Wie is Sheldan Nidle
1. Het contact begint (boek Jullie Eerste Contact)
Mijn verhaalt begint bij mijn kinderjaren …
Het was een heldere, door sterren verlichte nacht. Het grote, zilverkleurige bolvormige Sirische ruimteschip hing als een ver verwijderde kerstversiering aan de nachtelijke hemel. Later die nacht kwamen er nog acht andere begeleidende schepen en zij vormden al snel hun traditionele V-positie. Voor mij was het een teken dat ik weer mijn ruimtefamilie zou bezoeken. Spoedig voelde ik de invloed van de energieën die me al snel in een diepe slaap brachten. Ik ontwaakte en zag dat ik me op een van de negen verkenningsschepen bevond. Washta, mijn wijze en liefhebbende leraar tikte me zachtjes op de schouder. Hij droeg zijn gebruikelijke paarse vliegenierspak met op beide schouders een ingewikkelde gouden versiering. Mijn tijd was weer gekomen om naar het Sirische Moederschip te gaan voor weer een serie verbazingwekkende lessen.
Vanaf mijn vroegste kinderjaren hadden de bewoners van Sirius (Siriërs) en hun Galactische Licht Federatie me nauwlettend gevolgd. Ik zag hen als fysieke Engelen die regelmatig met mij praten, me begeleiden en beschermden tegen het kwaad. Om me ’s nachts te kunnen volgen stuurden de Siriërs heldere, bleekblauwe Lichtbollen naar mijn kamer. Deze lichtbollen volgden me voortdurend in het huis. Vanaf mijn geboorte bezat ik telekinetische vermogens. Ik kon voorwerpen bewegen zonder ze aan te raken en kon met mijn gedachten gemakkelijk deuren open en dicht en lichten aan en uit doen.
In het begin moesten de Siriërs en de Galactische Licht Federatie mij het meest beschermen tegen het geweld van mijn vader. Hij was een sterke, gedrongen man die snel boos werd omdat hij op geen enkele manier kon omgaan met gebeurtenissen die hij niet begreep. Als gewezen profbokser en boksmanager moest mijn vader fysiek reageren op alles wat hem in de war bracht en beangstigde. Als antwoord op alle vreemde dingen die hij om me heen zag sloeg hij me voortdurend.
Ik kwam uit een niet goed functionerend gezin. Maar, ondanks het slaan van mijn vader, kreeg ik veel liefde van mijn ouders. Hoewel onze familie niet welgesteld was, voelde mijn moeder het als haar plicht mij te onderwijzen over de wereld om me heen en zij ontwikkelde in mij mijn liefde voor boeken en lezen. De moeilijkheid van mijn ouders lag in hun gedeelde vrees voor wat mij te wachten stond met mijn speciale gaven. Beiden zagen dat iets onbekend mij in hun leven had gebracht en deze herkenning werd elke dag zichtbaar gemaakt in óf een ongelooflijk respect voor mijn grillen óf in een plotselinge uitbarsting van fysiek en/of emotioneel geweld. Toen ik ouder werd overweldigde deze tegenstelling tussen mijn twee werkelijkheden mij in toenemende mate.
Mijn moeder, Thema, groeide op in een gezin dat door een autoritaire moeder werd geterroriseerd. Op mijn moeders begrafenis noemden haar broers en zusters die nog in leven waren haar spottend de ‘drakenlady’. Voor haar generatie was dit een beeldspraak voor een te sterk controlerende en te egoïstische vrouw. De reactie van mijn moeder hierop was dat de vrouw aan de ene kant volgzaam diende te zijn en aan de andere kant moest kunnen manipuleren.
Mijn moeder was veel slimmer dan mijn vader. In het begin van de Grote Depressie kreeg mijn moeder een beurs aangeboden voor een vierjarige opleiding in wiskunde aan de Universiteit van Buffel. Zij weigerde de beurs en ging vervolgens de boeken bijhouden van de zaak van haar ouders – een bakkerij. Ondanks de ellende die haar familie haar uiteindelijk bezorgde, bleef ze hen toch trouw. Zij bekende me eens dat het te danken was aan haar misplaatste trouw aan haar familie dat wij in 1949 teruggingen naar haar geboorteplaats Buffalo, New York.
Mijn vader was een zeer gecompliceerd mens. Soms sloegen zijn emoties op hol. Net als mijn grootvader was hij een eigenwijs iemand die zijn eigen gang ging. Hij vertrok bijvoorbeeld al na een paar jaar van de middelbare school omdat hij zich aangetrokken voelde tot fysieke sporten, waaronder het boksen. Met behulp van zijn vader kon hij, ter overbrugging, als leerling werken bij verschillende bouwbedrijven. Zijn afkeer voor officiële studie duurde zijn leven lang. Toch, ondanks veel moeilijkheden slaagde hij uiteindelijk wel.
Tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog diende mijn vader als sergeant bij een technisch bataljon dat gelegerd was in New Jersey, het bataljon dat de invasie in Normandië niet overleefde. Vanwege zijn vroegere bokservaring werd hij in 1943 overgeplaatst naar de MP’s die generaal Marshall en de planners van de atoombom bewaakten. Maar dat is, zoals ze zeggen, een ander verhaal.
Wanneer wij als kinderen een probleem hadden, luisterde mijn vader bereidwillig en besprak het met ons. Maar wanneer hij in een verschrikkelijk humeur was, wisten wij dat het tijd was om weg te hollen of weg te duiken zodra zijn oren begonnen te gloeien. Dat teken betekende dat hij woedend werd. In die toestand kon hij ongelooflijk gewelddadig worden. Ongelukkigerwijs moest hij zijn woede meestal op mij afreageren. Op een keer, vertelde mijn zus eens, ging de deur naar mijn slaapkamer aan de andere kant van de hal per ongeluk open en zag zij in de spiegel van het dressoir dat ik een enorm pak slaag kreeg.
Zo nu en dan hoorden we, vanaf de bovenste trap in ons huis, onze moeder en vader heel hard tegen elkaar schreeuwen. Mijn moeder vertelde me later dat, hoe heftig ook hun twistgesprekken waren, zij nooit door mijn vader is geslagen. Was ik maar zo gelukkig geweest! Ik was de eigenaardige, de vreemdeling, die van ver, heel ver was gekomen.
Mijn vroegste herinneringen waren de vriendelijke, liefdevolle aanwezigheid van Washta, mijn Sirische begeleider. Bij hem waren altijd vele liefdevolle en zorgzame Wezens die me uitleg gaven. Hij beschermde me in al die jaren, zoals mijn grootvader Max Nidle deed die ik aanbad. Max was een gepassioneerd man, beroemd in de omgeving van Bronx om zijn onstuimig gemoed. Hoewel van oorsprong binnenhuisontwerper, was hij bij allen bekend als een invloedrijk figuur binnen het stedelijke Democratische politieke apparaat, Tammany Hall. Toen ik nauwelijks drie was, verhuisden mijn ouders ver van Max en de Bronx naar het noordelijker gelegen Buffalo, NY. Op deze plek begon ik in volle ernst aan mijn levenslange contract.
Vanaf de start leken de Siriërs (en speciaal Washta) een plan te hebben. Ze spraken voortdurend over een grootse missie voor de Aarde waarvan ik een onderdeel was. Ze vertelden me dat alles wat me nu overkwam een noodzakelijke leerervaring was, welke door mij op een later tijdstip getransformeerd zou worden. Ik moest me daarentegen de liefde voor mijn ouders die mij hadden verwekt blijven herinneren. Herhaaldelijk zei Washta tegen mij: “herinner je dat je niet alleen bent.” De Siriërs hielden voortdurend de wacht over mij. Indien nodig verzorgde een speciaal Sirisch medisch team mijn lichamelijke wonden. Het was van groot belang dat ik als kind speelde en opgroeide en dat ik op het juiste tijdstip opgeleid zou worden voor datgene wat ik later zou moeten volbrengen.
Een van de vreemdste dingen in mijn kinderjaren was het voortdurend fysiek mishandelen van mijn vader. Steeds weer werd ik als voor dood achtergelaten - met armen en benen gespreid op de vloer van mijn slaapkamer of opgekruld in een foetale houding op bed. De Siriërs teleporteerden me dan onmiddellijk naar het Moederschip of naar een verkenningsschip in de buurt. Razendsnel gingen ze aan het werk om mijn kwetsuren – bulten, kneuzingen of gebroken botten te herstellen. Daarna werd ik teruggestuurd naar mijn slaapkamer, meestal in een diepe, genezende slaap om pas de volgende morgen te ontwaken.
