De Ontmaskering

 

Door Harmen Schouwerwou (1994)

 

Een congres van wetenschappers en andere vertegenwoordigers van de samenleving, bijeengekomen in een ontmoetingscentrum, met het doel antwoorden te geven op de chaos van onze tijd in denken, politiek en het maatschappelijke leven. De deelnemers zijn naamloos, zij vertegenwoordigen de wetenschap of het beroep in een 'rollenspel'.

Iedere deelnemer heeft een zelfgemaakt masker meegenomen. Dit masker symboliseert het beroep van de speler en wordt het 'gezicht' van de eerste dag.

De deelnemers zijn niet op de hoogte van het feit, dat de spelleider voor een ieder nog twee maskers heeft meegebracht, maskers die in zijn laboratorium behandeld zijn met een essence 'waarheid' en 'liefde' en gedurende de tweede en derde dag gedragen zullen worden.

 

Eerste Dag - Deel 1

 

Spelleider.

Dames en heren, ik heet u allen hartelijk welkom in deze mooie omgeving en ik hoop dat u zich hier spoedig thuis zult voelen.

U kent onze bijzondere opdracht. Wij hebben u als vertegenwoordigers van een aantal disciplines in onze samenleving, verzocht helderheid te brengen in de verwarring van onze tijd nu wij op de grens staan van een nieuwe episode in de ontwikkeling van de mens. U hebt deze uitdaging aangenomen, u bent hier namens uw groep en u draagt derhalve een grote verantwoordelijkheid, een verantwoordelijkheid die uitstijgt boven het persoonlijk belang. U bent zich dit bewust, anders had u deze riskante onderneming immers niet aangedurfd.

Wij, en ik zal u ter zijner tijd duidelijkheid geven wie wij zijn, wij hebben de noodzaak ingezien om in deze crisissituatie, waarin noch politiek, noch wetenschap, noch godsdienst of filosofie enige oplossing biedt - in te grijpen om de mens enkele fundamenten terug te geven. Fundamenten die te maken hebben met 'geloof, hoop en liefde', fundamenten die nodig zijn om het leven aan te kunnen, fundamenten die de zin van het leven vertegenwoordigen.

Ik weet dat er enkelen onder u op dit moment moeten glimlachen. Ik ken uw gedachten, ik ken uw bedoelingen, ik ken uw verklaringen. Straks mag u deze vertegenwoordigen, straks mag u uw wetenschappelijke kennis uitwisselen, eventueel elkaar in de haren vliegen, uw tijd komt nog.

Wij hebben met elkaar afgesproken om, hier op deze plaats, drie dagen met elkaar te werken. Drie dagen van ingespannen arbeid, drie dagen van praten, eten en drinken en u begrijpt dat dit zeer veel van u zal vergen. U allen verkeert in optimale conditie, uw artsen hebben u fysiek en psychisch gekeurd en u allen bent waardig bevonden om aan dit experiment mee te doen. U bent vrij te gaan en te staan waar u wilt binnen de u toegestane ruimten van dit centrum en haar directe omgeving. U kunt eten en drinken wanneer u zin hebt, u kunt naar de toilet gaan indien nodig, maar waar u ook bent u zult voortdurend in contact staan met de anderen, u zult niets missen wat er besproken wordt en de anderen zullen u ook in alles kunnen volgen, met uitzondering van de enige plek waar u privacy bezit, waar u niet gestoord kunt worden, het kleinste kamertje dus.

Wij hebben u verzocht een masker mee te nemen, een masker dat uw faculteit respectievelijk uw beroep symboliseert. Vandaag bent u verplicht uw eigen masker te dragen. Dit masker bent u, dit masker vertegenwoordigt uw groep en dit masker geeft u het veilige gevoel te zijn wat u bent. Al zou u het willen, u kunt zich de eerste dag niet bevrijden van dit masker, u bent uw masker en u zult hiernaar handelen.

Ik ben hier de enige zonder masker. 

De eerste dag is uw dag. U geeft uw visie over de wereld. U vertegenwoordigt die wereld. In onze voorbespreking hebben wij afgesproken, dat u in algemeen beschaafd Nederlands uw zaak verduidelijkt. Er is geen plaats voor uw eigen ontwikkelde specialistentaal, uw geheimtaal, de ander moet u kunnen volgen. Technische details kunt u achterwege laten, het gaat om de essentie van uw kennis of specialisme. Mocht ik af en toe in willen grijpen om een beetje orde en structuur aan te brengen, dan zult u hiermee rekening moeten houden, want we zijn hier met een bedoeling. 

Het programma voor de beide andere dagen geef ik nu nog niet. Wel kan ik u meedelen dat u rond middernacht een nieuw masker van mij zult ontvangen en met dit masker zult u binnen dit gebouw nieuwe dimensies ontdekken. U zult deuren vinden die leiden naar vertrekken waar andere omstandigheden gelden, waar u ander voedsel zult vinden. U bent de tweede dag vrij in de keus welk masker u zult dragen. U kunt besluiten uw eigen masker te blijven dragen, u kunt besluiten het nieuwe masker op te zetten. In het eerste geval blijft u achter in de oude situatie, mis­schien alleen. Deze keuzevrijheid geldt niet voor de derde dag. U zult begrijpen dat uw keus niet zonder gevolg is, er moet een prijs worden betaald. De keus is straks aan u.

Dames en heren, ik wil het hier voorlopig bij laten. Ik wens u kracht en wijsheid toe en ik hoop dat u aan het eind van onze bijeenkomst kunt zeggen: ik ben blij dat ik dit heb meegemaakt.

Tot slot nog één opmerking. U bent hier als vertegenwoordiger van uw groep, u zult hier gedurende deze 3 dagen naamloos verblijven. U hebt geen naam, u wordt aangesproken als politicus, als huismoeder, als wetenschapper. U bent dit immers. U bent naamloos, u bent de groep.

Wilt u mij nu volgen naar het vertrek waar wij de eerste dag zullen doorbrengen. U kunt uw bagage laten staan, u zult dit niet nodig hebben. Wel dient u uw eigen masker mee te nemen om deze bij het binnentreden op te zetten. Mocht u dit vergeten, dan zult u merken dat u niet verder kunt, iets houdt u tegen. Kom, laat ons gaan.

 

De deelnemers treden gemaskerd een vierkante zaal binnen van 3 x (7 x 7) meter. Er staan 12 stoelen opgesteld rond een vierkante tafel. Laserstralen formeren 70 cm boven de stoelen in zeven kleuren de 'namen' van de deelnemers - 1 stoel voor de spelleider, 6 stoelen met de beroepen, 3 stoelen met een vraagteken, 2 stoelen met 'man' en 'vrouw'.

 

Dames en heren neemt u plaats. Zoals u ziet blijven 5 stoelen onbezet. Ik zal u in de loop van deze dagen de functie van deze stoelen nog verklaren. Neem uw gemak, schenk een kop koffie of thee in, eventueel kan de roker nog een sigaretje opsteken. Maakt u zich niet ongerust, u zult geen last van de rook hebben, daar is voor gezorgd.

In deze eerste ronde geef ik u de gelegenheid kennis met elkaar te maken. U weet, u hebt hier geen naam dus spreek elkaar met het beroep aan, desnoods afgekort. U krijgt een kwartiertje de tijd om te acclimatiseren, u kunt rondlopen, iets drinken, een gesprek met de ander beginnen.

Hebt u nog vragen?

 

De gedragswetenschapper

Meneer de voorzitter, ik heb direct twee vragen. Ik begrijp niet dat u, terwijl wij hier bij elkaar zijn om het welzijn van de mens te bevorderen, toestaat dat er in deze ruimte wordt gerookt. Wij weten allen hoe ongezond dit is en wij moeten toch een voorbeeldfunctie vervullen. Mijn tweede vraag houdt verband met mijn masker. Hoe komt het dat ik in deze ruimte het masker niet eens voel, terwijl ik weet - en ik zie de maskers bij de anderen - dat ik er één draag?

 

Spelleider

Mevrouw GW, ik begrijp uw bezorgdheid ten aanzien van de roker. Wees gerust, gezondheid en welzijn komen in deze cessie aan de orde. Kijk maar naar uw collega de huisarts, deze knikt. U loopt geen risico, ons ventilatiesysteem zorgt er voor dat niemand last heeft van de ander.

Wat uw tweede vraag betreft. Inderdaad ervaart u in deze ruimte de natuurlijkheid van uw zelfgemaakte masker, deze past bij u als uw eigen huid, u voelt dit niet. De verklaring van dit verschijnsel kan ik u nu nog niet uitleggen, het is een deel van het mysterie.

Zijn er nog meer vragen?

 

Hoofden worden geschud, men staat op, loopt rond, drinkt een drankje, de huisarts en de politicus steken een sigaretje op. Er is een geroezemoes van stemmen. De gedragswetenschapper vertrekt naar het toilet en komt na enige tijd terug.

 

Spelleider

Wel vrienden, laat ons na ons kopje koffie en sigaretje - en u weet hoe belangrijk onze gewoonten zijn - beginnen met het serieuze werk. Om maar met de deur in huis te vallen, ik leg u een stelling voor waar we met elkaar over kunnen discussiëren en deze stelling luidt: 'wetenschap en kennis veroorzaakt disharmonie in de mens als individu en onder de mensen als groep'.

Ik geef u hierbij het woord.

 

Er heerst een absoluut stilzwijgen, men draait onrustig op de stoelen, niemand kijkt elkaar aan.

 

Huisvrouw en moeder

Mijnheer, ik weet niet hoe ik u moet aanspreken. Niemand zegt iets en ik ben maar een eenvoudige huisvrouw, toch zijn uw woorden mij uit het hart gegrepen, maar ik kan het niet onder woorden brengen. Ik ben nu bijna vijftig jaren oud  of jong en ik zie de wereld de afgelopen 30 jaren maar achteruithollen en ik begrijp er niets meer van, en de taal van de hoge heren begrijp ik absoluut niet meer. Iedereen heeft tegenwoordig een goede opleiding genoten, iedereen heeft veel kennis vergaard, dus je zou verwachten dat er dan wel iets zou uitrollen, iets zinnigs, maar het omgekeerde vindt plaats - er is meer wanorde, er is meer onvrede en ik heb het gevoel dat niemand er nog iets van snapt. Ik zie het ook bij mijn kinderen. Ze hebben allemaal veel meer geleerd dan ik, ze hebben goede banen, maar ik weet dat ze niet gelukkig zijn. Ze klagen niet, maar ik voel het als moeder. Ze zijn niet zichzelf, ze missen iets en ik weet niet hoe het komt. Misschien kunnen de andere dames en heren mij dat duidelijk maken.

