2001:
Een Ruimtereis – de Film en de Werkelijkheid
een
bespreking door Sheldan Nidle (maart 2001)
(vertaald:
Harmen Schouwerwou)
Een
grote, vreemde, met inscripties bewerkte stenenmonoliet - gevonden op de aardse
maan - vormde de aanleiding voor het ruimtebureau om een speciale missie naar
Jupiter te zenden. Onderweg ontdekte HAL, de hoofdcomputer van het schip, een
complot om zijn CPU te ontmantelen en de controle over te nemen. Nadat HAL in
het geheim teamleden vermoordt, doen twee overblijvende astronauten, die nog
steeds in leven zijn, alle moeite om de machine te ontkoppelen. HAL doodt ook
hen. Later, in de ‘witte kamer’, materialiseert een van de dode astronauten
zich als een heel oude man, die een mysterieuze boodschap voor de mensheid
heeft. De film eindigt wanneer hij in ‘sterrenkind’ wordt getransformeerd
die triomfantelijk naar de Aarde reist.
De
huidige wereld laat ons geloven, dat we nog nauwelijks het begin van
ruimtevluchten hebben bereikt en dat we pas begonnen zijn aan het verkennen van
onze innerlijke wereld van psychische ervaringen. In feite hebben we veel meer
bereikt op het terrein van ruimteverkenning, technologie en psychische
ontwikkeling dan onze regeringen ons willen laten geloven. Ze hebben toch moeten
toegeven dat ze een soort geavanceerde technologie hebben ontwikkeld, welke
beschreven wordt in de klassieke Stanley Kubrick/Arthur C.Clarke film “2001:
een Ruimtereis”. In deze film zien we een ruimtestation met periodieke
commerciële ruimtevluchten, een geavanceerde computer, genaamd HAL, een
speciaal voortstuwingssysteem dat het schip van de astronauten naar Jupiter
brengt, ondergrondse maanbases, een geavanceerde buitenaardse monoliet vlakbij
de US maanbasis en een zeer retrospectieve kijk op ons psychisch potentieel. Dit
alles is meer waarheid dan fictie en, gedurende de late vijftiger en de vroege
zestiger jaren, hadden veel bekende wetenschappers en verwante denkers iets
dergelijks gesuggereerd.
In
feite hebben, gedurende de late veertiger jaren, een aantal technologisch zeer
geavanceerde buitenaardse samenlevingen contact met ons gezocht en hebben wij,
in de vijftiger jaren, met hun hulp een zeer geheim ‘onderkomen’ op onze
maan en op Mars geïnstalleerd. Dit veranderde dramatisch toen, in de late
zestiger en de vroege zeventiger jaren, de Galactische Federatie van Licht en
bepaalde andere buitenaardse organisaties besloten om onze openlijke bemande
ruimteverkenningen te beperken tot alleen maar missies in de nabijheid van de
Aarde.
Deze
ruimtewezens waarschuwden dat we de maan met rust moesten laten en dat onze
ruimteprogramma’s nauwkeurig in de gaten werden gehouden. Er word ons
toegestaan informatie te verkrijgen over ons zonnestelsel alleen maar door
middel van onbemande ruimtevoertuigen. Onze restricties waren specifiek:
verzamel alleen maar de informatie die de buitenaardsen als essentieel
beschouwden voor hun missiedoeleinden.
Tijdens
diezelfde periode starten onze wereldregeringen een aantal ‘topsecret’
projecten, die ontworpen waren om zeer begaafde kinderen en volwassenen te
gebruiken bij het ontwikkelen van hun aangeboren psychische vermogens door
middel van telepathische en telekinetische training en geavanceerde
gedachtecontrole-technieken. Het plan had als doel een soort
‘superintelligent’ vermogen te produceren. Het resultaat was een staf van
individuen, wereldwijd, die momenteel in leeftijd varieert van net drie tot
bijna vijftig jaar.
