald niveau staan, zodat de individuen van een soort – van ieder soort en van alle soorten – zich kunnen ontwikkelen. In jullie menselijk soort voegen de spirituele, mentale en psychische vermogens er een dimensie aan toe die er biologisch bij past.

Men moet bijvoorbeeld gewoon de vrijheid hebben ideeën en individuele talenten tot uitdrukking te brengen en een wereldwijd maatschappelijk en politiek verband waarin iedereen zijn of haar vermogens kan ontwikkelen en kan bijdragen aan het mensdom als geheel. Zo’n klimaat hangt echter af van ideeën die niet over de gehele wereld worden aanvaard en toch is het mensdom zo gevormd dat het biologisch belang van ideeën niet sterk genoeg kan worden benadrukt.

De kwaliteit van jullie leven wordt meer en meer gevormd door de subjectieve werkelijkheid van je gevoelens en mentale constructies. Nogmaals, overtuigingen die wanhoop koesteren zijn biologisch verwoestend. Zij zorgen ervoor dat het fysieke lichaam zich erbij neerlegt.

Wanneer massale acties tegen verschrikkelijke maatschappelijke of politieke toestanden niets uithalen, worden er andere maatregelen genomen. Die komen vaak in de gedaante van een epidemie of van natuurrampen. De ellende wordt op de een of andere manier weggevaagd. Die toestanden zijn het resultaat van overtuigingen. Deze zijn mentaal en dus moet het vitaalste werk op dát gebied worden gedaan.

Einde van de cessie.

Cessie 805, 16 mei 1977

Een dier heeft een gevoel van zijn eigen biologische heelheid. Een kind ook. Bij iedere levensvorm wordt elk individu geboren in een wereld die daartoe voorbereid is onder omstandigheden die gunstig zijn voor zijn groei en ontwikkeling. Een wereld waarin zijn eigen bestaan berust op het even geldige bestaan van alle andere individuen en soorten, zodat ieder bijdraagt aan de natuur als geheel.

In die omgeving bestaat een coöperatieve gemeenschapszin van biologische aard die door dieren op hun manier wordt begrepen en door kinderen van jullie zonder meer wordt aangenomen. De middelen daartoe zijn er, zodat aan de behoeften van het individu kan worden voldaan. Het inwilligen van die behoeften bevordert de ontwikkeling van het individu, van zijn soort en bijgevolg van alle anderen in het weefsel van de natuur.

Overleven is natuurlijk belangrijk, maar is niet het eerste doel van een soort. Het is dus geen noodzakelijk middel waardoor een soort haar hoofddoel kan bereiken. Natuurlijk moet een soort daarvoor ook overleven, maar ze zal de overleving met opzet vermijden als de omstandigheden in de praktijk niet gunstig zijn om de kwaliteit van het leven of het bestaan, die als fundamenteel wordt beschouwd, te handhaven.

Voelt ze een soort van gemis aan die kwaliteit, dan kan ze op de een of andere manier haar nakomelingen vernietigen, niet omdat ze anders niet zouden overleven, maar omdat de kwaliteit van dat overleven bijvoorbeeld een groot lijden teweeg zou brengen en de aard van het leven zo zou vervormen dat het bijna een aanfluiting lijkt. Ieder soort zoekt naar de ontwikkeling van haar vermogens en capaciteiten in een ander waarin veiligheid een middel is voor het handelen. In dat verband is gevaar onder bepaalde omstandigheden duidelijk bekend bij de dieren, duidelijk bepaald. Zowel de prooi als de jager zijn bijvoorbeeld bekend. Maar zelfs de natuurlijke prooi van een ander dier vreest de ‘jager’ niet als deze een volle maag heeft en de jager valt dan ook niet aan.

Er zijn ook emotionele wisselwerkingen en biologische mechanismen bij dieren die jullie volledig ontgaan. De dieren die door andere dieren als natuurlijke prooi geveld worden, ‘begrijpen’ hun aandeel in de natuur. Zij lopen echter niet op de dood vooruit voordat zij plaatsvindt. De fatale daad stuwt het bewustzijn uit het lichaam, zodat zij in die zin barmhartig is.