 

Spelleider

Dank u moeder voor uw bijdrage. U signaleert een duidelijk probleem, een wezenlijk probleem en in feite onderschrijft u hiermee mijn stelling. Wie van de dames en heren deskundigen voelt zich geroepen om de spits af te bijten? U mevrouw de gedragswetenschapper?

 

Gedragswetenschapper

Meneer de voorzitter, ik ben blij met dit begin. Dit is nou net wat wij als sociale wetenschappers al 25 jaar hebben beweerd: de gehuwde en onopgeleide vrouw is het slachtoffer van haar omstandigheden. Hier ligt de kern van alle ellende, we hadden geen betere start kunnen maken. De vrouw wordt gediscrimineerd, de man heeft de macht, de man is verantwoordelijk voor de ellende van de afgelopen 2.000 jaren. Wij vrouwen zijn al die tijd misbruikt en onwetend gehouden en de kerken hebben hierin een grote verantwoordelijkheid gehad. Mijn bijdrage aan ons bijeenzijn zal zich op dit facet in de ontwikkeling van de mens richten: geef de vrouw een gelijkwaardige plaats in deze samenleving, laat haar een goede opleiding volgen, laat haar het eigen brood verdienen en onafhankelijk zijn van de man. Laten we de rollen tussen mannen en vrouwen eerlijker verdelen, laat de man zich ook maar eens bezighouden met het huishouden en het opvoeden van de kinderen. Ik ben dan wel niet getrouwd, maar mijn vriend neemt wel de verantwoordelijkheid om de huishoudelijke taken evenwichtig te verdelen. Wij hebben duidelijke afspraken, onze agenda's zijn hierop afgestemd.

Recapitulerend ... geef de vrouw politieke verantwoordelijkheid, geef de vrouw een deel van macht, als het kan het grootste deel, en de ellende is de wereld uit en dan gaan we een hoopgevende toekomst tegemoet.

 

De politicus-econoom

Ho, ho, dit gaat me wel even te snel. Mevrouw de gedragswetenschapper, dit populaire item heeft geen enkele wetenschappelijke basis en gaat tegen de natuurlijke orde in. Man en vrouw zijn niet gelijk, wel gelijkwaardig, beiden hebben een andere functie. Hoe zorgt de natuur voor dit fenomeen? De vrouw moet toch de kinderen krijgen, het soort moet toch in stand blijven? En wie is er nou beter geschikt voor de opvoeding van de kinderen dan de vrouw? Kan een man dat overnemen? Nee toch. Natuurlijk, de man zal een handje in het huishouden moeten helpen als hij er tijd voor heeft. Maar minstens de eerste levensjaren is de moeder onmisbaar voor de opvoeding van haar kind. Of moeten we onze kinderen overlaten aan de 'welwillende aandacht' van betaalde krachten in kinderopvangverblijven? Ik geloof daar niet in. Natuurlijk, de vrouw moet meer meedraaien in de samenleving. Zij kan misschien op latere leeftijd een parttimebaan nemen als die er is. Maar we kunnen de natuur niet op zijn kop zetten. De man kan de concurrentie beter aan, de man is meer strijdbaar en dus beter in staat zich in het economisch verkeer te handhaven. Een vrouw is hiervoor niet echt geschikt, uitzonderingen daargelaten. Moet je de vrouw dan misschien dubbel belasten, want daar komt het toch op neer?

 

Gedragswetenschapper

Ik ben het hier totaal niet mee eens. Dit is een ouderwets standpunt en zelfs binnen de politiek betwist. Natuurlijk, ik weet het … de politiek draait met alle winden mee, de politiek laat het oor hangen naar de ideeën van de tijd, als er maar stemmenwinst mee valt te behalen. Praat me niet van politiek, de politiek is altijd de wereld van mannen geweest, mannen houden van machtspelletjes. Dat is nou juist wat ik bedoel.

 

Spelleider

Dit onderwerp zal nog wel eens ter sprake komen, maar ik zou nu graag het woord geven aan onze natuurkundige, want wetenschap en wetenschap zijn twee. Wat is wetenschap, welke kennis levert deze op en gaat mijn stelling dan nog op dat kennis de chaos doet toenemen?

 

Natuurkundige

Meneer de voorzitter, ik voel me op dit moment niet geroepen in te gaan op de vorige discussies. Dit is het terrein van de sociale wetenschappen en hoewel ik als wetenschapper en als gewone burger hierover een mening heb, wil ik me op dit moment beperken tot uw vraagstelling.

Wat is wetenschap en kan het resultaat van wetenschap - dus kennis - chaos veroorzaken?

Allereerst is het belangrijk vast te stellen wat wetenschap eigenlijk is en welk materiaal wetenschappelijk onderzocht kan worden. Wetenschap kent dus een drietal elementen: het materiaal, het onderzoek door middel van wetenschappelijke technieken of methoden en objectieve conclusies c.q. resultaten of kennis.

Welk materiaal is wetenschappelijk te onderzoeken, welk materiaal leent zich voor eindeloos herhaalde onderzoekingen met dezelfde uitkomsten, dat is de eerste vraag. Zoals u weet houdt de wis- en natuurkunde en haar specialismen - atoomfysica en de astronomie - zich bezig met de bouw van het heelal en haar verschijnselen. Primair onderzoekt deze wetenschap de stof, het materiaal in de kosmos, de natuurwetten en de gevolgen van evolutie die zichtbaar zijn in de verschijnselen, voor zover deze als materiaal wetenschappelijk te onderzoeken is.

Het tweede onderdeel is het wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoek is een denkproces - het stelt een vraag, ontwikkelt methoden en eventuele technische hulpmiddelen om het materiaal te onderzoeken en trekt conclusies. Het wetenschappelijke onderzoek krijgt pas dan een objectieve waarde of gelijk, wanneer andere onderzoekers dit proces herhalen en tot dezelfde conclusies komen. Op dit moment is het wetenschappelijke bewijs geleverd, het derde onderdeel dus.

Logischer wijze is ondermeer het gevolg van een dergelijk strikte definitie van het wetenschappelijk onderzoek, dat het grondmateriaal waarop wordt doorgeborduurd zich niet meer wijzigt. Het fundament is gelegd, verdiept zich, er vindt vanaf dit moment in feite alleen maar een uitbreiding van kennis plaats. Natuurlijk zijn er nog raadsels, er zijn nog onopgeloste vragen en er zijn nog speculatieve theorieën, doch het fundament is gelegd, is een objectief 'wetenschappelijk feit' geworden en kan toegepast worden. Dit heeft zich allemaal binnen de natuurwetenschappen afgespeeld in een relatieve korte periode van misschien 100 jaren en de gevolgen van deze kennis zijn zichtbaar in de materiële welvaart van de westerse landen.

Keren wij dan nu terug naar uw stelling meneer de voorzitter, dan moet ik als natuurkundige vaststellen: kennis veroorzaakt geen wanorde. De natuurwetenschap heeft het bewijs geleverd dat meer kennis alleen maar een eenvoudiger en logischer schepping te zien geeft, waar een paar natuurwetten of natuurkrachten werken. Dankzij onze wetenschappelijke arbeid gedurende vooral de laatste 30 jaren, zijn veel misverstanden opgeruimd en is ons beeld van de schepping tot een realistische en wetenschappelijk verantwoorde werkelijkheid geworden. Derhalve, onze huidige kennis heeft structuur aangebracht, structuur in het fundament van de kosmos en daarover kunnen we tevreden zijn.

Ik geef toe, dat ik - tot op dit moment - alleen heb gesproken over kosmische materie en kosmische krachten. Er is natuurlijk meer dan materie. Evolutie heeft ook 'leven' veroorzaakt en tot dit leven behoren dan de verschijnselen die we rekenen tot de natuur, zoals de mens, het dier en het plantenleven. Hier ligt het verhaal iets moeilijker.

Hoewel wij ons tot nu toe met de 'dode' stof hebben beziggehouden - en kunnen we eigenlijk wel spreken van 'dode' stof, alles is immers energie - het leven behoort tot een andere dimensie, hoewel de levende creaties ontwikkeld zijn uit 'dode' stof. Is dit evolutie- of scheppingsproces het gevolg van natuurwetten of is 'God' de veroorzaker? Dit is natuurlijk een academische vraag en u bent vrij in de naamgeving. Het is immers niet belangrijk of je 'natuurwetten' 'God' noemt of 'God' 'natuurwetten', 'what's in a name'? Als natuurwetenschapper heb ik er geen enkele moeite mee het Begin de Eerste Beweger of God te noemen. Iets heeft immers alles in beweging gezet? De natuurwetten of fundamentele krachten kunnen dus ook werkzaamheden of eigenschappen van de Schepper worden genoemd, de wetenschap raakt hierdoor niet in de war. Maar, om terug te keren naar de levende verschijnselen van mens, dier en plant, op dit terrein van de verschijnselen is de wetenschap niet eensgezind in haar antwoorden. Dit is ook wel logisch, het is immers moeilijk vast te stellen hoe en in welke fase van evolutionaire ontwikkeling het 'leven' is gestart. Vanaf de Oerknal tot nu ligt immers een gat van misschien wel 50 of 60 miljard jaren en we kunnen de gevolgen als 'leven' hier alleen maar op deze aarde onderzoeken en hoe zouden we dan in staat zijn om ooit de juiste conclusies te trekken? Een moeilijk vraagstuk dus. Wanneer en waar is het leven ontstaan? De gangbare theorie is dat onder invloed van hoge energieën b.v. bliksem, aardbevin­gen etc. in onze oceanen het leven is gestart. Men heeft getracht dit proces in laboratoria te herhalen, maar hoewel theoretisch aannemelijk, het is de mens nog niet gelukt 'leven' te creëren. Dus het leven is ontstaan in oerzeeën als primaire cellen en heeft zich ontwikkeld van een 'waterdier' naar een 'landdier'. De mens zou zich in een latere fase hebben afgesplitst van de aapachtigen en is dus uit het dier voortgekomen. Ondanks de missinglink - het bewijs is nog nooit geleverd - is dit een algemeen aanvaard standpunt. Als natuurwetenschapper heb ik hier grote moeite mee en voor mij is deze theorie vooralsnog speculatie. Wel is het waarschijnlijk dat ook de mens zich heeft geëvolueerd via de dierlijke stadia van ontwikkeling, maar deze ontwikkeling kan zich zelfstandig naast het 'dier' hebben voorgedaan. Wij weten het niet zeker.