Een
nevenaspect van dit project leidde tot de ontwikkeling van soldaten met
‘psychische gaven’, die ‘het zien op afstand’ en andere psychische
strijdmiddelen gebruikten. Het belangrijkste doel was dat ze als een team
bijeenkwamen om een compleet overzicht te krijgen van óf een gedetailleerde
plek óf van een individu. Indien nodig waren ze in staat mentale en/of fysieke
ongemakken met een voorgeschreven ‘doel’ te veroorzaken.
Om
dit plan te bevorderen, introduceerden de verschillende belangrijke regeringen,
gedurende de jaren 1950, 1960 en 1970, een gehele lijn van hallucinogenen, zoals
LSD, bij de gewone bevolking. Zij introduceerden ook op grote schaal een
wereldwijd handel in zeer verslavende drugs, zoals heroïne en cocaïne, en creëerden
daarmee een wereldwijde ‘drugcultuur’ waardoor ze gemakkelijker hun
uitgebreide gedachtecontrole-experimenten konden beheersen. Ondertussen
converteerden grote multinationals, als onderdeel van de ‘topsecret’
regeringsprojecten, ET technologie voor gebruik op de Aarde. Dit resulteerde in
het ‘ontwikkelen’ van vaste, op silicium gebaseerde elektronica en het
maakte de productie mogelijk van elektronica die gebaseerd was op bepaalde
andere zeldzame aardse elementen in geheime ondergrondse regeringslaboratoria.
Deze
ontwikkelingen hebben geleid tot de creatie van een zelfs meer geavanceerde,
levensechte versie van ‘HAL’ die nog steeds overal op de wereld in gebruik
is in veel geheime ondergrondse bases van de regeringen en aan boord van hun
speciaal geconstrueerde ruimteschepen. In de vroege zeventiger jaren, werd
vlakbij onze geheime maanbasis een grote stenenmonoliet-systeem – zoals die in
de film ‘2001’ werd beschreven - ontdekt, die een soort radiogolven uitzond
die door de wetenschappers op de Aarde werden opgevangen.
Opnieuw,
de sciencefiction die op zijn eigen wijze de Waarheid weerspiegelt. Inscripties
op deze maanmonoliet veronderstelt dat we speciale Wezens zijn. Op het juiste
moment zullen wij in contact komen met zeer hoog ontwikkelde Wezens: onze
ruimtebroeders.
Terwijl
dit alles vanaf de veertiger jaren tot nu plaatsvond, ondergingen wij een zeer
snelle verandering in onze RNA/DNA. Wij werden in staat gesteld de slapende
‘derde streng’ te activeren in het centrum van de dubbele spiraal die onze
DNA vormt. Deze aanpassingen plaveien de weg voor de integratie van onze
fysieke, mentale, emotionele en spirituele zelven. Hierdoor bezitten wij het
verbazingwekkende potentieel om volledig bewuste Wezens te worden.
Vervolgens
is, vanaf de late negentiger jaren, door de nauwkeurige waarneming van onze
ruimtebroeders, de levensruimte toegenomen. Nu naderen we ten slotte snel het
moment dat de grote verandering in de mensheid, waar in de film ‘2001’ naar
wordt verwezen, werkelijkheid kan worden.
Wanneer
we de decennia van snelle groei en ontwikkeling volgen, mag onze/deze beschaving
verwachten dat het jaar 2001 een keerpunt zal worden in onze grootse reis in
bewustzijn. Precies zoals in de mysterieus getransformeerde astronaut in de film
onthulde: “Iets wonderbaarlijks staat te gebeuren”, zo vertelt de
Galactische Federatie van Licht ons dat we hetzelfde in onze werkelijkheid
kunnen verwachten. Deze ‘Odyssey’ bereidt ons voor om nieuwe gebieden te
verkennen en opwindende nieuwe taferelen in onze innerlijke en uiterlijke
werelden te ontdekken. Wij zijn de embryonale ‘sterrenkinderen’, gezien
vanuit de visie van de film “2001: Een Ruimte Odyssey”. Het is een
symbolische visioen van wat er met onze wereld en met ons allen gebeurt. Wij
worden Galactische Mensen.