Tijdens hun leven genieten dieren van de natuurlijke staat van hun kracht en aanvaarden ze hun waarde. Zij regelen hun eigen geboorte en sterven. De kwaliteit van hun leven is zodanig dat hun vermogens worden uitgedaagd. Zij houden van contrasten tussen rust en beweging, hitte en kou en zijn direct in contact met natuurverschijnselen, wat hun ervaringen intenser maakt. Als het nodig is zullen ze verhuizen om gunstiger omstandigheden te zoeken. Zij zijn zich de komende natuurrampen gewaar en zullen, indien mogelijk, die gebieden verlaten. Zij beschermen hun eigen soort en voor zover de omstandigheden het toelaten, zorgen ze voor hun eigen gewonden. Zelfs in gevechten tussen jonge en oude mannetjes over de leiding van een kudde, wordt de verliezer onder natuurlijke omstandigheden zelden gedood. Gevaren zijn duidelijk en scherp omlijnd, zodat de lichamelijke reacties beknopt kunnen zijn.

Het dier weet dat het recht heeft op het bestaan en op een plaats in de natuur. Dat gevoel van biologische heelheid steunt hem.

De mens heeft echter met meer zaken te maken. Hij moet werken met overtuigingen en gevoelens die vaak zo dubbelzinnig zijn dat het onmogelijk lijkt een duidelijke gedragslijn uit te stippelen. Het lichaam weet vaak niet hoe het moet reageren. Als je bijvoorbeeld gelooft dat het lichaam zondig is, kun je niet verwachten gelukkig te zijn en waarschijnlijk ben je ook niet gezond, want je sombere overtuigingen zullen je ingeboren psychologische en biologische heelheid bezoedelen.

Het mensdom is in een overgangsperiode, een van de vele. Deze periode is, over het algemeen gesproken, begonnen toen de soort probeerde zich los te maken van de natuur teneinde het unieke soort bewustzijn te ontwikkelen dat jullie nu eigen is. Dat bewustzijn is echter geen eindproduct; het is de bedoeling dat het verandert, evolueert en zich ontwikkelt. In de loop van de tijd zijn bepaalde kunstmatige indelingen gemaakt, die nu afgeschaft moeten worden.

Jullie moeten als verstandiger schepsels terugkeren naar de natuur die jullie heeft voortgebracht, niet alleen als liefdevolle beheerders maar als partners van de andere soorten op aarde. Je moet de spiritualiteit van je biologische erfenis ontdekken. Het merendeel van de aanvaarde overtuigingen – religieuze, wetenschappelijke en culturele – heeft een te grote nadruk gelegd op een gevoel van onmacht, machteloosheid en dreigende ondergang, een beeld waarin de mens en zijn wereld toevallig voortbrengselen zijn van weinig betekenis, geïsoleerd en toch schijnbaar geregeerd door een grillige God. Men beschouwt het leven als een ‘tranendal’, bijna als een infectie waar de ziel alleen maar van kan genezen door te sterven. Religieuze, wetenschappelijke, medische en culturele bekendmakingen leggen de nadruk op het bestaan van gevaren. Ze kleineren het doel van het mensdom of van de individuele mens, of ze zien de mensheid als het enige excentrieke, half krankzinnige lid van een overigens ordelijk natuurrijk. De verschillende denkstelsels houden er een of meer van de bovengenoemde opvattingen op na. Die doen echter allemaal het individuele biologische gevoel van heelheid geweld aan, versterken ideeën van gevaar en versmallen het psychologisch gebied van veiligheid dat nodig is om de kwaliteit die in het leven mogelijk is, in stand te houden. De lichamelijke afweerstelsels worden meer of minder in de war gebracht.

Ik heb niet de bedoeling een verhandeling te houden over de biologische lichaamsstructuren en hun onderlinge wisselwerking; ik wil daaromtrent alleen maar informatie geven die tegenwoordig weinig bekend is. Ik bekommer mij meer over fundamenteler kwesties. Het afweerstelsel van het lichaam zal het zelf wel opknappen als het daar de gelegenheid voor krijgt en als je psychologische lucht wordt gezuiverd van de ware ‘dragers’ van ziekten.