Hoe kunnen we nu het 'leven' onderzoeken en welke conclusies kunnen we als wetenschappers trekken? Natuurlijk, we kunnen opnieuw de stof onderzoeken, de fysieke vorm dus. Waaruit bestaat het lichaam, hoe werken de chemische en energetische processen en wat zijn de functies van cellen en organen? Allerlei mogelijkheden voor onderzoek dus en zoals we weten heeft de biologie, scheikunde en medische wetenschap veel wetenschappelijke kennis vergaard over het functioneren van de fysieke vormen van mens, dier en plant. Maar het raadsel 'leven' is natuurlijk iets meer gecompliceerd dan de biologie, scheikunde etc. wetenschappelijk kunnen vaststellen. Er zijn gebieden die zich niet materieel laten onderzoeken. Er is nog zo iets als 'psyche', 'ziel', geest en gevoel ... werkzaamheden in fysieke stelsels van mens en misschien dier die zich niet lenen voor wetenschappelijk onderzoek, ondanks het feit dat we weten dat deze energetische werkzaamheden grote invloed op materie kunnen uitoefenen. Ondanks de nuchtere constateringen van natuurwetenschappers, heeft de mensheid gemeend dat ook deze gebieden van het 'leven' zich voor het wetenschappelijk onderzoek lenen en zo zijn de alfa en gamma faculteiten ontstaan, wetenschappen dus die zich met de mens, zijn denken, zijn gedragingen en zijn organisatie en zijn geschiedenis bezighouden. Of dit werkelijk mogelijk is en of de resultaten van onderzoekingen van de menswetenschappen wel wetenschappelijk verantwoord zijn, kunnen we op dit moment niet beantwoorden. Wel staat voor mij als natuurwetenschapper vast dat de fundamenten van alle menswetenschappen kwetsbaar, fragiel en tijdgebonden zijn en ik heb dan ook nauwelijks de verwachting dat er maar iets van de huidige populaire wetenschappelijke opvattingen in de tijd overeind zullen blijven. Een nogal schokkende bekentenis mijnerzijds voor de andere wetenschappers in ons midden. Ik ben me dit zeer goed bewust, toch meen ik in het belang van onze doelstelling, dit nu al in deze fase te moeten vaststellen en ter zijner tijd zal ik hier nader op ingaan.

Dus meneer de voorzitter, ik wil naar het eind van mijn betoog toewerken door mijn voorlopige conclusies nog eens te recapituleren.

Natuurwetenschappers hebben geen negatieve resultaten en geen chaos veroorzaakt in het menselijke denken en haar visie ten aanzien van de redelijkheid van de kosmos. Of dit ook geldt voor de alfa en gamma wetenschappen, is voor mij een groot vraagteken. Als er dan al chaos in het menselijk denken en handelen is ontstaan, althans in onze fase van ontwikkeling, dan wijt ik dit aan de conclusies en leerstellingen van economie, sociale wetenschappen, w.o. politicologie, psychologie, gedragswetenschap, pedagogiek, wijsbegeerte en godgeleerdheid ... faculteiten met een voor mij onbewezen fundament, faculteiten met twijfelachtige doctrines.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Spelleider

Na dit uitvoerige betoog van onze natuurkundige, waarin toch heel interessante conclusies worden getrokken met betrekking tot mijn stelling, meen ik dat het moment is aangebroken om onze filosoof het woord te geven. Mevrouw de gedragswetenschapper, ik zie uw ongeduld, u zit te popelen om de natuurwetenschapper van repliek te dienen, houdt u nog even in, straks krijgt u de gelegenheid.

Meneer de filosoof wilt u uw licht eens laten schijnen over dit onderwerp?

 

Filosoof

Dames en heren, ik moet bekennen dat ik met enige schroom de 'wijsheid' van mijn faculteit aan de orde ga stellen. Beschroomd in die zin dat ik bang ben dat, wanneer ik u de standpunten van onze huidige opvattingen vertaal in herkenbare en duidelijke taal, u misschien de conclusie trekt er helemaal niets van te begrijpen en misschien is dit ook wel de conclusie van ons filosofen. Een prima uitgangspositie nietwaar!

Welnu, er is een algemeen aanvaard standpunt dat filosofie of wijsbegeerte geen wetenschap is in de eigenlijke betekenis van het woord. En dit is ook juist, filosofie is geen wetenschap. Filosofie doet niet meer dan meningen, beschouwingen van misschien heel intelligente denkers, die het niet en nooit met elkaar eens zijn, te bestuderen, in kaart te brengen en vanuit deze studies worden dan misschien heel voorzichtige conclusies getrokken. En om dan maar met de deur in huis te vallen ... de bestudering van onze filosofen vanuit de oudheid tot in onze tijd, heeft niet meer opgeleverd dan de constatering dat de mens niet kan weten wat hij is, wat hij hier doet en wat de zin van dit alles is. Dit is de moderne opvatting en in die zin misschien wetenschappelijk, dat het beschikbare materiaal is bestudeerd en vergeleken, waarna tenslotte de conclusie is getrokken dat niemand het met elkaar eens is, dat alles speculatief is en dat dus niemand weet. Vervelend maar waar, ondanks het feit dat er prachtige stelsels zijn ontwikkeld waarbij de mens zich thuis zou kunnen voelen. Maar ja, feiten zijn feiten, we moeten constateren dat het allemaal fictie is. De mens weet niets zeker ten aanzien van doel en zinvolheid, de mens gelooft misschien alleen maar.

Ik ben het in grote lijnen met de vorige spreker eens, dat echt wetenschappelijk onderzoek zich beperkt tot de materie en niet de pretentie moet hebben de mens te kunnen doorgronden of te kunnen analyseren. Ik wil hiermee niet beweren dat de wetenschappen die de afgelopen 40 jaren zo'n grote belangstelling genieten, vooral de sociale wetenschappen, niet een bestaansrecht hebben. Ik wil u alleen maar attenderen op de betrekkelijke waarde van de onderzoekingen op dit terrein van het menszijn, een relatieve waarde dus gebonden door tijd en ruimte, vergelijkbaar met de relativiteit van een Einstein. Anderzijds moet ik u wijzen op die sterke behoefte die er blijkbaar in de mens leeft, om een zinvolle verklaring van mens en kosmos te zoeken. Steeds zijn er denkers geweest, denkers die wij filosofen noemen, die de pretentie hebben gehad verklaringen te geven over het fenomeen schepping en zoals u weet zijn er interessante werelden gecreëerd, zoals de universele en samenhangende werelden van onze Griekse denkers in het verre verleden tot en met een zinloze, nihilistische wereld van een Sarte in de moderne tijd. Wanneer we hierbij nog eens de opvattingen van de bekende godsdiensten of oude religieuze en/of filosofische stelsels van het Verre Oosten betrekken, worden de denkwerelden van de mensheid nog eens verruimd met vergezichten die zich verhouden of kunnen meten met de werelden van onze natuurkundigen en astronomen, een schepping van werelden die onderhevig is aan evolutionaire wetten met tijdseenheden van miljarden jaren, een onvoorstelbare wereld dus.

In theorie kan alles waar zijn en misschien zal uiteindelijk blijken dat de wereld zinvol is, doch wij, wetenschappers in de wijsbegeerte, komen tot de conclusie: wij weten niets zeker, alles is speculatie en zelfs het bestaan van 'God' achten wij niet ter zake doende. De mens wordt hier geboren als een fysiek en misschien nog als een 'denkend' wezen. Hij verblijft hier even al werkend, zichzelf als soort voortplantend en als hij geluk heeft misschien nog een beetje genietend en dan volgt de dood, het einde. Of dit het absolute einde is, of er misschien een voortbestaan na de fysieke dood is, weten we niet, dat is het terrein van de godsdiensten, de spiritisten, sommige wijsgeren en andere 'gelovigen'. De wetenschap zegt: wij weten het niet, wij gaan ervan uit dat de dood het einde is.

Zoals u kunt aanvoelen waren de gevolgen in het culturele en maatschappelijke denken van de westerse wereld in de afgelopen 40 jaren, waar het eeuwigheidideaal ‘mens – God’ verdween door het massaal leeglopen der kerken, dermate dramatisch dat ieder ideaal dat verder reikte dan de dood werd afgedaan als achterhaald, ouderwets en leugenachtig. Op deze bodem, zo rijk aan voedingsstoffen van de negatieve emoties naar het verleden, ontwikkelde zich de nieuwe wetenschappen van gedragspsychologie, sociologie, pedagogiek, politicologie, de wetenschappen van de teleurgestelde en afvallige protestantse en katholieke arbeiderskinderen, die de wereld wel eens zouden verlossen van de oude machtstructuren van gezin, kerk, politiek en economie. Op dit moment wil ik alleen dit feit constateren. Ik wil niet ingaan op de geweldige maatschappelijke gevolgen, toen grote aantallen sociale wetenschappers op de samenleving werden losgelaten en een politieke macht van betekenis gingen vormen. De westerse mens was losgeslagen van zijn ankers met de 'eeuwigheid'. Hij was nu immers zelf verantwoordelijk, niet alleen voor zichzelf maar ook nog eens voor een rechtvaardige samenleving en vanuit zijn optiek dat de mens een product was van de omstandigheden, was dit de gelegenheid om de maakbare samenleving te hervormen naar het ideaalbeeld en dan nog wel binnen één mensenleven, misschien.

Als ik terugkeer naar de beantwoording van de stelling 'veroorzaakt wetenschap chaos', dan moet ik deze vraag bevestigend beantwoorden vanuit mijn professie, dus als wetenschapper in de wijsbegeerte en ten principale verantwoordelijk voor de fundamenten van de overige menswetenschappen.

Dit is het algemene antwoord, het antwoord van de algemeen aanvaarde waarden van de wijsbegeerte, geldend voor deze tijd, een relatieve waarde dus. Mijn persoonlijke opvattingen heb ik achterwege gelaten, voor dit moment althans. 