De volgende morgen - of wanneer hij van zijn werk thuiskwam - bekeek mijn vader me verschrikt, vermengd met een vreugdevolle verbazing - zijn onbekende weldoeners hadden me opnieuw gered. Toch beangstigde het hem wat hij zag. Ik daarentegen, raakte in toenemende mate verward over deze hachelijke toestand. Washta vertelde me altijd dat ik hiervoor gekozen had. Dit antwoord bracht me meestal in grote verwarring.
Laat me vaststellen dat ik in mijn jeugd begiftigd was met een goed telepathisch vermogen, samen met vele andere psychische gaven, die ik gebruikte om beter te begrijpen wat ik meemaakte. Na mijn vijfde jaar begon ik in te zien dat de meeste mensen op deze planeet dergelijke vermogens niet publiekelijk toonden en niet schenen te begrijpen wat er met hen gebeurde.
Telepathie maakte het voor mij gemakkelijk om te ontdekken wat de mensen echt dachten en zelfs wat hun plannen waren. Ik kreeg het diepe besef dat de meeste mensen op deze planeet meestal verward, ernstig beperkt en zeer negatief waren. Bijna iedereen loog regelmatig. Sommigen bedrogen regelmatig hun vrienden en familie. Dit besef deed me vaak afvragen waarom ik hier in godsnaam was.
Een van de positieve manieren waarop ik de telepathie gebruikte was om mensen te begeleiden die ik ontmoette. Nadat ik hun reactie had gepeild op wat ik zei of deed, kon ik nuttige gedachten in hun hoofd plaatsen of een vraag ophelderen die ze heel graag beantwoord zagen. Op twaalfjarige leeftijd begon ik echter te voelen dat ik me moest ontdoen van mijn ongebruikelijke vermogens die vele van mijn vrienden onbehaaglijk deden voelen. Het kon nog slechter – mijn vader had zijn fysiek geweld ingeruild voor onophoudelijke emotionele en mentale kwellingen en bleef voortdurend schreeuwen. Vastbesloten om ergens in huis een rustige plek te vinden, begon ik me op dertienjarige leeftijd voor telekinese af te sluiten en op zeventienjarige leeftijd had ik mijn telepathisch vermogen bijna volledig verloren.
De Siriërs, en later sommige opvallende Andromedaanse wetenschappers vertelden me over de noodzaak de Aarde te assisteren tijdens haar overgangsperiode. Degenen die gekomen zijn om de Aarde hulp te verlenen dienden te weten wat het betekent om in een dergelijke samenleving te leven. Het proces verlangde dat een aantal moedige zielen bereid moesten zijn om een incarnatie als aards wezen te ondergaan.
De projectleiders van de Galactische Federatie zagen deze missie als zeer moeilijk. Het was een centrale taak en het bezat een aantal mogelijke scenario’s. Zakumadi, een Andromedaanse wetenschapper was binnen de Galactische Licht Federatie beroemd vanwege haar diepe wijsheid over deze gewichtige zaken. Washta regelde voor mij een afspraak met haar om mijn groeiende verwarring op te helderen. Haar gesprekken met mij zal ik nooit vergeten.
Hoewel de wijsheid van Zakumadi me hielp bij het herintegreren van mijn oude leven, toch kon ik me niet - althans in die tijd - bevrijden van alle pijnen. Ik wilde zo graag enige verlichting van al die verschrikkingen die me door mijn vader waren aangedaan. Ik voelde dat zijn gedrag naar mij een diepere betekenis had. Later vertelde Zakumadi me dat mijn situatie was ontworpen om het oude karma uit de laatste fase van Atlantis op te ruimen. Toch kreeg deze verklaring een nog grotere betekenis, wat ik pas veel later besefte. Maar laten we terugkeren naar mijn mentor en liefdevolle gids, Washta.
Washta is een zeer verlicht wezen met een oneindige Liefde. Hij is meer dan twee meter lang, met brede schouders en een zeer goed gevormd lichaam. Washta heeft een langwerpig hoofd en dik, zandkleurig haar tot op zijn schouders. Zijn ogen zijn blauw en doordringend en zijn dunne lippen vormen meestal een brede lach. Zijn stem is diep en toch zeer melodieus. Zijn wonderbaarlijke lach werkt aanstekelijk en veranderde mijn diepste zorgen in een langdurige lachbui. Hij straalde een volmaakte Liefde uit, gecombineerd met grote wijsheid.
Het gevolg van Washta was meestal zeer uitgebreid en bestond meestal uit 50 tot 100 mensen. Hij werd door het personeel van het Moederschip op zijn wenken bediend. Vaak zag ik hem gekleed in een multigelaagd, doorschijnend kleed in de kleuren lichtblauw of koninklijk purper. Elke laag fonkelde als een eindeloos patroon lovertjes. Wanneer hij rustig naast me liep, leken zijn elegante, gouden sandalen nauwelijks de marmerachtige vloer te raken.
Mijn trainingssessies werden meestal op het belangrijkste Sirische Moederschip gehouden. Door de patrijspoorten van het verkenningsschip zag ik het voor me opdoemen. Het leek op een afgevlakte voetbal en het was 480 kilometer lang. Dit immense schip leek altijd te gloeien en te twinkelen als een enorme ster (zie figuur 1)
Washta herinnerde me er regelmatig aan (zodra we naderden) dat noch het militaire apparaat op Aarde, noch de astronomen het Siriische Moederschip konden ontdekken. De lichtfrequentie was te hoog en het gebruikte een krachtveld waardoor het leek (door het verbuigen van het zichtbare licht) alsof het onzichtbaar was. Wanneer wij onze percepties van deze verstoring aanpasten, werd het weer zichtbaar voor ons.
Ons Sirisch verkenningsschip was een van de meer dan 50.000 verkenningsschepen die op het belangrijkste Sirisch Moederschip waren gestationeerd. Ze waren ongeveer 30,5 meter lang en ons schip leek op een enorme bol, met een speciale middengedeelte dat lichtjes uitpuilde (ongeveer 3 meter) als een kleine cockpit. Door de patrijspoorten (in feite speciale hologrammen) konden we naar buiten kijken.
Andere verkenningsschepen bezaten vijf dekken, terwijl die van ons er drie had. Het laagste dek was bestemd voor voorraden en andere activiteiten. Meestal kreeg ik van de hoofdpiloot te horen dat ik op het onderste dek moest blijven. De andere dekken werden gebruikt voor vlucht-operaties en wetenschappelijke observaties. Zo nu en dan mocht ik deze dekken bezoeken terwijl het personeel druk bezig was met hun werk.

(Fig. 1: Het Sirisch Moederschip)
Op het Sirisch Moederschip werden we meestal ondergebracht in een duidelijk herkenbare conferentiezaal. Het was zo groot als een voetbalveld, had zeer witte wanden en een oplichtend roze plafond dat versierd was met perzikkleurige wervelingen. Vreemde geplooide wanden verrezen bijna zes meter omhoog. Zij gloeiden op een vreemde manier, alsof het van binnenuit gebeurde en zij waren helder genoeg om de hele zaal te verlichten.
Het licht was niet scherp, maar heel prettig en zacht. Ik ontdekte dat de wanden organisch waren. Zij leken te leven, koel bij het aanraken en duidelijk veerkrachtig. In het centrale gedeelte van deze enorme zaal bevond zich een extreem grote langwerpige conferentietafel, omringd door ongeveer zestig stoelen met nog eens vele andere stoelen erachter. Boven de gehele lengte van de tafel zweefde – het leek wel magie – een heel dunne, helder gekleurde buis. Van hieruit projecteerden de Siriërs (door wilskracht) verschillende duidelijke 3-D holografische plaatjes, die volledig interactief waren voor iedereen in de zaal.
Sessies met Washta, of met een andere instructeur, begonnen altijd met een vriendelijke conversatie. Geconcentreerd op mijn gevoelens van dat moment, wilden zij mij bij mijn ontwikkeling helpen of zochten oplossingen voor mijn dagelijkse problemen. Zij maakten ook gebruik van twee instructiehulpmiddelen om de lessen interessant te maken.