Hoofdstuk 2: massameditaties, gezondheidsvoorlichting die ziekten bevorderen, epidemieën van overtuigingen en doeltreffende mentale ‘inentingen’ tegen wanhoop.

Terwijl ik in dit boek zal wijzen op een paar ongelukkige terreinen van persoonlijke en massale ervaring, zal ik ook een paar suggesties doen voor effectieve oplossingen.

Je krijgt datgene waarop jij je concentreert. Je mentale beelden brengen hun eigen verwezenlijking tot stand.

Dit zijn oude zegswijzen, maar je moet daarbij in aanmerking nemen hoe jullie massacommunicatiesysteem zowel de positieve als de negatieve uitkomsten versterkt.

Misschien leg ik wel even de nadruk op de manieren waarop jullie individueel en als beschaving je eigen gevoelens van veiligheid hebben ondermijnd, maar ik zal jullie toch ook methoden geven om die noodzakelijke gevoelens van biologische heelheid en spiritueel inzicht te versterken. Daarmee kun je je spirituele en fysieke bestaan enorm uitbreiden.

Jullie overtuigingen hebben gevoelens van nietswaardigheid voortgebracht. Door je kunstmatig af te scheiden van de natuur kun je haar niet meer vertrouwen en zie je haar vaak als tegenstander. Jullie godsdiensten stonden de mens wel een ziel toe, maar ontkenden die in andere soorten. Jullie lichaam werd toen verwezen naar de natuur en jullie ziel naar God, die vlekkeloos los stond van zijn schepselen.

Jullie wetenschappelijke overtuigingen zeggen dat jullie wereld toevallig is ontstaan. Jullie religies zeggen dat de mens zondig is: het lichaam is niet te vertrouwen en de zintuigen kunnen je op het verkeerde spoor brengen. In deze doolhof van overtuigingen heb je grotendeels je gevoel van eigenwaarde en levensdoel verloren. Men wekt een algemene vrees en achterdocht op; het leven wordt maar al te vaak ontdaan van al zijn grootse eigenschappen. Het lichaam kan niet reageren op dreiging in het algemeen. Daarom staat het onder zulke omstandigheden voortdurend onder druk en probeert het de gevaren te specificeren. Het is erop ingesteld je te beschermen. Het bouwt daarom grote spanningen op, zodat in veel gevallen een specifieke ziekte of een dreigende situatie wordt ‘gefabriceerd’ om het lichaam te bevrijden van een spanning die te groot was om te doorstaan.

Veel lezers zijn bekend met de persoonlijke meditatie, waarbij de concentratie op een speciaal gebied wordt gericht. Er zijn vele methoden en denkwijzen op dit gebied en het resultaat is altijd een zeer suggestieve geestestoestand waarin spirituele, mentale en fysieke doeleinden worden nagestreefd. Het is onmogelijk zonder doel te mediteren, want dat voornemen zelf is een doel. Ongelukkigerwijze geven veel van jullie gezondheidsvoorlichting en de reclame via de verschillende media je massameditaties van een hoogste betreurenswaardig soort. Ik heb het over die programma’s waarin specifieke symptomen van verschillende ziekten worden gegeven, waarbij verder wordt verteld dat je je lichaam moet onderzoeken met die symptomen in gedachten. Ik heb het ook over die even ongelukkige verklaringen die tot in bijzonderheden ziekten beschrijven, waarvan je in het geheel geen symptomen merkt; je ontvangt dan wel de waarschuwing dat die rampzalige fysieke gesteldheden wel eens zouden kunnen optreden ondanks je gevoel van gezondheid. Dikwijls worden hier algemene angsten, nog gevoed door religieuze, wetenschappelijke en culturele overtuigingen, als blauwdrukken van ziekten verstrekt waarin men een specifiek concentratiepunt kan vinden. Zo iemand kan dan zeggen: “ik voel me natuurlijk lusteloos of paniekerig of onveilig omdat ik die en die ziekte heb’.