 

Spelleider

Ik dank u hartelijk voor uw filosofische bijdrage. Twee eerbiedwaardige faculteiten zijn aan het woord geweest, een jonge natuurkundige loot en de oude wijsgerige tak. De één zag orde, de ander achtte zich verantwoordelijk voor wanorde. Is het trouwens niet eigenaardige dat die oude Griekse loot, de wijsbegeerte, al in het verre verleden de structuur van de kosmos kende en het atoom aanwees als de bouwsteen? Hoe kwam zij zonder technische hulpmiddelen aan deze kennis? Een nieuw filosofisch vraagstuk misschien? Goed, dit komt misschien nog wel eens aan de orde. Voordat ik onze huisarts en onze gedragswetenschapper het woord wil geven, denk ik dat onze politicus en econoom nog wel enkele nieuwe raadsels kan toevoegen en misschien kan aangeven of hij het eens is met onze stelling. Toch zou ik u willen vragen u voorlopig te beperken tot de vraagstelling en niet te veel te reageren op de vorige sprekers. Straks breng ik een nieuwe gast binnen en dan komt het 'spel' misschien beter tot zijn recht. Heb a.u.b. even geduld.

 

Politicus-econoom

Zeer geïnteresseerd heb ik de betogen gevolgd en nu, na een tijdje te hebben verwijld in denksystemen van universele omvang, moet ik terugkeren naar de aardse werkelijkheid van pragmatisme en politiek. Voorwaar, een wereld van verschil.

U zult mij niet euvel duiden dat deze 'werelden' niet echt voor mij leven. Ik ben een rationalist, een praktisch mens die te maken heeft met de feiten, de situatie van onze samenleving, eventueel uitgebreid tot een wereldgemeenschap. Dit is enerzijds een wereld van doelstellingen en haar realisatie en anderzijds een politieke werkelijkheid van het bereikbare en de politieke wegen die naar een doel leiden en dit alles vanuit de idee, of filosofie - voor zover dit niet een te zwaar woord is - dat de mens zelfzuchtig en onbetrouwbaar is en derhalve door een systeem geneutraliseerd moet worden. Wij als westerse samenlevingen hebben gekozen voor het democratische systeem, omdat dit van alle gevaarlijke systemen - en ik doel hier op macht - de minst gevaarlijke is, althans dat denken wij. Natuurlijk accepteren wij hiermee het feit dat binnen democratieën nauwelijks positieve sturing mogelijk is. Binnen dit systeem werken de krachten van verdeel en heers, stemmenmakerij, manipulatie, mannetjesmakerij, versluiering, belangengroepen en netwerken van macht en in onze gecompliceerde westerse samenlevingen is het spel om de macht heel subtiel, ondoorzichtig en bedrieglijk. Niettemin, dit zijn de feiten van alle dag. 

U kijkt verwonderd, ik weet wat u bedoelt. Hoe kun je zo cynisch het politieke bedrijf belichten, terwijl je er zelf deel van uitmaakt. Ik zal proberen u dit uit te leggen.

Kijk, ik weet precies wat u mij als politicus verwijt en u hebt gelijk. Waarom zou ik dan al niet direct in het begin van mijn verhaal het politieke bedrijf 'eerlijk' tegemoet treden, waardoor ik u het gras voor de voeten wegmaai. Maar, laat ik verdergaan, want zo erg is het nou ook weer niet. Natuurlijk hebben wij een visie van de mens en natuurlijk is die niet zo positief en hoopgevend dat wij de mens in vol vertrouwen tegemoet kunnen treden. Wij zijn in de eerste plaats realisten en de geschiedenis van de mens stelt ons in het gelijk. Alle uitgeprobeerde systemen hebben gefaald: dictaturen en theocratieën zijn de veroorzakers van oorlogen en gaan gepaard met armoe en ellende voor het volk.  Het zijn slechts de democratieën die een betrekkelijke vrede, rust en relatieve welvaart hebben kunnen bereiken. Dit heeft de geschiedenis ons geleerd en ik neem niet aan dat iemand van de aanwezigen dit in twijfel zal trekken. De westerse samenleving heeft dus voor een democratie 'gekozen', voor zover er van 'kiezen' sprake kan zijn. Over welke democratie hebben we het nu. Afhankelijk van de ideologie t.a.v. de economische ordening kennen we een aantal verschillen. De U.S.A. heeft gekozen voor een kapitalistische systeem en een aantal Europese socialistische landen hebben zich, na het failliet van het communisme, bekeerd tot een systeem met een sterkere marktwerking op kapitalistische grondslag. Zuivere vormen van het kapitalisme en het socialisme vinden we niet meer. In Europa bestaan eigenlijk tussenvormen, de zogenaamde geleide economieën. Niettemin, de marktwerking en privatisering is weer populair geworden. De socialisten hebben 'zich vergist' en alles wordt nu geleidelijk op zijn kop gezet met alle gevolgen van dien ... verwarring dus.

Is de politiek verantwoordelijk voor een dergelijk proces van verandering? Was het maar waar. Dat zou betekenen dat politiek nog stuurkracht zou bezitten. Het is de tijdgeest die dit veroorzaakt. Maar wat veroorzaakt dan de verandering van die geheimzinnige en onbewuste kracht die we 'tijdgeest' noemen? Dat is een verhaal apart, daar kom ik misschien nog op terug.

Er wordt wel eens gezegd - het volk krijgt de overheid en het systeem dat het verdient. Misschien zit hier een kern van waarheid in. Heeft de mens die onderdeel uitmaakt van een volk, niet de onbewuste neiging soortgenoten c.q. lotgenoten op te zoeken, vanuit het besef 'samen sta je sterker' en dus formeren wij clubjes of groepjes die binnen ons bestel 'partijen' worden genoemd. Zou het niet veel eenvoudiger zijn wanneer die mens in staat zou zijn heel pragmatisch een regering te kiezen op basis van een zakelijk program, waarbij ideologieën, doctrines en alle heilige koeien worden genegeerd? Een utopie waarschijnlijk, maar het zou alles wel veel eenvoudiger maken en het zou het welzijn, de duidelijkheid en de resultaten ten goede komen. Nee dus, dit is hier niet mogelijk. Kunnen we dan de politici kwalijk nemen dat zij hun rol van belangenbehartigers zo goed mogelijk invullen op een politieke wijze, dus manipulatief, bedrieglijk en versluierend? Het gaat toch om de macht, om de eer en glorie en dus om het stemvee en dan is duidelijkheid toch uit de boze? Het is toch logisch dat je als partij de ander probeert onderuit te halen en zwart te maken als dit een politiek voordeel oplevert. En wanneer partijen al besluiten samen te werken om een regering te vormen, eist het politieke bedrijf dat ze elkaar voortdurend nauwlettend in de gaten moeten houden. Van echte doeltreffende en spontane samenwerking zal nooit sprake kunnen zijn en dat weten ze van elkaar. Is het dan een wonder dat alleen politieke 'dieren' zich tot dit ambt geroepen voelen en er zich wel bij voelen. Of dit een schone of minder schone karaktertrek is, staat nu niet ter beoordeling, dit is 'voer voor de psychologen'. Wij ontkomen niet aan de constatering dat er altijd voldoende mensen in een samenleving zijn, die het politieke vak kiezen en derhalve kiezen voor de rol die hier bij hoort met al die vervelende bijverschijnselen op het persoonlijke vlak, zoals desintegratie van de persoonlijkheid, het opgeven van persoonlijke integriteit en waarachtigheid en het versterken van de zucht naar macht. Vergeet niet dat 'macht' een magnetische kracht bezit, dus nieuw voedsel voor onze psychologen.

Een vraagje tussendoor. Waarom wil de politiek niet een algemeen bindend referendum, waarom is ze hiervoor doodsbenauwd? Waarom schendt de politiek het grondrecht van een volk door zelfs geen referendum te houden over het opgeven van het zelfbeschikkingsrecht, zoals we in onze tijd in Europees verband hebben zien gebeuren tijdens de conferentie van Maastricht? Regeringen, overheden en parlementen weigeren de macht te delen! Enerzijds vanuit het eigenbelang en anderzijds vanuit het idee dat het volk nooit zelf en rechtstreeks kan en mag kiezen omdat het onbekwaam en onwetend is ... de arrogantie van de macht dus. Dit zal nooit worden uitgesproken. Het zijn wel de feiten, maar wie interesseert zich hiervoor?              

Een ander verhaal. Opnieuw feitenmateriaal voor de zelfdenkende mens om er achter te komen hoe dingen werken in het politieke bedrijf en om het openlijke bedrog van de politiek zichtbaar te maken, een bedrog waar niemand over valt. Het verhaal van het failliet van het communisme en de blijheid van de westerse wereld en de 'hulp' die door het westen wordt verleend. Let op, het vijandbeeld dat we zo hard nodig hebben binnen de politiek verdwijnt. Verwarring is het gevolg ... wat moeten we nu weer verzinnen???.

Het begin, iemand in de USSR neemt het voortouw tot verandering. Het communistische regime zweert de planeconomie af wegens ontoereikende resultaten. Zij wil een nieuwe ordening op basis van de marktwerking. Het westen springt er bovenop, belooft, juicht toe, complimenteert en zet een beetje geld in met toezeggingen in de toekomst veel te willen investeren. Daarbij verkoopt zij haar visie - een paar jaar grote ellende, daarna moet het leed geleden zijn, dan zullen de resultaten zichtbaar worden als meer welvaart voor deze volkeren. Hoopvolle berichten dus. En iedere politicus, ieder weldenkend mens wist van tevoren dat een dergelijk proces van verandering, na een slaapperiode van 60 jaren, generaties zou duren, generaties van ellende, armoe en misschien zelfs wel met de mogelijkheid van een terugkeer naar de dictatuur. Het is zelfs erger. Hoe zouden deze volkeren binnen de keiharde economische oorlog die momenteel wordt gevoerd tussen de U.S.A., Europa en het Verre Oosten, hoe zouden zij in staat zijn hun economieën van de grond te krijgen, terwijl wij in West-Europa al de grootste moeite hebben deze strijd te overleven. Dit is het grote bedrog van onze westerse politieke leiders t.o.v. de Oost-Europese landen en niemand valt hierover. En wat doen we nu? Niets.

Misschien vraagt u opnieuw: 'waarom belicht je op deze wijze de politiek, waarom zo negatief?' Wel geachte aanwezigen, ik wil u doordringen van het feit dat politiek een baan is voor sterke zielen, zielen of personen die nuchter zijn en zich niet laten leiden door sentimenten. Het is een hard bedrijf. U hebt gemakkelijk praten vanuit uw veilige beroepen waar men zelfs kan filosoferen over het wel en wee van de wereld. Wij zijn de harde werkers, de pragmatici met vuile handen. O ja, dat laatste geef ik onmiddellijk toe, maar dit alles dankzij het feit dat jullie slapen en niet wakker willen worden, het zij zo.