De eerste was de reeds genoemde heldergekleurde buis boven de conferentietafel. De buis projecteerde een groot 3-D beeld van alles wat beschreven werd en daarna volgde een leerspel. Terwijl ik het spel speelde werd ik me helder bewust van de vreugde van het leven aan boord. Dit was een wereld waarin wijsheid, Liefde en Licht uit allen zichtbaar werd. In de Sirische cultuur is bewustzijn een wonderbaarlijke goddelijke geschenk dat volledig beleefd dient te worden.
Er was nog een tweede instructiemiddel. Op de conferentietafel, recht tegenover elke stoel, bevond zich een kleine scherm. Hieruit ontstonden levensechte hologrammen van elke grootte en vorm die zich langzaam opbouwden – roze – en zich over de zaal verspreiden. Ze waren zeer interactief en ik kon ze gemakkelijk opdrachten geven of met ze spelen en zelfs van ze leren. Ik had er aardigheid in eraan deel te nemen, want ze onderwezen me – zoals de heldergekleurde buis – effectief en vreugdevol door middel van pret en spelletjes (zie figuur 2).

(Fig. 2: De Grote Conferentiezaal)
Onderwijssessies met de Siriërs duurden vele uren, doch leken eerder minuten. Een geweldige hoeveelheid verbazingwekkende informatie werd vrijelijk verstrekt. Washta verklaarde dat ze me een soort wetenschap wilden laten begrijpen die nog niet volledig onderzocht was op de Aarde – de wetenschap van het bewustzijn, die de principes bevatten om alles te scheppen. In hun wereld was dit bewustzijn of deze spirituele wetenschap het allerbelangrijkste. Hieruit ontstonden alle vormen van creativiteit, en tevens de oplossingen voor elk denkbaar probleem. Een Sirisch gezegde beschrijft deze unieke wetenschap heel simpel: “Niets in het Universum is zonder oplossing, noch gebeurt het zonder reden. Elk Lichtwezen kan vaststellen waarom het gebeurt en om welke reden”.
Tijdens deze intense leersessies benadrukten de Siriërs mij dat het leven een avontuur in bewustzijn is. Elk deel van je leven is niet meer dan een geringe bocht in de weg en signaleert de start van – of opnieuw – een nieuwe episode in je altijddurende en grootse avontuur. Zelfs in de meest duistere momenten van je leven, dien je een open, positieve houding over je leven te bewaren.
Een dergelijke positieve houding is buitengewoon oplossingsgericht. Het toepassen van dit principe betekent dat je niet je emoties ontkent, nee, je omarmt ze volledig. Maak gebruik van alles wat de Schepper je gegeven heeft om volledig de gebeurtenissen te ervaren, die je zullen helpen bij het leren en het groeien. Vanuit deze kennis ontstaat de wijsheid die anderen kunnen helpen. Het leven is altijd met alles verbonden. Wat je leert kan worden doorgegeven. Kennis is het grootste geschenk. Het brengt een vreugde voor het leven teweeg en geeft je een grote innerlijke Liefde die je gemakkelijk aan anderen kunt doorgeven.
Uit deze diepe Liefde voor het leven ontstaat de vreugde van compassie. Compassie wordt uitgedrukt door middel van een gevoel van gratie in het hart en een diepe dankbaarheid voor alles wat je ervaart. Alle ervaringen zijn uiteindelijk positief van aard. Elke les is een gelegenheid een oplossing te vinden voor een mogelijk probleem. Voordat je incarneerde heb je jouw huidige leven volledig uitgewerkt met behulp van je talrijke persoonlijke begeleiders en je spirituele mentoren. De sleutel is jezelf en alle anderen lief te hebben. Het grootste geschenk dat je jezelf kunt geven is de Liefde. Wanneer je gericht blijft op dit heilige Licht kun je heel gemakkelijk je bestemming bereiken.
Steeds opnieuw zei Washta tegen mij: “De ware aard van deze werkelijkheid is de goddelijke Liefde. De Schepper bevindt zich in ons allen. We zijn een diepe reflectie van elkaar.” Het doel van mijn opleiding was me voor te bereiden om deze eenvoudige doch diepgaande boodschap over te brengen naar dit aspect van de mensheid. De woorden van Washta zijn vele keren tijdens de vastgelegde aardse geschiedenis gesproken.
Het verschil is nu dat het grootse avontuur dat in ons bestaan is belichaamd, op het punt staat onze uitdrukkingsweg te raken dat ons naar onze bestemming leidt. Deze snelweg is de route naar een majesteitelijke thuiskomst. Het leidt ons uit de huidige onzalige sfeer van het beperkte bewustzijn en onfeilbaar naar een volledige uitdrukking van wie we werkelijk zijn. Hierdoor worden we teruggeleid naar onze ruimtefamilie. Wat ik voortdurend waarnam op het Sirische Moederschip heeft er op een schitterende manier toe bijgedragen dat ik een beter begrip kreeg van mijn persoonlijke reis in dit grootse avontuur.
Een Sirisch Moederschip bezit in zijn eigen unieke vorm een liefdevol bewustzijn. Elk Moederschip bezit een wijze persoonlijkheid wiens enige wens is zijn bemanning te dienen. Zijn ware dienstverlening wordt gezien en gevoeld in de grote Liefde die voortdurend door het hele schip geprojecteerd wordt. Er is een innerlijk gevoel dat de bemanning en het schip één zijn.
Deze eenheid zorgt ervoor dat elke mogelijke taak gemakkelijk en prettig volbracht kan worden en slaat over op alles wat op het schip gedaan wordt. Er is een constante beweging van onderling verbonden bewustzijn dat zelforganiserend is en de creativiteit naar de voorgrond duwt. In deze omgeving is er een altijddurende vreugde dat dagen in uren en uren in minuten doet oplossen.
Wanneer eenmaal het einde van de studiesessie arriveerde, werd ik door droefheid overmand. Het weten dat het weer eens tijd was om terug te keren naar de Aarde brachten vaak de tranen in mijn ogen. Het verdwijnen uit deze empathische omgeving was altijd moeilijk voor mij. Mijn instructeurs waren mijn beste vrienden en familie. Wij waren een spirituele ‘pod’ (familiegroep) en het klikte op elke mogelijke manier. Zij waren het soort mensen dat ik zo graag op de Aarde zou willen ontmoeten.
Voor mij was het Sirische Moederschip een plek van grote liefde en diepe compassie voor alles wat ik vertegenwoordig. Het was een speciale plek waar leren en diepe wijsheid elke dag werden geopenbaard. Maar het meest van alles was het een plek waar ik Washta en zijn speciale staf ontmoette en waar wij allen een visie deelden over de Aarde en haar komende profetische bestemming.
De terugreis naar de Aarde ging ongebruikelijk snel. Washta of een paar mensen van zijn gevolg wandelden met mij langs een aantal gangen. Na, wat een lange wandeling leek, stopte onze groep plotseling voor een ogenschijnlijk lege muur in de gang. Op een speciaal commando van Washta of de groepsleider, ging plotseling een deur open. Achter de deur bevond zich een groot vertrek met een paar bedienden waar twee of drie rijen van twintig bedden stonden. Elk bed was in werkelijkheid een soort teleportatie-apparaat Boven elk bed zweefde een lange, dunne zilveren buis.
Een van de bedienden bracht me naar een geselecteerd bed en even later lag ik op mijn rug naar de zilveren buis te staren. Het kussen op het bed was zacht en prettig. Toen ik mijn positie had ingenomen vroeg de bediende of ik ontspannen was. Wanneer ik ‘ja’ zei vulde een vreemd zoemend geluid het vertrek. Terwijl ik opkeek, werd ik helemaal omhuld door een blau-we straal.
Direct begon ik me heel slaperig te voelen. Mijn oogleden werden heel zwaar en vielen dicht. Van binnen zag ik een heldere lichtflits, dat gevolgd werd door een gevoel alsof ik een paar minuten in een zeer snelle lift zat. Toen het stopte lag ik op mijn eigen bed en zag dat ik in mijn slaapkamer was. Ik had tien minuten nodig om van een vreemd gevoel bij te komen. Ik had weer een prachtige sessie met Washta beleefd!