De suggestie over borstkanker met het daarbij behorende zelfonderzoek hebben meer kanker veroorzaakt dan alle behandelingen hebben genezen. Zij behelzen een intensieve meditatie op het lichaam en een nadelige verbeelding, die op zich lichaamscellen beïnvloedt. Als er op de televisie een programma is over hoge bloeddruk, stijgt de bloeddruk van miljoenen kijkers.

Zo brengen jullie tegenwoordig ideeën over preventieve geneeskunde juist de soort angst voort die ziekten veroorzaakt. Zij ondermijnen allemaal het gevoel van lichamelijke veiligheid en verhogen de spanning terwijl ze aan het lichaam een gespecificeerd en gedetailleerd ziekteplan bieden. Maar bovenal werken ze zodanig uit dat bij de mens het gevoel van vervreemding van het lichaam toeneemt; ze bevorderen een gevoel van machteloosheid en tweeslachtigheid.

Jullie ‘medische reclameboodschappen’ bevorderen ook de ziekten. De bedoeling is vaak je door hun product verlichting te geven, maar daarentegen roepen ze door de suggestie in feite de gesteldheid op en scheppen ze aldus zelf de behoefte aan dat product.

Hoofdpijnmiddelen zijn hier een goed voorbeeld van. Nergens wordt er in de medische reclame of de gezondheidszorg gewezen op de natuurlijke verdediging van het lichaam, op zijn vitaliteit, zijn heelheid of kracht. Nergens wordt er op radio en televisie de nadruk gelegd op de gezonde mensen. Medische statistieken gaan over ziekten. Studies over gezonde mensen worden nooit gemaakt.

Aan de lijst van ziekteverwekkers worden steeds meer voedingsmiddelen, medicijnen en milieu-omstandigheden toegevoegd. Uiteenlopende rapporten zetten melkproducten, rood vlees, koffie, thee, eieren en vetten op die lijst. Punt. Hele generaties vóór jullie  hebben het klaargespeeld op veel van die voedingsmiddelen te leven. Die werden in feite juist voor een gezond leven aanbevolen. De mens schijnt inderdaad allergisch te zijn voor zijn eigen natuurlijk milieu en een prooi van het weer zelf.

Het is waar dat jullie voedsel chemische stoffen bevatten die er in vroegere jaren niet in zaten. Toch is de mens binnen redelijke grenzen in staat zulke stoffen te assimileren en ze te benutten.

Als de mens zich echter radeloos voelt en in een toestand van algemene angst verkeert, kan hij zelfs de natuurlijkste aardse ingrediënten in zijn nadeel laten werken. Jullie televisie en ook jullie kunsten en wetenschappen zijn eigenlijk massameditaties. In jullie cultuur althans schrijven de letterkundigen romans met antihelden als hoofdpersoon; zij beschrijven vaak een zinloos persoonlijk bestaan waarin geen enkele handelswijze de persoonlijke verwarring of doodsangst kan verlichten. Veel – hoewel niet alle – romans of films zonder intrige zijn het resultaat van deze overtuiging van de onmacht van de mens. In dat verband kun je niet als held handelen en is de mens altijd slachtoffer van een vreemd heelal. Aan de andere kant bewijzen je gewone, niet-literaire gewelddadige televisiedrama’s je inderdaad een dienst, want ze verbeelden tot in bijzonderheden de algemene vrees in een bepaalde situatie, die door het toneelspel wordt opgelost. Wat telt is de individuele actie. Misschien is het ‘plot’ afgezaagd en het toneelstuk afschuwelijk, maar in conventionele termen uitgedrukt wint de ‘goede’ partij het.

Die programma’s pikken inderdaad de angsten van de bevolking op, maar zij vertegenwoordigen ook volksdrama’s waar de intelligentia op neerkijkt, maar waarin de gewone man heldendaden kan uitbeelden en scherp naar het gewenste doel toe kan werken en kan overwinnen.