Na deze zijsprongen wil ik terugkeren naar het eigenlijke onderwerp.

Wat is nu de verantwoordelijkheid van de politiek. In principe het bevorderen van de welvaart en dus ook het welzijn van haar bevolking. Maar zo simpel liggen deze zaken niet meer. De politiek wordt sterk bepaald door de krachtvelden die werken binnen een samenleving en die krachtvelden hebben te maken met visies, ideologieën en de tijdgeest. Een politiek dier moet gevoelig zijn voor de mysterieuze krachten van trend, tijdgeest en te verwachten veranderingen op welk terrein van het leven dan ook. En natuurlijk is de politiek sterk afhankelijk van de toevallige opvattingen van wetenschap en haar afgeleiden binnen opvoeding, werkgemeenschap en samenleving en natuurlijk speelt de politiek het spel mee in het geven van eenvoudige antwoorden d.m.v. geaccepteerde normen en waarden die tijdelijk de taboes en heilige waarheden van de tijd vertegenwoordigen. Politiek is dus een toneelspel en politiek reageert pas wanneer de maatschappelijke krachten zo sterk zijn, dat er gereageerd moet worden. Binnen die geaccepteerde krachten van een bepaalde tijd manipuleert de politiek weer zoveel mogelijk tegenkrachten om het spel niet te verliezen en om de macht te handhaven. Vandaar ook de tegenstelling staatsman - politicus - een staatsman heeft een langetermijnvisie en zorgt voor continuïteit, een politicus reageert per dag op de gebeurtenissen, bezit de wil tot overleven en bezorgt uiteindelijk de samenleving discontinuïteit, hypocrisie en valse waarden. Staatslieden zijn dus in onze tijd uitgestorven, zij behoren niet meer tot onze tijd. De politicus bezit als kerneigenschap dat hij streeft naar macht voor zichzelf, vervolgens zijn partij en misschien nog eens zijn volk. In ieder systeem komt dit voor, zelfs binnen de dictatuur al is dan de groep van politici wel kleiner. In onze gecompliceerde democratieën wordt in deze tijd een ieder opgevoed een politiek dier te worden en natuurlijk is de één vanuit zijn karakterstructuur hiervoor beter geschikt dan de ander. Voor ons politici staat vast dat kennis, mits voldoende versluierd en versnipperd, de macht van de politici vergroot, doch de onvrede en chaos in de samenleving doet toenemen. Maar alleen in chaos en onvrede kan het politieke bedrijf existeren, dat is onze enige zekerheid op een lang politiek leven.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Spelleider

Meneer de politicus, ik ben verwonderd over uw openhartigheid die ik hogelijk waardeer. Misschien een voorbeeld voor ons allen? Wie had dit verwacht en dan zo snel, we zijn pas bezig. Dit schept verwachtingen.

Mevrouw de gedragswetenschapper, u popelt, ik geef u het woord.

 

Gedragswetenschapper

Schandalig, in één woord schandalig vind ik deze verhandeling van onze politicus. Als dit de werkelijkheid van het politieke bedrijf vertegenwoordigt, dan vrees ik het ergste voor onze wereldgemeenschap, dan is het maar goed dat er gedragswetenschappers zijn die de mensheid zullen opvoeden en als het moet, straks met dwang.

 

Politicus

Berg je dan maar - de nieuwe dictatuur, nog een graadje erger.

 

Gedragswetenschapper

Ik verzoek u mij niet meer te onderbreken, zo kom ik niet verder.

Meneer de voorzitter, ik herhaal dat ik van dit politieke verhaal onpasselijk ben geworden. Ik vind dit een schande en ik zit hier bijna te trillen van woede. Is het dan een wonder dat wij vrouwelijke gedragswetenschappers dit mannelijke politieke bedrijf ten stelligste afkeuren, dat wij de man verantwoordelijk houden voor de ellende van duizenden jaren politiek, machtsmisbruik en onderdrukking van sowieso de vrouw!

Maar laat ik me bij het onderwerp houden. Ik wil de visie van de gedragswetenschapper als boodschap, maar wel een wetenschappelijke boodschap, aan u overdragen, ik wil dat u onze ervaringen en onze onderzoekingen zult gebruiken in relatie tot het doel waarvoor we hier zijn.

Onze wetenschap is betrekkelijk jong en haar invloed is nog gering, maar haar invloed groeit, onweerstaanbaar. Waarom heeft het zo lang geduurd dat deze wetenschap van de menselijke gedragingen werd erkend en serieus genomen? Wel mijne dames en heren, dat is de schuld van de godsdiensten. Zij hebben eeuwen lang de mens dom willen houden, zij wilden de macht behouden. Dankzij vooral de gedragswetenschappen hebben wij leren inzien, dat de mens een product is van zijn opvoeding en omstandigheden en dankzij deze wetenschap weten wij nu hoe wij de mens kunnen veranderen, waardoor op termijn de mens van redelijkheid ontstaat - een pragmatisch mens zonder illusies, een mens zonder 'God', een mens die hier tijdelijk is en zijn verantwoordelijkheid neemt voor het wel en wee van deze wereld. Natuurlijk hebben wij nog een lange weg te gaan, natuurlijk moeten wij nog vele vooroordelen bestrijden, vooroordelen die liggen op het terrein van de ongelijkheid van de mens zoals we nog steeds zien binnen de machtstructuren van de man - vrouw - verhoudingen, politieke systemen en haar gevolgen het racisme. Maar wij hebben de aanzet gegeven, het begin is er en de opvoeding kan beginnen.

Waar ligt het begin, vanaf welk moment nemen we de opvoeding van de nieuwe mens ter hand. We weten uit de ervaringen van de godsdienst en het communisme dat we zo vroeg mogelijk moeten beginnen en dat zo vroeg mogelijk is binnen onze cultuur vanaf rond 2 jaar. Tot die tijd kan de moeder het kind dagelijks begeleiden en verzorgen en de eventuele fouten in opvoeding kunnen we daarna nog wel corrigeren. Maak nu niet de fout te denken dat deze termijn misschien wel verlegd kan worden naar 4 jaar of nog ouder, dan is er al zoveel onheil geschied dat de inspanningen van heropvoeding evenredig toenemen. We beginnen dus zo vroeg mogelijk met de opvoeding van het kind en hoe bereiken we dat dit in onze samenleving aanvaard wordt, want niets gaat vanzelf, alles moet gestuurd worden. Wel dames en heren, hier hebben we al 20 jaren aan gewerkt en we hebben al mooie resultaten bereikt. Wat is er in deze periode geschied?

Vanaf de 60-er jaren hebben wij, sociale wetenschappers, gezamenlijk de oude machtstructuren aangevallen en onderuit gehaald. In het begin met ludieke acties, in latere fasen met wetenschappelijk onderbouwde analyses. De eerste belangrijke stap om invloed uit te oefenen op de politiek, was het besluit om langzaam binnen te dringen in de socialistische partij, de enige partij die openstond voor onze doctrines, omdat wij ogenschijn­lijk voor de belangen van de 'kleine man' opkwamen. De oude hiërarchie binnen deze partij van goedwillende arbeiders was natuurlijk snel opgerold. Het was een eenvoudige klus voor ons wetenschappers, opgeleid in de manipulatietechnieken en juiste kretologieën, om deze partij over te nemen en vanuit deze positie hebben wij langzaam de oude verstarde samenleving veranderd in een progressieve richting. Wij hebben bereikt dat de gelijkheid van de vrouw werd erkend, waardoor het mogelijk werd de verplichting in te voeren dat de vrouw haar eigen kostje moet verdienen, gehuwd of niet gehuwd, met of zonder kinderen, op enig moment moet zij onafhankelijk zijn van de man. En het gevolg van deze plicht tot betaalde arbeid was een ontwikkeling in de richting van kinderopvangverblijven, voorlopig nog vrijwillig, doch ons doel is dat in de nabije toekomst kinderen vanaf 2 jaar verplicht opgevoed worden in deze instituten tot zij de leeftijd van leerplicht hebben bereikt. In deze kinderdagverblijven zal de opvoeding in gemeenschapszin te midden van kinderen van andere culturen, ter hand worden genomen door mannen en vrouwen opgeleid binnen de sociale academies. U kunt er zeker van zijn dat alle negatieve beïnvloeding van de ouders hier geneutraliseerd zullen worden. Na deze fase gaan onze kinderen naar de scholen om door middel van maatschappijleer e.d. verder opgevoed te worden in de eisen die de nieuwe tijd gaat stellen - de redelijke mens zonder vooroordelen. U zult begrijpen dat we nog ongeveer 2 generaties nodig hebben om onze doeleinden te verwezenlijken, maar die tijd komt. Logischer wijze zullen wij het gezin niet meer centraal stellen. Het gezin was immers de bron van alle ellende, van onderdrukking en van vooroordelen. Wij willen straks een samenleving van 'vrije mensen met een ingebouwde antipathie voor ongelijkheid', een groots ideaal vindt u niet? De nieuwe mens zal automatisch reageren, handelen en kiezen zodra hij symbolen van ongelijkheid ontdekt, zoals racisme, discriminatie, ongelijkheid tussen man en vrouw, biseksuelen, homoseksuelen en lesbiennes etc. en ter zijner tijd zullen officiële meldingsposten worden gecreëerd, waar klachten van slachtoffers en waarnemers telefonisch binnenkomen. Hiertoe zullen 06-nummers worden geopend en een ieder kan zonder kosten en eventueel anoniem klachten deponeren. Dit geldt ook voor onze bedrijven, iedere vorm van discriminatie zal gemeld moeten worden en onze vertegenwoor­digers zullen dus ook bij de sollicitatieprocedures aanwezig zijn, want iedere subjectieve invloed in de afweging dient voorkomen te worden.

U ziet, het programma is gereed en nu nog de uitvoering. Veel van onze wensen en eisen zijn al tot algemeen goed verheven, de rest is een kwestie van tijd.

Als gedragswetenschapper geef ik u een hoopvolle toekomst Ik schets een beeld van een wereldgemeenschap waar geen ongelijkheid meer voor komt, een toekomstige werkelijkheid die zelfs onze godsdiensten nooit hebben kunnen bereiken en daarom benoem ik deze tak van de wetenschap als de nieuwe godsdienst, de nieuwe opdracht voor de komende generaties.

Ik heb gezegd.

 

Spelleider

Mevrouw, ik dank u voor uw bijdrage.