Die ‘op en neer’ reisjes waren de hoogtepunten in mijn leven. Wat een opwindend avontuur was het om in die speciale omgeving van het Moederschip onderricht te krijgen! Elke reis bracht me nieuwe informatie of vernieuwende manieren om het oude te gebruiken. In die wereld was ik omgeven door een grote, zorgzame Liefde en ook kreeg ik een stimulans om voortdurend in wijsheid te groeien. Elke dag keek ik uit naar die gelegenheid om hun ‘school van voorbeelden’ te onderzoeken.
Ook gebeurde het vaak dat Washta wilde dat ik de bemanning ontmoette om hun omgeving te leren kennen en me meenam naar andere delen van het Moederschip. Deze plezierige excursies gaven me de kans om de Sirische cultuur met eigen ogen te leren kennen. Steeds opnieuw was ik verbaasd over hun technologie. De manier waarop zij deze technologie met de bemanning van het schip combineerden verbaasde me steeds meer.
Een van de leukste bezoeken aan ‘werkplekken’ was de controlekamer in het centrum van het Moederschip die bestond uit drie met elkaar verbonden vertrekken. Het eerste vertrek werd gebruikt door de ‘vluchtleiding’. Hun taak was het schip, de navigatiecomputers en het voortstuwingssysteem als een eenheid te laten werken.
Zij zaten op speciale stoelen in een vaag verlicht vertrek waar je het instrumentarium niet kon zien. De fantastische technologie bevond zich in hun stoelen. Elke stoel was gemaakt van een speciaal, kunstmatig vervaardigd organisch materiaal dat ontworpen was om zich exact rond het lichaam van een persoon te vouwen. Wanneer een schip operationeel is, verbindt een directe telepathische link de computers van het schip met de vluchtleiding. Elk bemanningslid observeerde eenvoudig wat er gebeurde en maakte, indien nodig, specifieke telepathische aanpassingen.
In de andere twee vertrekken van dit grote complex bevonden zich talrijke exotisch uitziende instrumenten, waaronder vele holografische monitoren. Ze reikten bijna tot aan het hoge plafond en tussen enkele bevonden zich twee excentrieke instrumenten. De monitoren. die in twee of drie grote rijen in het vertrek stonden opgesteld, hadden allerlei soorten speciaal ontworpen meters, knoppen en wijzertjes. In elk vertrek bevonden zich meer dan 100 mensen, wiens belangrijkste taak was de vluchtleiding te helpen bij het uitvoeren van verschillende taken.
Als onderdeel van deze gecompliceerde missie volgde deze bemanning de vluchtroute van het Moederschip en wisselde informatie uit met de vluchtleiding van het voortstuwingssysteem, de vele leefsystemen etc. op het schip. Hun tweede taak betrof de gedeeltelijke supervisie over alle wetenschappelijke activiteiten op het schip. Daarbij stonden ze in een voortdurende communicatie met de andere twee of drie Sirische Moederschepen van hun kleine vloot. Ze hadden het verschrikkelijk druk en iedere keer dat ik deze vitale sectie van het Moederschip binnenkwam, voelde het alsof ik door het brein en het zenuwstelsel van het schip liep.
Vanaf de controlekamer naar het klaslokaal passeerden we de belangrijkste geologische laboratoria. Washta had er aardigheid in mij langs enkele laboratoria te leiden en me te vragen of ik ze wilde bezoeken. Hier gaf hij mij de gelegenheid rechtstreeks met de aardse Deva’s te communiceren. Onze Aarde is werkelijk een bewuste, levende entiteit. Een groot aantal speciale Wezens hielp Moeder Aarde bij het in stand houden van de wonderbaarlijke diverse verzameling levende schepsels van haar kostbare lading.
De Deva’s zagen deze laboratoria als een ‘thuis ver van huis’ en hebben elk ding veranderd in levende voorbeelden van Moeder Aarde zelf. Haar lucht, haar vele soorten gebieden en haar vele wateromgevingen zijn allemaal in deze laboratoria vertegenwoordigd. Het binnenkomen in een laboratorium is als de entree in een levend hologram, die tot in detail beschrijft hoe de Aarde werkt.
Een ander interessant bezoek was de hoofdfaciliteiten voor reparatie en opslag, die bijna een kwart van het vloeroppervlak van het schip in beslagnamen (zie figuur 3). Hier kwam ik in aanraking met zeer vreemde kunstmatige levensvormen. Alle werkende machines waren, evenals het schip, bio-organisch van aard met een persoonlijkheid die dol was op conversaties wanneer ze hun verschillende taken uitvoerden.

(Fig. 3: In het grote schip)
Elke machine had er plezier in mij te informeren over de dagelijkse werkzaamheden die nodig waren om een groot interstellair ruimteschip te runnen. De wanden die de achtergrond vormden van de geweldige lading waren meer dan 60 meter hoog en gloeiden in verschillende kleuren. Elke kleur was een aanwijzing voor de bio-organische machines welke lading ze moesten verplaatsen, verwijderen of opslaan en waarheen. Toch waren mijn favoriete plekjes de conversatiezaal en de recreatieverblijven van de bemanning waar ik het personeel dat vrij had kon ontmoeten en spreken.
Siriërs houden van gezelligheid. Ze wilden graag met mij praten over alles wat er op het schip gebeurde en waren graag bereid mijn vragen te beantwoorden over de ingewikkeldheid van hun samenleving. Ik bracht vele uren van mijn buitenschoolse studie met hen door. Ik zag met eigen ogen hun spontane reacties tijdens de gesprekken. Hun openheid, innerlijke vreugde en hun diep vertrouwen en volmaakte harmonie waren een openbaring en verbaasde me voortdurend. Hun stemmen getuigden van een intense wederzijdse compassie en alle bemanningsleden spraken vrij en open over elk onderwerp. Hun verlichtende energie ontroerde me en dan schoten vaak de tranen in mijn ogen. Het was, zoals ik het zag, de manier waarop wij mensen zouden moeten functioneren - het vrijelijk en met perfecte, onvoorwaardelijke Liefde met elkaar communiceren.
Af en toe bracht Washta me in contact met een beroemd geleerde of de een of andere befaamde hoogwaardigheidsbekleder van de Galactische Licht Federatie. Deze zeldzame ontmoetingen bracht me oog in oog met zeer gerespecteerde leden van hun samenleving. Ik mocht ook, eerstehands, een volledig bewuste werkelijkheid meemaken, waarvan Washta zei dat dit de toekomstige staat van de Aarde was.
Volgens Washta was de Aarde slechts een unieke zielservaring die ons vele belangrijke lessen over het beperkte bewustzijn leerde. In al zijn gevarieerde vormen, was het goddelijk doel van het leven ervaringen te delen met zijn verschillende aspecten. Hieruit ontstonden bijzondere en krachtige wijsheden. Washta gebruikte deze ontmoetingen om zijn lessen te demonstreren en elke sessie liet me de inzichten van het hart beleven van sommige opmerkelijke vrouwen en mannen.
Tijdens deze ontmoetingen mocht ik een Moederschip van een andere sterrenstaat bezoeken of een nieuw deel van het Sirische Moederschip. Ik was geïnteresseerd in de verschillende ontwerpen.
De Pleiadische en Andromedaanse Moederschepen waren verbazingwekkend organisch. De beide sterrenculturen hadden veel plezier in het creëren van woonomgevingen en gemeenschappen die zeer gedetailleerd hun thuisplaneten weerspiegelden. Bij bezoeken aan studentenhuizen wandelden we langs enorme velden, zagen luchten met vele manen, beklommen steile hellingen of liepen over een eigenaardig ontworpen brug die een grote, onstuimige rivier overbrugde. Tijdens deze bezoeken genoot ik van de diversiteit van een andere sterrencultuur. Elk Wezen dat we bezochten symboliseerde hoe prachtig het Leven ons een belangrijke rol heeft gegeven in het zich immer ontvouwende scheppingsdrama van de Schepper.
De meest interessante Wezens die ik ooit ontmoette waren de lange, op paarden lijkende Arcturiërs. Een zeer oud soort, wiens intelligente cultuur het verrijzen en de val van vele galactische ‘situaties’ had meegemaakt - zij hadden vele sterrenculturen zien komen, zien gaan of zien transformeren. Ze onderwezen me over tijd en haar rol in het vrijmaken van het goddelijk plan voor deze galaxy.