Die programma’s beelden vaak in overdreven afmetingen jullie culturele wereld uit; en de meeste oplossingen komen inderdaad door middel van geweld. Toch leiden je verder ontwikkelde overtuigingen je naar een nog pessimistischer beeld, waarin zelfs de geweldpleging van tot het uiterste gedreven mannen en vrouwen geen doel dient. Het individu moet voelen dat zijn daden meetellen. Hij wordt alleen tot gewelddadigheid gedreven als laatste redmiddel en een ziekte is vaak zo’n redmiddel.

Jullie televisiedrama’s, politieseries en spionagefilms zijn simpel en toch bevrijden ze je van spanning op een manier die jullie gezondheidsvoorlichting nooit kan bereiken. De kijker kan dan zeggen: “ik voel me natuurlijk paniekerig, onveilig en angstig omdat ik in zo’n gewelddadige wereld leef”.

Een algemene vrees kan wel een reden voor haar bestaan vinden. Maar die programma’s geven tenminste in gedramatiseerde vorm een oplossing, terwijl de gezondheidsvoorlichting doorgaat met onrust zaaien. Die massameditaties versterken daardoor de negatieve toestanden.

Over het algemeen bewijzen gewelddadige programma’s dus een dienst omdat zij meestal het individuele machtsgevoel van een man of een vrouw over bepaalde omstandigheden bevorderen. In het gunstigste geval wordt in de gezondheidsvoorlichting de dokter als bemiddelaar aangewezen: je wordt verondersteld je lichaam naar een dokter te brengen zoals je je auto naar een garage brengt om een of meer delen een beurt te laten geven. Je lichaam wordt beschouwd als een voertuig dat je niet in je macht hebt en dat voortdurend kritisch onderzocht moet worden. De dokter is net een biologische monteur die je lichaam veel beter kent dan jij.

Nu zijn deze medische overtuigingen verweven met je economische en culturele structuur, dus je kunt de schuld niet alleen aan doktoren of hun beroepsgroep geven. Je economisch welzijn is ook een deel van je persoonlijke werkelijkheid. Veel toegewijde artsen gebruiken de medische technologie met spiritueel begrip en zijn zelf het slachtoffer van de overtuigingen die ze er op nahouden.

Als je geen hoofdpijndrank koopt, zit je oom of buurman misschien zonder werk; dan kan hij zijn gezin niet onderhouden en mist hij de middelen om jouw waren te kopen. Je kunt het ene levensgebied niet loskoppelen van het andere. Jullie persoonlijke overtuigingen vormen en masse je culturele werkelijkheid. Jullie samenleving staat niet los van jou maar is het resultaat van de individuele overtuigingen van ieder burger. In de maatschappij bestaat niet één laag waarop je niet op de een of andere manier invloed uitoefent. Jullie religies leggen de nadruk op zonde. Jullie medische beroepsbeoefenaren op ziekte. Jullie gevestigde wetenschappen op de chaos- en toevalstheorieën van het ontstaan van de wereld. Jullie psychologie legt de nadruk op de mens als slachtoffer van zijn verleden. Jullie progressiefste denkers benadrukken de verkrachting van de planeet door de mens, of ze richten zich op de komende ramp die de wereld zal treffen, of ze zien de mens weer eens als speelbal van de sterren.

Vele van jullie herrezen occulte denkrichtingen bevelen een vernietiging aan van het verlangen, de vernietiging van het ego om de transmutatie van fysieke elementen naar fijnere niveaus te krijgen. In al die gevallen heeft de heldere spirituele en biologische heelheid van de mens te lijden en gaat de kostbare betrokkenheid op het hier-en-nu grotendeels verloren.

Het aardse leven wordt beschouwd als een somber leven, een vage vertaling van een groter bestaan, in plaats van te worden afgebeeld als de unieke, creatieve en levende ervaring die het zou moeten zijn. Het lichaam raakt zijn richting kwijt, het wordt ondermijnd. De klare communicatiekanalen tussen geest en lichaam raken verstopt. Zowel individueel als en masse komen daar zieketen en ongesteldheden uit voort die bedoeld zijn je te leiden naar een andere werkelijkheid.