Vanuit uw visie gaan we een goede tijd tegemoet en de verwarring van deze tijd ziet u dus als een tijdelijke ergernis, een tijdelijke wat moeilijke fase in onze geschiedenis, straks zal het beter zijn.

Uw verhaal zal evenals de andere verhalen de nodige reacties oproepen. Ik ben benieuwd. Voorlopig wil ik nu het woord geven aan onze arts en psycholoog.

Ga uw gang.

 

Arts-psycholoog

Dames en heren, vele kanten van de mens en de samenleving zijn inmiddels belicht vanuit één centrale gedachte: wat is die mens en kan de mens in harmonie met anderen samenleven.

U zult begrijpen dat ik als huisarts van nature affiniteit heb met de mens als individu en in mindere mate met de mens als collectief. Mijn keuze destijds voor dit beroep was voor een belangrijk deel gebaseerd op het fenomeen hulpverlening, ik wilde immers de individuele mens helpen.

Al snel werd ik me als medicus bewust, opgeleid in het diagnosticeren van somatische verschijnselen, dat mijn opleiding tekortschoot in het herkennen van de, wat wij nu noemen, psychosomatische klachten. De mens is niet alleen maar lichaam, de mens is niet alleen maar een chemische fabriek, de mens is blijkbaar ook nog een geestelijk, zo u wilt een spiritueel wezen. Het gevolg hiervan is geweest, dat ik me vervolgens heb laten opleiden tot psycholoog, een besluit waar ik tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor ben.

De jaren dat ik mijn huisartsenpraktijk heb uitgeoefend, al weer bijna 30 jaren lang, heeft me veel geleerd over het raadsel mens. Ik kan u meedelen, dat ik niet meer dezelfde ben als 30 of 20 jaar geleden, ik ben zoveel onwaarschijnlijkheden en zoveel raadsels tegengekomen, dat dit mij zeer bescheiden heeft gemaakt t.o.v. van mijn medische kunde of kunst, ik heb niet meer de pretenties van het verleden. Natuurlijk maak ik gebruik van mijn medische kennis om somatische klachten te behandelen, maar ik ken de betrekkelijkheid en ben zeer voorzichtig in het binnensluizen van mijn patiënten richting het grootschalige technische circuit. Ik ken de gevaren en het gemak waarmee met patiënten wordt omgesprongen, ik ken de medische hoogmoed. Dit geldt tevens voor de psychosomatische verschijnselen. Ook de psycholoog weet nauwelijks iets over de mens als geestelijk wezen, als ziel, als psyche. Het raadsel is toch groter dan men dacht en misschien waren de oude Grieken beter op de hoogte, gezien de inscriptie op een Griekse tempel 'mens ken uw 'zelf'. Wat is die mens dan precies, wat is dan het raadsel, waarom worden we als medische wereld voortdurend verrast door medische onmogelijkheden. Is die mens dan toch dat eeuwige wezen zoals alle godsdiensten leren? Blijft die mens dan toch leven na de dood van zijn stoffelijk lichaam? Allemaal vragen die beantwoord moeten worden, vragen die tevens met de zin van dit alles te maken hebben, vragen die ons in deze tijd van materialistische opvattingen en 'God is dood' theorieën met de neus op de feiten drukken, feiten die ons, behorende tot de club van denkende wezens, soms het schaamrood naar de kaken jagen. Wie zijn wij nou precies, wat doen wij hier en is dit alles? U ziet het, als huisarts begonnen, psycholoog als tussenfase en nu al een filosoof en dat alleen maar door het waarnemen van onwaarschijnlijkheden en menselijke raadsels. Ik denk niet dat ik onze filosoof in ons midden tekort doe, wanneer ik stel dat het leven zelf de wijsgeer creëert en niet de faculteit. Een gewaagde stelling? Misschien.

Meneer de voorzitter, ik neem uw stelling ter hand - veroorzaakt kennis wanorde. Mijn antwoord is ja, in geval van onvoldoende of fundamenteel onjuiste kennis en nee indien alle kennis wordt samengebracht op een waarachtig en juist fundament. Dit is nogal wat zult u zeggen en u hebt gelijk. Ik zal u uitleggen wat ik bedoel en vergeef mij straks mijn onwetenschappelijke houding van onbewijsbare gedachten en conclusies. Als filosoof van het leven permitteer ik mij deze vrijheid en ik voel me daar goed bij.

De mens is een denkend wezen nietwaar, de mens denkt dus na over zichzelf, over de samenleving, over de natuur, over de kosmos. De mens ziet miljarden verschijnselen en probeert daar een totaalbeeld van te maken. Niets aan de hand zult u zeggen, dat heeft de mens altijd gedaan en zo zijn de wijsgeren ontstaan die een totaalverhaal wilden.

De mens is ook een intelligent wezen en wat is intelligentie dan eigenlijk. Intelligentie noem ik dat vermogen om uit de miljardenvoudige verschijnselen - en misschien nemen wij er slechts een paar miljoen of een paar honderdduizend waar - de tegenstellingen te peuren en uit die tegenstellingen of onmogelijke waarnemingen conclusies te trekken. Wij leren dus in haar algemeenheid door de tegenstellingen licht - donker, koud - heet, liefde - haat, waar - onwaar, groot - klein, man - vrouw, denken - gevoel, harmonie - chaos, elektrisch - magnetisch, menselijk handelen met resultaten - zonder resultaten etc en dit verschijnsel noemen we dualisme of tweelingkrachten. Niemand zal dit of wil dit ontkennen. Het is een natuurlijk proces en zelfs de natuur is door dit fenomeen tot aanzien gekomen, zegt men. De mens ontvangt miljoenen prikkels als informatie, gevoelsprikkels en denk- of informatieverschaffende prikkels vanaf het geboren worden tot aan de dood van het lichaam. Prikkels waarmee de mens niets of iets doet, prikkels die onbewust worden toegediend en ook onbewust worden verwerkt en bewust toegediende prikkels die óf onbewust óf bewust worden verwerkt. Die prikkels, miljarden x miljarden aantallen informatie worden opgeslagen en verwerkt, ergens in de mens, misschien de hersens, misschien de 'ziel' of 'geest' of misschien ergens anders. De mens is zich dit nauwelijks bewust, maar al die informatie heeft invloed, meer of minder, bewust of onbewust. We gaan nu even voorbij aan de vraag of de mens blanco wordt geboren, of dat er misschien al zoveel informatie ligt opgeslagen - ergens - dat ook het karakter al min of meer is bepaald. Voor dit moment willen we ons even beperken tot de bewust toegediende en ook bewust verwerkte informatie die we gedurende - laten we stellen - de eerste 30 jaren hebben opgenomen. We weten hiervan dat bijna alle overgedragen kennis van wetenschap etc. relatief en tijdgebonden is. De jeugdige mens beseft dit niet. Het is hem nooit geleerd alle kennis met een korreltje zout te nemen. Er is hem nooit geleerd nieuwsgierig te blijven ten aanzien van het raadsel mens, het raadsel kosmos, het raadsel God - mens - natuur. De mens neemt dus deze informatie op en accepteert deze voorlopig als waar en waarom zou hij ook twijfelen, hij kan die informatie in dat vroege stadium nauwelijks bevatten, laat staan doorzien. Intellectuele nieuwsgierigheid wordt hem niet geleerd en wie zou hem dit ook moeten leren, want zelfs de wetenschappelijke wereld kent nauwelijks deze nieuwsgierigheid, gezien het feit dat er nog nauwelijks generalisten zijn zoals in vorige eeuwen voorkwamen. U zult zeggen, dat kan ook helemaal niet meer. De wetenschap is zo uitgedijd dat zelfs binnen één specialisme, binnen één faculteit de hoeveelheid informatie dermate groot is, dat het opnemen en verwerken van die informatie al bijna niet meer is bij te houden. En natuurlijk heeft u hierin gelijk, dit lukt niet meer, althans niet op die manier. Is er dan wel een manier om een totaaloverzicht te verkrijgen, is het mogelijk alle raakvlakken van het leven, dus alle specialismen te doorgronden om toch een redelijk beeld van de werkelijkheid te krijgen? De wetenschap zegt nee, dit is onbegonnen werk en neem van ons dan maar aan, dat wij op ieder deelterrein van iedere specialisatie die kennis bezitten en dat niemand anders, in het bijzonder de 'leek' maar ook niet iemand die tot een andere faculteit behoort, kan oordelen over onze bevindingen. ‘Daar blijf je met je poten van af’, sorry voor deze uitdrukking, dus ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Voor een zoeker naar 'waarheid', voor een geboren nieuwsgierig mens is dat antwoord natuurlijk niet bevredigend en dus zoekt die mens naar andere wegen om toch overzicht te verkrijgen, want intuïtief weet hij dat die zogenaamde wetenschappelijke kennis nauwelijks iets voorstelt op universeel niveau. Wie niet 'sterk' is moet 'slim' zijn en dus gebruikt de nieuwsgierige mens andere middelen, andere slimmigheden. Hij speelt iedereen tegen iedereen uit, hij laat de ene deskundige de ander onderuit halen en omdat iedere faculteit voor- en tegenstanders kent, omdat ieder specialisme deskundige mensen telt die het niet met elkaar eens zijn, is dit de weg om in grote lijnen binnen een redelijke termijn de inhoud van wetenschappelijke kennis op haar waarde te schatten. En je komt dan tot schrikbarende conclusies! Je leert dat eigenlijk niemand iets zeker weet, dat er allerlei theorieën zijn met aanhangers en tegenstanders en niemand maakt zich hier druk over, alles wordt aan­vaard, zelfs wanneer in een zo korte periode van zeg eens 20 jaar, de wind weer eens uit een andere hoek komt waaien. Het lijkt er soms op dat wetenschappelijke kennis dezelfde soepelheid en hetzelfde korte geheugen bezit als de politiek, een eigenaardig verschijnsel.

We vatten de draad weer op en vervolgen het verhaal. De nieuwsgierige mens kan dus toch tot een redelijk totaalbeeld van de wereld komen, dus inclusief de mens, wanneer hij alle tegenstellingen binnen de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke werelden gebruikt om voor zichzelf een acceptabel kosmisch beeld van de werkelijkheid te scheppen. Of dit nu echt waar is doet in feite niet zoveel ter zake, want wat is waar? Als zelfs die wetenschappelijke wereld zoveel twijfelachtige fundamenten bezit, waarom zou de nieuwsgierige mens niet een sluitend en bevredigend wereldbeeld mogen scheppen, hij voelt zich er toch behaaglijk bij en wij waren er toch op uit het welzijn van de mens te bevorderen?