Een belangrijk deel van hun heilige essentie was de geneeskunst. De Aarde en haar bewoners moesten van hun diepe wonden genezen worden. De aardemensen moesten de wegen van harmonie en de wederzijdse vreugde van compassie leren kennen. Het Leven is een gezegende ervaring. Het wezen hiervan is een vrijelijk gedeelde kennis. Kennis delen vormt de kern van de filosofie van de Galactische Licht Federatie, die op het punt staat zijn volledige Liefde op deze planeet te laten schijnen.
De vele Andromedaanse sterrenculturen vormen een andere bijzonder groep Wezens. Sterk lijkend op de aardebewoners, staan ze in de Galactische Federatie bekend vanwege hun grote spirituele kennis, die de wetenschap van het bewustzijn sterk ontwikkeld heeft. Hun leraren onderwezen, inspireerden me over het bewustzijn, de Schepping en de openbaring van de heilige blauwdruk van de Schepper.
In hun wijsheid hadden ze de meest verbazingwekkende omgevingen geconstrueerd die ik ooit op een van de Moederschepen van de Galactische Federatie had gezien. Ze hadden hun thuisomgeving schitterend gereproduceerd. Bovendien ontwikkelden en reproduceerden ze - gebruikmakend van de holografische technologie - een exacte kopie van een agricultuur die ze ‘licht-landbouw’ noemden.
De Andromedanen geloven dat, wanneer je je temidden van de groeiende velden bevindt, het je perspectief van het leven en zijn vele processen versterkt. Het heeft tot gevolg dat je de band tussen alles en iedereen leert waarderen. Hun grote boerderijen zijn er niet slechts om te oogsten, maar speciaal voor de heilige ervaring van het waarnemen en praten met de velden, het ervaren van de Deva’s en het leren begrijpen van de gecompliceerdheid van de werking van een biosfeer.
Andromedanen willen de aard van hun werkelijkheid voelen en zien. Elk lid is een verzorger en een slimme hoeder van de grote diversiteit van het leven in deze galaxy. In deze velden begeleiden ze individuele en groepsrituelen die hen magisch verbinden met hun thuiswereld en met alle andere thuiswerelden in deze galaxy.
Nauw verbonden met de Andromedanen zijn de Pleiadiërs, die hen zien als hun meest vereerde mentoren. Een belangrijk element in de relatie tussen beide sterrenculturen ligt in het verschijnsel dat de Andromedanen hun Pleiadische tegenhangers altijd op een vriendelijke wijze naar een grondige transformatie van de innerlijke essentie van de Pleiadische cultuur willen brengen.
Gedurende talrijke millennia werd de Pleiadische cultuur – de grote strijders van de Galactische Federatie – te patriarchaal bestuurd met allerlei ingewikkelde regels. Tijdens de talrijke galactische oorlogen drongen golven vijandelijke schepen van de Alliantie hun versnipperde Sterrenliga binnen. Toch wist hun edele cultuur te overleven.
Het strekt hen tot eer dat ze niet alleen maar overleefden, doch ook hun integriteit als volk wisten te bewaren. Deze door voortdurende oorlogen geteisterde omgeving had in zekere zin het hart van de Pleiadische cultuur verdeeld. Elke factie wantrouwde de ander. Toch was hun gezamenlijke band - de liefde voor hun thuiswereld - een belofte dat hun cultuur tot zijn grootste ontplooiing gebracht zou worden.
De superieure wetenschap van de Andromedanen zorgde ervoor dat vele Pleiadische sterrenstaten in de Sterren Liga diverse eminente Andromedanen uitnodigden om hun raadgevers te worden van hun op rituelen gebaseerde en door regels gebonden heilige orden. Deze toegewijde vrouwen en mannen kwamen naar de Pleiaden om hun diep respect voor het Leven te betuigen en het typische bewustzijn van de Andromedaanse werkelijkheid te verspreiden. Deze infusie van nieuwe energie – harmonieus en coöperatief – fungeerde als een frisse wind. Deze toenemende invloed begon langzamerhand de Pleiadische samenleving te transformeren.
De voortdurende uitwisseling van sleutelpersoneel veranderde geleidelijk de ware essentie van de Pleiadische beschaving. Legendarische patriarchale strijders keerden langzaam doch zeker terug naar hun bijna vergeten wortels als galactische mensen. Stukje bij beetje traden er belangrijke veranderingen op in de Pleiadische cultuur. Tijdens een bezoek aan een Moederschip kon ik duidelijk de nieuwe energie voelen. De bemanning begroette me met een groot enthousiasme en maakte voortdurend opmerkingen over de nieuwe Andromedaanse invloed.
Dit Pleiadische Moederschip vormde een onderdeel van de Wetenschappelijke en Onderzoeksvloot (S&E), welks belangrijkste taak was het onderzoeken van deze galaxy. Zodra het geschikte moment aanbrak, ontving elke sterrenstaat die aan bepaalde voorwaarden voldeed het aanbod om lid van de Galactische Federatie te worden. Dit schip, dat veel groter was dan ons Sirisch Moederschip - en heel anders was ontworpen - leek op drie Moederschepen die een eenheid vormden door een aantal centrale verbindingen.
Elke sectie van deze schepen had een specifieke taak. De leefruimtes waren bijzonder groot en leken op die van de Andromedanen. De laboratoria namen bijna volledig een van de verbonden schepen in beslag. Deze Moederschepen, die gescheiden waren en zich volledig in stand konden houden, keerden sporadisch naar hun thuiswereld terug. Zij reisden daarentegen vaak eeuwen door deze enorme galaxy voor hun onderzoek.
Bij mijn terugkeer van deze bezoeken, ondervroegen Washta, of een van mijn leraren mij vaak over alles wat ik had waargenomen. Mijn Sirische gastheer vond het belangrijk dat ik de diversiteit van de Galactische Licht Federatie zou waarnemen. Ondanks deze grote diversiteit bestond er een grote eensgezindheid om het Licht door deze gehele galaxy te verspreiden. Dit was hun goddelijke missie voor de Aarde. De Aarde was een wereld in overgang die hoognodig haar bestemming moest verwerkelijken. Onze taak was haar te helpen waardoor de zich ontwikkelende beschaving deze verheven doelen kon bereiken. De tijd voor een directe bemoeienis lag toen nog in de verre toekomst. Dit was een tijd van voorbereiding en studie.
Mijn studies met de Siriërs maakte mijn schooltijd op Aarde erg saai en improductief. Wanneer ik mijn schoolvriendjes over mijn ervaringen vertelde, maakten ze grappen over mij en noemden me een liegbeest. Vaak vertelden zij het door aan mijn leraren waardoor ik vaak gestraft werd. Daarom had ik weinig vrienden. Degenen die ik echter had bleven me altijd trouw.
Steeds opnieuw vroeg ik Washta: “Hoe kan ik me aanpassen aan die vreemde wereld, de Aarde?” Hij vertelde me altijd dat ik voor mijn vriendjes inderdaad vreemd en heel anders leek - “de aardebewoners zijn nog niet klaar voor ons.” De vele reacties bewezen dat hij gelijk had. Toch wilde ik deze wonderbaarlijke ervaringen met iemand delen. Die iemand werd mijn jongere zus, Susan.
Susan was een ziekelijk kind, dat tot ongeveer haar twaalfde jaar meestal ziek in bed lag. Toen ze nog erg jong was, begonnen we samen de Siriërs waar te nemen. Ik was erg blij dat er nog iemand was die mijn eigen ervaringen kon bevestigen.
Mijn instructeurs/raadgevers op het Moederschip behandelden Susan heel goed. Zij begon aardse wetenschappelijke bronnen te bestuderen die ertoe leiden dat ik de openbare bibliotheken van Buffalo ontdekte. Het vergaren van kennis werd een diepe passie en mijn hoofddoel als kind. Geholpen door mijn geweldig fotografisch geheugen verzamelde ik voortdurend kennis en kon deze weer reproduceren.
Het fotografisch geheugen was mijn meest dierbaar mentaal instrument. Alles wat ik las, kon ik letterlijk weergeven. Op de middelbare school corrigeerde ik vaak mijn geschiedenisleraar door uit historische teksten te reciteren waarvan ik de bladzijde en het paragraafnummer kon opnoemen. Uiteindelijk, en na vele aansporingen, vroegen mijn leraren me vaak of hun uitleg aan de klas correct was. Bovendien gebruikte ik dit talent constructiever door alle kennis die ik uit de aardse bibliotheken had vergaard te vergelijken met datgene wat de Siriërs mij hadden geleerd.