Cessie 660, 2 mei 1973

Er is een bepaalde verhouding tussen wat conditionering wordt genoemd en dwangmatige handeling. Hier werkt de posthypnotische suggestie evengoed als het voortdurend dagelijks ‘conditioneren’. Welnu: laten we als voorbeeld eens een vrouw nemen die zich gedwongen voelt om twintig keer per dag haar handen te wassen. Het is een gemakkelijk te herkennen feit dat zulk herhaald gedrag dwangmatig is. Maar als een man iedere keer als hij een bepaald voedsel eet last krijgt van zijn maagzweer is het moeilijker het feit te zien dat ook dit gedrag dwangmatig en repeterend is.

Dit is een uitstekend voorbeeld van de manier waarop de natuurlijke hypnose je lichaamsgesteld nadelig kan beïnvloeden. De repeterende handelingen hebben in zekere zin intiem betrekking op overtuigingen op ‘magisch’ niveau. Het gedrag stelt gewoonlijk de poging voor om het ‘kwaad’ af te wenden dat de persoon boven zijn hoofd voelt hangen. Terwijl je dus gemakkelijk de aard van repeterende handelingen kunt begrijpen, is het veel moeilijker veel fysieke symptomen in hetzelfde licht te zien, maar ook hier zijn hele groepen steeds weer plaatsvindende reacties op bepaalde prikkels in betrokken. Daar staat vaak dezelfde soort dwang achter. Symptomen werken feitelijk vaak als een steeds herhaald neurologisch ritueel dat bedoeld is de lijder te beschermen tegen iets anders dat hij vreest.

Daarom zijn overtuigingssystemen over ziekte en gezondheid zo belangrijk.

Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen. Je bent te dik. Dat is een fysiek feit. Het hindert je maar je gelooft het heilig. Je begint aan een paar diëten die alle gebaseerd zijn op het idee dat je te dik bent omdat je teveel eet. In plaats daarvan eet je te veel omdat je gelooft dat je teveel weegt. Het fysieke beeld past altijd omdat je overtuiging van te dik zijn je lichaam conditioneert zich zo te gedragen.

Het is dus gek, maar je diëten versterken gewoon de toestand, omdat je dieet houdt vanwege je diepe overtuiging dat je teveel weegt. Totdat je je overtuiging verandert ga je door met je voedsel op dezelfde manier te gebruiken en je te overeten.

Tijdelijke overwinningen zijn niet blijvend. Je hele gedragspatroon wekt volgens de gegeven sterke hypnotische suggesties en dan versterken je verschijning en je ervaring je overtuiging. Je moet daarom vrijwillig die overtuiging opschorten. Door gebruik te maken van de oefeningen in dit hoofdstuk, moet je een bewuste poging doen om een andere overtuiging in te lassen; gebruik de natuurlijke hypnose op deze manier. Als je je eigen waarde na het lezen van dit boek beseft, dan kan dit besef in het heden je ieder vroeger idee van waardeloosheid, dat je tot die toestand heeft gebracht, doen negeren.

Hetzelfde geldt natuurlijk als je te weinig weegt. Je kunt een tijdje veel eten en alleen een paar kilo aankomen of allerlei excuses vinden om niet te hoeven eten. Al krijg je het vetste dieet je komt niet aan. Je weegt niet te weinig omdat je niet genoeg eet of het voedsel niet juist gebruikt. Maar je eet niet genoeg omdat je gelooft dat je te mager bent. Hoeveel je ook eet, het is nooit genoeg, totdat je je overtuiging verandert.

Je moet dezelfde gedragslijn volgen die we zojuist aangaven voor diegenen die te dik zijn. De lichaamsconditionering wordt altijd door de natuurlijke hypnose tot stand gebracht. Het dagelijks gedrag en de chemische functionering volgen vloeiend de overtuiging.

Je kunt op ieder terrein best de sleutel in handen krijgen door gewoon meer aandacht te schenken aan je bewuste gedachten in het dagelijkse leven, want ze dienen allemaal als kleine suggesties die je gedragspatroon vormen en je lichaamsmechanismen beïnvloeden.

De suggestie dat roken kanker veroorzaakt is veel gevaarlijker dan het fysieke effect van het roken en kan kanker bezorgen aan mensen die er anders geen last van zouden krijgen.