Dus uit die enorme hoeveelheid informatie van deskundigen selecteren wij alleen die informatie waarover onderlinge strijd heerst en wij trekken eigen conclusies.

Van het leven heb ik geleerd dat 'waarheid' eenvoudig is en ik heb ditzelfde principe ontdekt bij wijze mensen. Uit natuurwetenschappen heb ik de samenhang en de simpelheid van de opbouw van de kosmos leren zien en ontzag en respect en liefde gekregen voor de Ontwerper en diezelfde verschijnselen zag ik bij allerlei esoterische informatie van wijsgerige stelsels in het oude Egypte en het Verre Oosten. Het leven blijkt echt simpel te zijn, de mens maakt het gecompliceerd.

 

Na deze voortijdige doch voor mij zo bepalende levenshouding wil ik nu overgaan tot verschijnselen die mij, de nieuwsgierige mens, ietwat vreemd voorkwamen en vanuit de fysiologie of fysica van de kosmos weet ik inmiddels dat de naam 'vreemd' zelfs werd toegekend aan elementaire deeltjes.

Ik ben zo vrij een aantal eigenaardigheden te benoemen en ik weet gelijktijdig dat ik hiermee niet het bewijs lever. Ik prikkel de mens tot nieuwsgierigheid, wij houden toch zo van het oplossen van raadsels?

U neemt mij hopelijk niet kwalijk, dat ik kris kras door allerlei wetenschappelijke en andere beslommeringen heen dwaal en dat er misschien zo nu en dan geen sprake kan zijn van logische ordening of systematiek. Het is een pure opsomming van feiten, meningen, gebeurtenissen en niet meer. Misschien hebt u antwoorden die ik nog niet ken, misschien is uw filosofische inhoud dermate superieur aan de mijne, dat ik misschien aan het eind van deze cessie tot de conclusie moet komen: ik heb hier veel geleerd, ik moet mijn mening herzien. Het zij zo.

De medische wereld is bekend met het verschijnsel, dat er kinderen worden geboren zonder hersenen of met rudimentaire hersenen, terwijl de intellectuele, kunstzinnige en gevoelsmatige ontwikkeling naar volwassenheid op geen enkele wijze wordt gestoord. Hoe kan dit, dit is volkomen in strijd met alle medische opvattingen, de neurologische handboeken kunnen herschreven worden!

Het is algemeen bekend en bevestigd door objectieve onderzoekingen, dat veel patiënten tijdens operaties ervaringen hebben, die duiden op het bestaan van iets buiten het lichaam, iets dat los staat van de hersenfuncties, iets dat kan waarnemen. Of we dit nu 'geest' noemen of een niet fysiekgebonden bewustzijn doet niet zoveel ter zake. Een feit is dat tijdens narcose of bewusteloosheid gesprekken van chirurgen en ander personeel soms woordelijk door de onder narcose verkerende patiënt gereproduceerd kunnen worden. Vaak ziet men zich zweven boven het eigen lichaam en is in staat alles waar te nemen wat zich in de operatiekamer afspeelt.

De medische wereld wordt continu verbaasd door onmogelijke genezingen van patiënten die technisch zijn uitbehandeld en opgegeven en vervolgens nog jaren in een goede gezondheid verder leven. Of deze genezingen nu het gevolg zijn van alternatieve geneeswijzen, gebed of simpelweg gebeuren zonder enig redelijke verklaring, doet weinig ter zake, het komt zo vaak voor dit verschijnsel niet meer genegeerd kan worden door medici die nog de 'verbazing' of 'verwondering' kennen.

De bijna-dood-ervaringen tijdens operaties, ziekten en ongelukken van duizenden onderzochte en geregistreerde gevallen, leveren zoveel materiaal op die een voortbestaan na de dood rechtvaardigen, dat opnieuw de vraag aan de orde is - waarom doet men hier niets mee? Waarom komt de ene mens in aanraking met een schitterende wereld van harmonie en vrede te midden van een exotische natuur en de andere ervaart een angstaanjagende wereld van gedrochten, geweld en hartstocht. Zegt dit misschien iets over de kwaliteit van die mens als ziel of geest, geeft dit misschien de waarde van het innerlijk aan? Zijn dit misschien de werelden van 'hemel' en 'hel' van overleveringen en oude verhalen?

Ook in mijn praktijk van het jarenlang begeleiden van stervenden, zowel jong en oud, kwam ik die extreme verschillen in het doodsproces tegen en bijna altijd kon ik voorspellen hoe de dood van mijn patiënten zou verlopen en het had altijd te maken met de waarachtigheid en de kwaliteit van het menszijn en het kwam zowel voor bij 'gelovigen' als 'ongelovigen'. Bij het naderen van de dood verdwijnen alle maskers en wordt zichtbaar wat het wezen van die mens is. Het leven is eigenlijk zo eenvoudig en die mens wordt zo doorzichtig wanneer je door die voortdurende maskerade van de mens weet heen te zien. Het gaat om eenvoud en een leven zonder zelfbedrog, zonder ijdelheid, zonder haat en toch met een sterke persoonlijkheid. De dood is een schitterend medium om te leren en ik dank haar voor al die wijze lessen die ik heb mogen ontvangen. Voor mij is het duidelijk - er is geen dood, je leeft verder en je komt op die plek waar je thuishoort, dat is wat je in je hart bent of voelt, de waarachtige mens  dus. Ben je nog haat en geweld, ondanks dat je dit gevoel misschien magnifiek weet te maskeren, dan kom je in die wereld waar haat en geweld heersen. Ben je noch goed noch kwaad, ben je tamelijk steriel in gevoel en onbewust van geestelijke zaken, dan kom je in een schemergebied waar je even onbewust bent. Ben je eenvoudig, waarachtig, heb je gevoel, heb je liefde voor alles wat leeft en heb je dit in je aardse leven ook consequent nageleefd, dan kom je in de sferen van licht, harmonie en liefde. En wat is er eigenlijk logischer, liefdevoller en rechtvaardiger, wanneer de mens beseft dat de wereld van de 'evolutie van de ziel' op deze wijze werkt?

Bij het klimmen der jaren, bij de oudere mens zie je ook goed hoe deze wetmatigheden werken. Het seniel worden bij de oudere mens heeft in het algemeen, technische gebreken uitgezonderd, te maken met onbewustheid. Voor de nog aardse en onbewuste mens verzwakken bij het ouder worden de normale prikkels van interesses en verwachtingen etc., het zogenaamde dagbewustzijn, men zakt weg in het wezen, de nog kinderlijke natuur, in de wereld van na de dood, de plek waar hij of zij thuishoort.

Geestelijk bewuste mensen worden niet seniel!

Het leven zelf geeft je zoveel informatie en zoveel rationele onmogelijkheden, dat het verbazingwekkend is te moeten vaststellen dat de mens eigenlijk niet de juiste vragen durft te stellen en niet durft te leven. De mens is levend dood en wil eigenlijk ook niet anders, want het 'leven' is gevaarlijk en bedreigend voor jezelf.

Zo heeft mijn leven hier als huisarts mij voortdurend van de ene verbazing naar de andere gebracht en zo ben ik nu geworden wat ik vroeger in al mijn idealisme niet heb kunnen vermoeden: een gelovige in eenvoud, een gelovige in onmogelijke mogelijkheden, de mens met toekomst.

 

Een andere benadering … wat zie ik als de verantwoordelijkheid van mijn leeftijdsgenoten, hoe zie ik terug naar de beginperiode.  

Wel, onze generatie, de maatschappelijk en politiek bewusten van de vijftiger en zestiger jaren, voelen ons verantwoordelijk voor de degeneratie en wanorde van onze tijd. Wij hebben als menswetenschappers de fundamenten onder de oude verstarde cultuur en haar gevestigde instituten weggehoond en weggemanipuleerd en wij staan nog steeds verbaasd dat dit ons zo gemakkelijk is gelukt, er was nauwelijks verzet.

U moet nu niet denken dat wij deze resultaten hebben gewild, dit was nooit onze bedoeling. Wij waren immers jonge idealisten, wij hadden in ons jeugdig enthousiasme alleen oog voor het welzijn van vooral de onderklasse, de onwetende, de arbeider. Wij wilden deze onderlaag verheffen naar een menswaardig en bewuster bestaan en we wilden gelijktijdig af van de overheersende invloed van de kerken, een invloed die berustte op gezag en op een voor ons verwerpelijk idee dat die onbekende 'God' kon verdoemen en misschien verantwoordelijk was voor die enorm verschillende mogelijkheden en onmogelijkheden tussen mensen, of op zijn minst tolereerde. Wij wilden vrije mensen worden die zelf konden bepalen hoe ze hun leven en de ordening van de samenleving wilden inrichten.

Op onze faculteiten waren ons de ogen open gegaan. Wij kenden onze geschiedenis, wij kenden de filosofische stelsels, wij kenden Sarte en Camus, wij kenden de sociaaleconomische ordening en haar stelsels, wij leerden de manipulatietechnieken en haar psychologische onderbouwing en wij 'gelovigen in rechtvaardigheid', wij hebben gekozen. Jonge mensen, goed opgeleid, bewogen en werkend in een tijd dat de welvaart groeide met een kapitaal bezit aan aardgas, namen onze posities in: wij begonnen samenwerkingsverbanden van huisartsen, psychologen, pedagogen, gedragswetenschappers, welzijnswerkers. Gezondheidscentra en buurthuizen ontstonden in de oude arbeiderswijken van de grote steden. Wij idealisten van het minimumloon zouden de samenleving wel eens veranderen en dan van onderop, vanuit de basis. En ze hebben het geweten die arbeiders. Ze hadden rechten: recht op geluk, recht op betere huizen, recht op inspraak, recht op een arbeiderszelfbestuur, recht op gelijkwaardigheid, recht op een beter loon, een recht van de vrouw op gelijkwaardigheid etc., we vergaten alleen dat er ook plichten waren en zo ontstond na verloop van tijd het beeld van de 'zielige mens' en een samenleving waar 'sentimenten', kretologieën en ideologieën bepaalden wie tot het 'progressieve' deel behoorden en het gezonde verstand werd afgeschaft. Na enkele jaren verdwenen door interne ruzies het merendeel van deze zo progressieve gezondheidscentra en buurthuizen, de arbeider teleurgesteld achterlatend. Het kwaad was geschied, de aanzet was gegeven, het proces van desintegratie van waarden en normen ontwikkelde zich verder en de politiek nam het over en het sentiment was voortaan de bepalende factor in onderwijs, opvoeding, politiek, menswetenschap en zelfs economie en de kerken zij stroomden leeg.