Voor mij leek de meeste kennis die ik uit de plaatselijke bibliotheken had verzameld nogal willekeurig en primitief in vergelijking met de geïntegreerde Sirische kennis. De Aarde was, zoals Washta zei, een overgangsplaneet. De aardse wetenschap ontkende werkelijkheden die een onderdeel vormden van de technische handboeken van de Galactische Federatie die miljoenen jaren oud waren.
Tijdens mijn kinderjaren, voerden onze kosmologen een dwaze intellectuele strijd tussen de ‘Big Bang’ theorie en ‘Steady State’ theorie. Geen van beiden waren absoluut correct, toch was de ‘Steady State’ theorie dichter bij de waarheid. De ‘Big Bang’ theorie gaf me aanwijzingen dat de vele wetenschappelijke hypothesen niet compleet waren. De verdedigers van deze theorie zien de bewijzen die ze graag willen zien, niet zoals ze werkelijk zijn.
Sterk bepaald door de geaccepteerde visie, volgen de belangrijkste wetenschappelijke theoretici van deze tijd dit confessionele rationalisme. Hun nauwe blik sluit het bewustzijn uit als een mogelijk antwoord op hun theorieën. Zij blijven volharden in het weerleggen van deze mogelijkheid. De spirituele wetenschap van de sterren was een ongewenst kind wiens wijsheid velen openlijk minachtten.
De enige opening in deze alleszins gesloten gemeenschap was de toen pas verschenen theorie van de kwantumfysica. Toen ik nauwelijks een puber was, zagen vele van mijn leraren dit als een armzalig excuus van de wetenschap. Zij bleven zich echter vasthouden aan het werk van Newton, Einstein of nog enkele wetenschappelijke genieën, met als gevolg dat - door mijn esoterische kennis - deze ‘pioniers van de wetenschap’ geen enkele passie in mij konden oproepen.
Niettemin, de wetenschap zoals die op deze planeet werd beoefend, was toch heel belangrijk voor mij. Ik moest het in grote lijnen volgen om de gegevens te controleren die ik voordien vergaard had. Op die manier wilde ik die gecombineerde kennis naar een nieuwe richting ombuigen – de wetenschap van het bewustzijn. Hiertoe diende ik Tijd, Ruimte, Licht en andere minder bekende elementen van de Schepping op een duidelijke manier te presenteren aan de aardse wetenschappers en het gewone publiek.
Mijn doel was de aardse wetenschap te doordrenken met de diepe opwinding die ik tijdens mijn instructies op de Moederschepen had gevoeld. De vraag hoe ik dit moest bereiken heeft me voortdurend beziggehouden. Daarom besteedde ik een belangrijk deel van mijn middelbare en universitaire studies aan een antwoord op mijn dilemma. Wilde ik met succes mijn doel bereiken, dan zou de huidige percepties van de aardse wetenschappers een grote sprong voorwaarts moeten maken.
Ik was van plan mij eerst in de wetenschap te bekwamen. In de late vijftiger jaren kregen veel studenten de kans tijdens hun zomervakanties wetenschappelijke programma’s te volgen in de onderzoekslaboratoria van private ondernemingen of op een collegecampus. Een bepaalde zomer werkte ik in een polymeerlaboratorium dat zich in een plaatselijke particulier chemisch onderzoekscentrum bevond. De taken waren simpel. Ik maakte testbuisjes schoon, was verantwoordelijk dat alle laboratoriumuitrusting op de juiste wijze werd weggezet en volgde enthousiast wat er allemaal gebeurde. Op die manier raakte ik op de hoogte wat er allemaal in de hoofden van de onderzoekers omging, welke projecten hun wel of niet interesseerden.
Voor mijn ‘onderzoek’ stond ik vaak een korte tijd in een verre, donkere hoek van een van de vele vestibules van dit laboratorium. Heel vaak liepen verschillende onderzoekers voorbij die helemaal in hun gesprekken verdiept waren en ik liep vaak vijf of tien stappen achter hen aan. Mijn eigen ontwikkeld project verlangde dat ik telepathisch naar hun hevige discussies moest luisteren, waardoor ik me al heel snel hun wetenschappelijke terminologie toeëigende alsmede de juiste presentatie.
Na een maand dit te hebben gedaan, was ik voldoende vertrouwd met hun jargon. Tegen die tijd kon ik me fysiek verenigen met iemands bewustzijn en het Volledige Zelf. Op die manier kon ik ontdekken wat hun Hoger Zelf hen heel graag wilde vertellen. Meestal merkte ik dat zij zich helemaal niet bewust waren van die boodschap, tenzij ze vast in slaap waren of in een meditatieve, creatieve toestand.
Op een dag tijdens een pauze, observeerde ik twee onderzoekers in een portaal die in een heftig gesprek verwikkeld waren over hoe ze een bepaald soort polymeerketen (polyester) konden creëren. Ze waren op zoek naar een nieuw soort plastic. Ik volgde hen op tien passen afstand en ‘sloot me aan’. Beiden waren enorm geblokkeerd waardoor ze veel moeite hadden hun probleem op te lossen. Natuurlijk kende hun Volledig Zelf de oplossing, maar door hun blokkade kon er geen enkele communicatie plaatsvinden. Met toestemming van hun Hoger Zelf voegde ik me telepathisch bij hen.
Volledig geabsorbeerd, konden de beide onderzoekers mijn innerlijke stem niet van hun eigen stem onderscheiden. Ze hoorden me gelijktijdig en herkenden nooit het verschil. Spoedig ontwikkelde zich een levendig en zeer creatief gesprek. Beiden mannen werden zich ervan bewust dat er een ander persoon achter hen liep, wiens expertise de oplossing aandroeg voor hun mislukt onderzoek van maanden. Deze heftige wetenschappelijke discussie duurde tot ze hun laboratorium hadden bereikt, aan het uiteinde van het gebouw.
Voordat ze hun bestemming hadden bereikt, vroegen ze die derde persoon zich bij hen te voegen voor een brainstormsessie in hun kantoor. Pas op dit moment draaiden ze zich om en zagen mij. Uitdrukkingen van grote verbazing en een diep verwijt verrieden hun grote verrassing. Toen ze verdergingen, zag ik dat ze dezelfde discussie voortzetten die ze zo juist abrupt hadden beëindigd. Ik had echter mijn doel bereikt door hun probleem op te lossen.
Dergelijke voorvallen vonden de volgende twee maanden regelmatig plaats. Hierdoor leerde ik veel over hoe mensen in de wetenschap functioneerden. Ik begreep plotseling dat ze aan dezelfde angst en ontkenning leden als mijn leraren, mijn medestudenten en hun ouders. Jammergenoeg wezen de wetenschappers mijn hulp af en zagen me onmiddellijk als een buitenstaander.
Meestal behandelden mijn leraren me als een zeer intelligent student, die een toekomstige beroemde wetenschapper zou kunnen worden. De meeste studenten, met uitzondering van degenen die een wetenschappelijke carrière nastreefden, accepteerden me niet. Maar na enige tijd had ik mijn plekje gevonden. Deze ervaring leidde me naar enkele diepe filosofische gesprekken met Washta en zijn kring Sirische begeleiders en instructeurs over welke richting mijn toekomst zou nemen.
Washta en zijn staf informeerden me over veel zaken. Ze vertelden me dat de volgende paar decennia een tijd voor me zou aanbreken waarin ik zou onderzoeken wie ik was en wat ik wilde worden. Het zou een periode zijn waarin ik meer zou leren over de Aarde en haar bewoners. Ik moest kiezen hoe ik deze situatie het beste kon aanpakken. Na een zeer moeilijke innerlijke strijd besloot ik hen te vragen mij met rust te laten. Ik wilde een wetenschappelijke carrière volgen. Zij gingen ermee akkoord en beëindigden kort daarna alle formele contacten met mij. Het voelde inderdaad vreemd dat ik geen gebruik meer kon maken van mijn psychische vermogens. Al snel miste ik de vriendelijke directe leiding van Washta. Ik was echter niet helemaal op mezelf aangewezen. Wat ik niet wist was dat Washta een speciale groep had aangesteld die me in het geheim volgden om te zien dat mij geen kwaad werd aangedaan.