De jeugd op de middelbare scholen, grootgebracht door onze softe onderwijzers en leraren met de sentimenten van de tijd, koos massaal voor de 'pretpakketten'. Het leven werd plezierig, men ging verder studeren, de sociale academies en de alfa en gamma faculteiten groeiden en groeiden en de afgestudeerden, als ze tenminste ooit afstudeerden, werden op de samenleving losgelaten en veroorzaakten de nieuwe markt waar hulpverleners hun brood verdienden, een nieuwe wereld waar de waarde van de mens werd bepaald door de eenvoud van een keus, door een paar kreten die bepaalden of je 'progressief' was, een simpele wereld dus en die wereld werd steeds onwaarachtiger en onnozeler, politiek werd het nieuwe fenomeen.

 

Na 1 jaar deel- c.q. lotgenoot in een gezondheidscentrum, hield ik het voor gezien. Ik vestigde me als huisarts op het platteland en hield me bezig met 'zorg voor de zieke'. Ik keerde me af van iedere doctrine, van iedere filosofie, ik zocht het zelf wel uit, maar ik bleef nieuwsgierig. De jaren verstreken, mijn ervaring groeide en ik begon het 'leven' anders te zien en anders te ervaren, ik stuitte op wetenschappelijke onmogelijkheden en ik bleef me verbazen over dat bijzondere fenomeen dat leven heet.

Binnen het medische bedrijf ontwikkelde zich een nieuw fenomeen, een fenomeen dat volledig onbekend was tot de zestiger jaren, het verschijnsel van de psychosomatische klachten binnen de westerse wereld. Hoe bestond het dat vanaf de zestiger jaren de mensen massaal onrustig en overspannen werden, terwijl onze ouders die toch onder een grotere druk van omstandigheden moesten leven met meer zorgen, nooit last hadden van dit soort vreemde gedragingen? Een eigenaardig vraagstuk in die tijd en nog steeds. Natuurlijk, we stopten onze patiënten toen maar vol met tranquillizers, rustgevende middelen, wat moesten we anders. Maar het vraagstuk bleef overeind, waarom waren die mensen toen plotseling gevoelig geworden voor de onbewuste krachten die er voordien natuurlijk ook zijn geweest? Had dit soms te maken met de suggestieve werking van de sociale wetenschappen dat de mens recht had op geluk, op verbetering in zijn omstandigheden? Schiep de voordien onbekende wereld van 'hulpverleners' een nieuwe markt die slachtoffers nodig had? Was die wereld bewust of onbewust bezig de mens onzeker te maken of tenminste het idee over te dragen dat die mens eigenlijk maar zielig en een slachtof­fer van omstandigheden was en dus geholpen moest worden. En welke mens was sterk en bewust genoeg om aan deze verleiding weerstand te bieden? Toch niet de mens die zich net had bevrijd van de overheersing van godsdienst, werkgever, sekse etc.! Een potentiële markt, een schitterende markt voor die tienduizenden die werk moesten vinden in een richting van hulpverlener, welzijnswerker, psycholoog, maatschappelijk en cultureel werker. Het aanbod schept de vraag. Die markt was er in het begin nog niet, dus moest die markt geschapen worden en die poging is formidabel geslaagd. Nu is er voor iedere sociale, psychologische, medische, culturele, pedagogische en economische kwaal wel een 'deskundige' waar het 'slachtoffer' terecht kan.

En zo hebben we met elkaar de psychosomatische klachten veroorzaakt. Volledig nutteloze en overbodige verschijnselen en dat alleen omdat te veel mensen de te gemakkelijke weg hebben gekozen van opleidingen voor jan en alleman, gevoed door het sentiment of gevoel. Wat zou deze wereld er anders hebben uitgezien wanneer destijds de technische beroepen zouden zijn gekozen, wat zou ons dan veel ellende zijn bespaard.

Primaire normen, waarden en de gewone spelregels in het leven werden losgelaten en verdwenen als sneeuw voor de zon. Heel gewone regels in een samenleving die bepalen of je wel of niet succesvol kunt zijn, werden vergeten of ontkend. Niemand begreep meer, dat het principe 'eerst je waarde bewijzen voordat je de beloning krijgt van je inspanningen', een doodgewone normale levensles is en door de oudere als een vanzelfsprekendheid wordt beschouwd. De filosofie van 'het leven is er voor jou en laten anderen hiervoor maar betalen', werd het levensgevoel voor de nieuwe mens en voor die mens werd de nieuwe verzorgingsstaat gecreëerd, een verzorging van de wieg tot het graf, niet als mogelijkheid maar als recht. Plichten, inzet, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid voor iets meer dan jezelf, werd als ouderwets betiteld. Uithoudingsvermogen en volhouden van datgene wat eens teweeg werd gebracht en het langetermijn-denken werd gewijzigd in snelle beleving en snelle resultaten. Wie wilde nog de lasten dragen van iets dat met de toekomst te maken had, daar wilden we ons toch van bevrijden?

Genot, narcisme, vrijheid voor het individu, zelfbewustzijn, eigen ontwikkeling waren de ingrediënten voor de wat kinderlijke nieuwe mens en de lasten werden op het totaal afgewenteld. Is het verwonderlijk dat de jeugd de nieuwe trend werd, een jeugd die overmoedig begon met het innemen van de midden en hogere posities en is het niet vreemd dat de ouderen, met uitzondering van de politieke dieren, dit hebben laten gebeuren en massaal verdwenen naar de WAO en andere voorzieningen? En dit was echt niet alleen maar het gevolg van het feit dat de jeugd zogenaamd een betere opleiding bezat, er was wel iets meer aan de hand. Eigenaardig is het wel.

Het fundament van de zo gewone normen en waarden verdwenen uit het leven en hoe kun je dan enig positief resultaat verwachten? Begrijpt die mens dan niet meer dat persoonlijke groei alleen maar kan plaatsvinden in samenhang met inspanning, uithoudingsvermogen, overwinnen van jezelf, verantwoordelijkheid voor je eigen omstandigheden, je eigen brood verdienen en oog hebben voor de belangen van de ander, soms zelfs tegen het eigenbelang in?

In mijn praktijk zag ik al die levenslessen zo duidelijk naar voren komen. De basis wordt door de ouders gelegd, zij dienen het voorbeeld te geven en als dit gebeurt volgen de kinderen normaliter, uitzonderingen daargelaten. Het gezin dan toch weer de hoeksteen? Vanzelfsprekend.

Er moeten weer eisen worden gesteld, eisen aan jezelf, eisen in opvoeding, eisen op scholen, eisen in werkverband en eisen aan de politiek, allemaal eisen die te maken hebben met inspanning, met ergens moeite voor doen, met redelijkheid en met het gezonde verstand. Waarom is het in onze tijd niet meer bespreekbaar, al bijna 30 jaren, en waarom komt men nu pas schoorvoetend tot de overtuiging dat het zo niet langer kan, maar nog geen maatregelen weet te treffen die duidelijk en doeltreffend zijn? En natuurlijk speelt de politiek hier een belangrijke factor en de politiek durft nog niet, hoewel ze weet dat dit in de nabije toekomst onontkoombaar is. Al met al, de politiek draagt hier een grote verantwoordelijkheid, de politiek heeft deze verkeerde richting van het denken, deze kinderlijke mentaliteit manipulatief misbruikt en gestimuleerd, de schuld van de politiek in de afgelopen 25 jaar is dramatisch groot. Maar we moeten verder, daartoe zijn wij ondermeer hier, in tweeërlei betekenis.

U zou nu misschien tot de conclusie kunnen komen, dat ik deze periode als niet zo erg positief beschouw. U vergist zich, ik zie het als een gunstige ontwikkeling vanwege de doorbraakmogelijkheden in het westerse bewustzijn. De westerse mens accepteert niet meer het onzinverhaal van de kerken: enerzijds een God van Liefde en anderzijds een God die verdoemt. De mens heeft die 'God' eruit gegooid, terecht. Nu doet zich evenwel een nieuw probleem voor. De mens wordt tijdelijk op zichzelf teruggewor­pen en ervaart 'ledigheid', het 'niets', de zinloosheid, want zonder 'God'. Zonder doel, zonder 'liefde' kan die mens niet leven en eenmaligheid, een kort leven op aarde en dan niets meer, dat bevredigt niet, dat is werkelijk de zinloosheid ten top. En dat besef, dat weten - terwijl je gelijktijdig die prachtige en indrukwekkende en intelligente natuur en kosmos waarneemt - daagt uit tot een nieuwe bezinning, tot een andere vraagstelling, tot andere oplossingen en vanzelfsprekend beland je dan op het terrein van de esoterische wijsgerige stelsels en kom je uiteindelijk terecht bij de onsterfelijkheid van de ziel en de reïncarnatie van die ziel in een nieuwe aardse geboorte. Het is een onafwendbare, logische, verheffende en zinnenstrelende visie, de boodschap van een zinvolle en rechtvaardige evolutie van mens en dier, een Koninklijke weg naar een ver doel, vertolkt als universele liefde.

Natuurlijk, ik weet het, het is een soort geloof, het menselijk gevoel moet hieraan toe zijn. Dit gevoel en bewustzijn is nog niet algemeen aanwezig, die tijd komt nog. Wanneer de mensheid eenmaal zover is, wanneer dit besef werkelijk aanslaat, pas dan zal er in de geschiedenis van de mens  sprake kunnen zijn van een werkelijke doorbraak, vanaf die tijd zal er een rustige, evenwichtige ontwikkeling mogelijk worden, een ontwikkeling die de rust en de vrede op mondiaal niveau zal kunnen teweegbrengen. 

 

Dames en heren, in het begin van mijn betoog heb ik de vraag van onze spelleider beantwoord. Mijn beantwoording hangt samen met het fundament van het leven. Is het fundament zuiver dan is kennis geen gevaar en veroorzaakt geen chaos. Is er geen juist fundament dan heb je de poppen aan het dansen en wordt het leven verwarrend en onbegrijpelijk en zullen de resultaten navenant zijn.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

De huisarts pakt een sigaret en steekt deze aan. Ze geeft de gedragswe­tenschapper een knipoog.

 

(wordt vervolg)