Mijn wetenschappelijke carrière kwam echt van de grond. Als eerstejaarsstudent ontmoette ik een zekere professor, een Newton-aanhanger en vice-president van het fysische departement - iemand die berucht was dat hij de studenten eruit gooide die volgens zijn maatstaf ongeschikt waren als fysicus. Tijdens de zomer en herfst van het jaar 1965, switchte ik van het hoofdvak fysica naar politieke wetenschappen. Uiteindelijk bekwaamde ik me in ‘Area Studies’ en werd doctorandus in ‘Southeast Aasian Government’ en volgde een Ph.D. – programma in Amerikaans Bestuur en Internationale Publieke Administratie.
Tijdens de laatste universitaire periode ontmoette ik een paar mensen die in feite geïnteresseerd waren in de opmerkelijke ontdekkingen van Nikola Tesla. Als kind was Tesla mijn belangrijkste ‘wetenschappelijke held’ en ik was nooit mijn diepe bewondering voor zijn bijzondere ontdekkingen kwijtgeraakt. Zoals velen die zijn werk hadden bestudeerd, geloofde ik sterk dat hij de man was wiens wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen de 20ste eeuw creëerden. Ik kreeg de kans om aan een documentaire over het leven van Tesla te werken en dat heb ik dus gedaan.
De documentaire over Nikola Tesla trok me geleidelijk in een zeer ongewone wereld van de ‘vrije energie’ fysica en andere soorten alternatieve wetenschap. Uiteindelijk zocht ik hierdoor in 1986 contact met bepaalde personen die opnieuw mijn belangstelling in de Sirische missie stimuleerden. In 1987 werd het contact hervat met Washta en zijn team van begeleiders en instructeurs. De instructies die ik als kind had ontvangen begonnen opnieuw en werden de volgende zes jaar voortgezet. In 1993 begon ik lezingen en werkshops te houden over wat mij was verteld. De rest is, zoals ze zeggen, geschiedenis.
Nu is dan eindelijk de tijd aangebroken om jullie te informeren over wat er met jullie en met onze thuisplaneet, onze kostbare Moeder Aarde gebeurt! Om het voor jullie gemakkelijker te maken de benodigde informatie op te nemen en te ervaren, gebruiken we nu onze verbeelding en gaan aan boord van een zeer bijzonder ruimteschip voor een fenomenale reis in het bewustzijn. Dit is een intelligent en levend sterrenschip dat het ongelooflijke vermogen bezit zichzelf groter of kleiner te maken om in elke tijd te reizen. Aan boord krijgen we de volledige samenwerking en expertise van Washta en een aantal speciale gidsen van de Spirituele Hiërarchie en de Galactische Licht Federatie, die ons vele zaken zullen ophelderen.
Voordat we het schip betreden, willen Washta en de andere reisgidsen jullie nog meedelen dat er een speciaal gedeelte aan het eind van elk hoofdstuk/reis gereserveerd wordt voor de beantwoording van jullie vragen. Laten we nu hiermee beginnen.
A: Meestal werden we fysiek in het schip opgenomen en soms tijdens onze droomstaat. Wij wisten dat we daar waren. Ze informeerden mij over wetenschap, geschiedenis, metafysica en meerdere zaken, terwijl de studies van Susan zich meer richten op metafysische onderwerpen. Het enige wat mijn zus irriteerde was het feit dat zij aan mij meer aandacht besteden dan aan haar.
V: Welke verklaringen gaven de Siriërs je voor je komst naar de Aarde in deze tijd en hoe moest je dit zien?
A: Toen de Siriërs naar de Aarde kwamen, wilden ze ons laten begrijpen dat ze alleen maar mensen waren uit een ontwikkelde galactische samenleving. Zij brachten een heel duidelijke boodschap voor de aardse mens. Al zeer lang waren ze een instrument voor het in stand houden van de beschaving op deze planeet. Hun rol was hoofdzakelijk die van begeleidende toezichthouders, supervisors die zich sterk op de achtergrond hielden. Deze situatie bestond vanwege de manier waarop bepaalde regels historisch waren bepaald en waaraan de Siriërs zich hadden te houden.
A: Ja. Het was een aangepaste versie van de hoofdregel van Star Trek, bekrachtigd door het Pleiadische karmaconcept. Het werkte omdat de rebellerende Pleiadiërs en hun verschillende buitenaardse bondgenoten (de zogemaande Anunnaki) een karmisch spel hadden geïnstalleerd. Hierdoor - en in overeenstemming met de voorschriften van de Hoofdraad van de Galactische Federatie – waren de rebellerende Pleiadiërs en hun tegenhangers van de Pleiadische Sterren Liga verantwoordelijk voor een klein deel van de galaxy en wel gedurende een periode die door de Spirituele Hiërarchie van deze galaxy was bepaald.
Dus, de Siriers moesten de tweede viool spelen onder de verantwoordelijkheid van de Pleiadiërs van de Sterren Liga. De Siriërs waren ontevreden over deze gang van zaken. Heel vaak hoorde ik hoe graag ze ons wilden helpen. Ik hoorde dat ze een groots plan hadden beraamd en dat ze slechts op het juiste moment wachten om het te mogen uitvoeren. Daarna zouden ze er meer direct bij betrokken worden. Daarom vertelden ze me, toen ik hen vroeg mij alleen te laten, dat ze op het juiste goddelijk tijdstip terug zouden keren wanneer dit grootse plan uitgespeeld zou worden.
V: Is Susan je enige zus? Hebben ze je ooit verteld waarom jij en Susan uitgekozen waren voor deze speciale behandeling en aandacht?
A: Ja, zij is mijn enige zus. We waren uitgekozen vanwege de contracten die we hadden gemaakt voordat we op deze planeet incarneerden. Onze contracten hebben te maken met het grootse plan waarnaar wij voortdurend verwijzen. In feite zijn wij spirituele zielen van een ander sterrenstelsel. De taak van Washta en zijn gevolg was ons op te leiden – ons voor te bereiden op datgene waarmee wij hadden ingestemd.
A: Het zal duidelijk zijn dat haar ervaringen een diepe interesse voor de metafysica ontwikkelde. In 1975 bijvoorbeeld verhuisde Susan naar Seattle. Uiteindelijk sloot zij zich aan bij een vooraanstaande metafysische groep (de Theosofische Sociëteit) en werd al snel de beheerder van een esoterische boekwinkel in Seattle. Zij nam later ontslag om te studeren voor verpleegkundige. Terwijl zij de boekwinkel beheerde, ontving Susan een speciale managementtraining op het Theosofische Centrum in Wheaton, Illinois en op een paar andere plaatsen. Op die manier had zij een goede achtergrond voor de zakenwereld en een grote kennis van metafysica en theosofie.
V: Je noemde haar interesse in de metafysica en theosofie. Wanneer begon dit zich te manifesteren?
A: Toen Susan in de vroege zeventig jaren nog in Buffalo woonde, sloot zij zich aan bij de Theosofische Sociëteit. De afdeling in Buffalo had een paar oudere leden die enkele oprichters kenden van de Amerikaanse tak van de Theosofische Sociëteit. Deze mensen hadden ook op het Londense kantoor gewerkt. Door hen werd haar belangstelling in de metafysica en speciaal in de theosofie aangewakkerd. Zij bleef prettige herinneringen houden aan de mensen die ze in de Buffalo en Seattle afdelingen van de Theosofische Sociëteit had ontmoet.
A: Ik leerde mezelf ontwikkelen binnen een breed scala aan onderwerpen en kreeg tenslotte een grote belangstelling voor de wetenschap. Mijn voorkeur voor boeken varieerde van fictie tot non-fictie en was totaal eclectisch. Ik verslond boeken en heb een aantal plaatselijke bibliotheken ‘uitgelezen’. Het enige wat, toen ik jong was, niet mocht lezen, was de volwassen fictie. Daar waren ze zeer strikt in.
A: Ja, rond drie jaar.
V: En je las gemakkelijk. Met andere woorden, je las meer dan ‘Dick en Jane’ op driejarige leeftijd?
A: Ja. Dat was is iets wat mijn moeder verontrustte. Ik deed het zo beroerd op school dat ik met de hakken over de sloot de eerste klas haalde. Toch las ik tegelijkertijd boeken die de kinderen in de achtste of negende klas lazen.
A: Tijdens mijn eerste schooljaren had ik het moeilijk. Mijn kleuterleidster was met haar laatste jaar bezig. Nog bepaald door de oude visies en regels, werd ze al heel gauw boos en schudde me door elkaar. Deze mishandeling was erg traumatiserend voor mij.
In de eerste klas had ik een sterk Duits accent. Mijn in Polen geboren lerares, wiens ouders door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog waren vermoord, werd altijd snel geïrriteerd wanneer ik mijn mond open deed. Zij koos mij uit voor een speciale bestraffing en sloeg me met een dikke, ouderwetse houten wandelstok. Vanaf die tijd begon ik te stotteren.
Wat een verschil met mijn ‘onderricht’ op de schepen! Geschokt, wanhopig en aangedreven door angst dwong ik mezelf mijn uitspraak te verbeteren. Op zevenjarige leeftijd was ik mijn accent helemaal kwijt. Tijdens het derde en vierde jaar begon mijn stotteren echter een groot probleem te worden en moest ik speciale spreekcursussen volgen.
A: Ja, absoluut. Buiten de klas stotterde ik nauwelijks. Ik vond het erg verwarrend, want buiten de school sprak ik heel duidelijk. Maar in de klas kreeg ik een vreemde band van angst en paniek rond mijn hoofd en nek waardoor ik niet normaal kon spreken en denken. Met als gevolg, dat ik een grote aversie kreeg om naar school te gaan. Tijdens het eerste en het tweede jaar was ik zo angstig om naar school te gaan dat mijn moeder me letterlijk tot aan de schooldeur moest brengen.
A: Zeker. In de derde en de zesde klas kreeg ik onderwijzers die zeer begaafd waren in het onderwijzen van kinderen. Zij - en speciaal mijn onderwijzer in de zesde klas - waren wonderbaarlijke leraren, waardoor ik eindelijk zonder problemen naar school kon gaan.
A: Ik herinnerde me mijn Sirisch onderricht duidelijk, hoewel in de tijd veel details verdwenen zodra ik naar de middelbare school ging. Mijn leven begon ongelooflijk verwarrend te worden. Als ik van school thuiskwam, ging ik naar mijn kamer en werd naar het Moederschip getransporteerd. De begripsvolle Sirische leraren onderwezen me enkele uren over allerlei soorten interessante onderwerpen.
Gedurende die tijd gebruikte ik interactieve technologieën die de huidige aardse mens verbazingwekkend zou vinden. Daarna keerde ik naar mijn ouders terug en dus naar alle tirannie en disfunctioneren welke ik met thuis associeerde. Ik vroeg mezelf af in welke wereld ik moest leven – de wereld van de schepen of de wereld hier beneden. Toen mijn verwarring toenam, bleef de tegenstelling groeien. Ten slotte besloot ik dat ik in deze wereld moest leven. Ik stelde me voor dat ik een werkelijk nieuwe benadering van de wetenschap zou ontwikkelen, waardoor een nieuwe spirituele visie deze wereld zou kunnen transformeren.
Op de middelbare school werd ik sterk aangetrokken tot het onderzoeken van de kwantumfysica en verslond letterlijk alles wat hiermee in verband stond. Met als gevolg dat ik een sterke belangstelling kreeg in de subatomische fysica en de astronomie. Ik wilde graag colleges volgen bij een paar professoren die belangrijk onderzoekswerk hadden gedaan bij de Brookhaven Labs (in New York). Ik was van plan hetzelfde te gaan doen.
Door het grote contrast tussen het Moederschip en mijn aardse omgeving moest ik een mentale en emotionele tol betalen. Op mijn vijftiende jaar werd ik hierdoor overweldigd. Washta vertelde me dat ik niet voortdurend naar de schepen overgebracht kon worden. Ik diende me te richten op mijn aardse leven en mijn missie. Toen de Siriërs mij voor de keus stelden, besloot ik te stoppen met mijn bezoeken. Ik vroeg hen mij alleen te laten. Hun vriendelijk antwoord was: “Oké, je hebt een vrije wil om te kiezen. Op het juiste tijdstip zullen wij terugkeren.”
A: Ze vertelden me dat ik ze moest helpen bij het transformeren naar volledig bewuste wezens. De Siriërs waren betrokken in een proces, samen met hun bondgenoten van de Galactische Federatie en speciaal de plaatselijke Spirituele Hiërarchie, dat tot doel had de staat van beperkt bewustzijn van de aardse mensheid uiteindelijk te transformeren. Ze hadden mensen nodig die konden optreden als hun voorhoede en vertegenwoordigers. Mijn rol was de mensheid voor te bereiden op dit nieuwe volledig bewustzijn en op een hernieuwd contact met de galactische samenleving – onze ruimtefamilie.
A: Ja. Dit idee leek me nogal verbazingwekkend! Het hele proces was zeer reëel, maar de rol die ik hierin moest spelen leek me toch te overweldigend. Ik accepteerde het echter intuïtief zonder te weten wanneer het zich zou uitspelen.
V: Was je in je dagelijkse bewustzijn of in een slaaptoestand wanneer je aan boord van de schepen werd opgenomen?
A: Voor telepathische doeleinden, begonnen de Siriërs me in een diepe trance te brengen die me rustig zou houden. Paniek of angst konden tijdens het transport tot beschadigingen leiden. Op het schip was ik in een wakende staat van bewustzijn en kon me alles herinneren wat me was overkomen. Hetzelfde proces werd herhaald bij mijn terugkeer.
A: Ik werd opgestraald. Ik verdween gewoon.
A: Ja. Ik kon voelen als het proces begon en plotseling was ik in het Moederschip.
A: Om door middel van teleportatie te worden gedematerialiseerd, dient je lichaam naar een hoger coherentieniveau te worden gebracht (hoewel het toch een fysiek lichaam blijft, is je frequentie te hoog om met menselijke ogen te worden gezien). Het lichaam reist met de snelheid van het Licht naar zijn bestemming. Een verhoogde frequentie past het fysieke lichaam aan en vergroot het vermogen om zijn verschillende lagen van het Lichtlichaam te integreren. Bij dematerialisatie wordt de frequentie verhoogd tot boven het niveau waarbij we het nog kunnen zien.
A: Nee. De Sirische begeleiders verboden me dit en hielden zich strikt aan dit voorschrift.
A: Ja. Ik ontmoette hem fysiek.
A: Ja. Mijn zus en ik zagen hem zowel hier als op het schip.
A: Ja. Af en toe wordt ik naar het schip getransporteerd, maar dat gebeurt heel zelden. Ze zeiden dat ze me niet zo graag te vaak naar het schip willen teleporteren omdat er dan moeilijkheden kunnen ontstaan.
A: De Sirische training begon me te instrueren over de aard van de Galactische Licht Federatie en haar geschiedenis. Ze vertelden me alles over de galactische oorlogen en de voorspelde veranderingen van Moeder Aarde. De grote catastrofen zullen, naar hun mening, niet optreden.
Ze zeiden dat sterrenstaat Sirius en haar vele bondgenoten in de Galactische Federatie bezig waren met een aantal procedures. Ze waren de noodzakelijke documenten aan het voorbereiden om een verandering aan te brengen in de benadering van de Galactische Licht Federatie ten opzichte van planeet Aarde en haar menselijke beschaving.
V: Krijg je momenteel op een andere wijze je informatie door, nu je niet meer naar het ruimteschip hoeft?
A: Ja. Ik heb een speciale chip ingeplant gekregen (zoiets als een radio-ontvanger), waardoor ik gemakkelijk contact kan krijgen. Wanneer ze iets willen doorgeven, hoor ik ze telepathisch alsof er een radio in me zit. Het werkt prima.
A: Beide. De Sirianen hebben het op drie etherische niveaus aangebracht en eentje fysiek, zodat ze me altijd kunnen contacten zelfs wanneer men probeert er eentje te verwijderen.
Mede-onderzoekers, slecht een geringe tijd geleden kwamen jullie vluchtleiders aan boord van hun sterrenschip, terwijl de andere passagiers nu pas klaar zijn met het completeren van hun voorbereidingen voor de eerste vlucht. Ga alsjeblieft direct naar de vertrekhal om je vliegtickets te ontvangen. Vandaar is het slechts een korte wandeling naar je gereserveerde stoelen, waar jullie je kunnen voorbereiden op het vertrek. Laten we opschieten. Het is bijna tijd om deze luchthaven te verlaten om aan onze verbazingwekkend avontuur te gaan beginnen.
(Vertaald: Harmen Schouwerwou - www.unitynet.nl)