Haar Perspectief

door
Alloya
1.8
Lemurië
en Atlantis
Duizenden
jaren later begonnen de sterrenzielen van de Pleiaden en Sirius de Aarde te
bezoeken en incarneerden in de Lemurische lichamen, die de Godin nu creëerde
tijdens de Lemurische periode. De Sirische zielen die nu de Lemurische lichamen
binnenkwamen ontvingen van hen het geschenk van een denksysteem. Na duizenden
jaren evolutie hadden wezens van het Sirische stelsel voor zichzelf een
denksysteem van hoog niveau ontwikkeld . In de Lemurische tijden was de vroegste
mens pas begonnen om dingen op een mentale, bedachtzame wijze waar te nemen. De
vroegste Lemuriërs
werden als hersenloze wezens gezien, dus zonder brein. Toen de Sirische zielen
incarneerden in de lichamen van de Lemuriërs
activeerden ze slapende codes in hun DNA, waardoor de ontwikkeling van hersenen
en verstand startte. Toen Itzme over de Siriërs
sprak die Itzhim wegvoerden in hun schepen, refereerde zij naar een Sirische
ziel die in het lichaam van Itzhim incarneerde
en hem het vermogen van denken gaf. Dit proces scheidde hen van elkaar,
zo waren niet langer één wezen. Ze waren nu gesplitst in twee – man
(intelligentie) en vrouw (intuïtie).
De
mensheid was door de Siriërs
het vermogen gegeven om te evolueren en een brein te ontwikkelen met bewuste
gedachtepatronen. De Sirische zielen brachten de lichtmatrix met zich mee, die
de blauwdruk is van de matrix van het menselijke verstand. Toen eenmaal de
verbinding was gelegd met de biologische processen van het primitieve lichaam,
begon de ‘geest’ en zijn gedachtepatronen een brein te creëren waarmee de
mens kon denken. De ontwikkeling van de hersenen was verdeeld in twee
hemisferen, zoals de scheiding der geslachten. In het laatste deel van deze
periode, begonnen de mensen meer esthetische waarden te ontwikkelen – kunsten
begonnen te floreren en de Lemuriërs
begonnen kleur en geluid te herkennen. De Lemuriërs
evolueerden en ontwikkelden een cultuur die duizenden jaren bloeide en creëerden
voor zichzelf een enorme en bloeiende samenleving.
De
menselijke ziel wilde dat hun lichaam rechtop stond om de ruggengraat te
perfectioneren. Toen de ruggengraat volmaakt was en hard en alle zenuwen
ontwikkeld waren, was het enige dat nog moest gebeuren - de vorm contact laten
maken met de ‘geest’ van de menselijke ziel. Nu kon het wonderbaarlijke
organisme aan het werk gaan. De eerste pogingen mislukten echter. Kundalini, de
Godin van de levenskracht had hun het geschenk gegeven van het naar buiten
manifesteren van hun krachten. Door de geleidelijke scheiding van de geslachten
ontwikkelde zich de behaaglijke opwinding van plezier en seksualiteit in het
lichaam. Geleidelijk vergaten ze de goddelijke en intuïtieve
krachten en wilden alleen nog maar het plezier van de seks. Ze verlangen naar
seks en dit nieuwe genoegen creëerde een nieuwe vrucht. Twee wezens van het
tegengestelde geslacht konden nu een nageslacht voortbrengen. Niet alle Lemuriërs
konden het apparaat voor het verstand vasthouden en ontwikkelen. Daarom werden
ze beschouwd als wezens zonder hersenen - ondoordacht.
De
meeste ontwikkelde zielen begonnen zinnelijke genoegens te beleven met de
achtergebleven types, degenen zonder verstand. Dit veroorzaakte een
verschrikkelijke degeneratie.
“Wanneer
je eet van de verboden boom, of je paart met vrouwen van gedegenereerde rassen,
zul je sterven en verlies je de vruchten van je ras, want je zult vader worden
van monsters en niet van menselijke wezens”.
De
Lemuriërs
waren vervloekt en degenen die op hun beurt wachtten om te midden van de mensen
te leven, weigerden die halfmenselijke lichamen te bewonen.
Itzme
leed pijn , zij begreep niet wat er gebeurd was in die ene minuut dat ze
verenigd was met haar andere helft, Itzhim. Ze was alleen en verloren. Ze
vertegenwoordigde de zuiver vrouwelijke energie, zonder verstand. Itzhim
vertegenwoordigde de mannelijke kant, het intellect, van het brein dat zich
begon te vormen. Op alle niveaus was er een splitsing tussen de seksen. Niet
alleen waren de hermafrodieten in biologische zin gesplitst, maar ook als ziel.
Een fragmentatie vond op ieder niveau plaats. Het vrouwelijke aspect van het
geheel, vertegenwoordigd in de rechter kant van de hersenen, voelde zich geïsoleerd
en afgesneden van haar mannelijke tegenhanger – het linker hersendeel. Dit
ontwikkelde een brein en verstand voor latere mensen die in man en vrouw waren
gepolariseerd en gedualiseerd. Dit manifesteerde zich in de scheiding van de
geslachten. Deze kloof tussen de man en vrouw en de twee functies van het brein
(het intellect en de intuïtie)
werd steeds dieper totdat het niet meer overbrugd kon worden.
De
Lemuriërs
waren reuzen, wiens fysieke schoonheid en kracht hun climax bereikten, in
overeenstemming met de evolutiewet. De verslagen spreken over enorme lichamen en
hoofden. Zij bouwden geweldige voorstellingen, bijna 7 meter hoog. Ze hadden een
innerlijke blik met een sterk ontwikkeld derde oog waarmee ze de innerlijke zon
konden zien. Lemuriërs
geloofden dat door naar binnen te kijken het goddelijke gekend kon worden. Ze
hadden geen last van stress en ziekte en konden honderden jaren oud worden,
waarbij ze hun E.S.P.-vermogens (buitenzintuiglijke waarneming) ongelooflijk
ontwikkelden. Ze konden door wilskracht uit het lichaam astraal reizen en konden
zich naar andere dimensies projecteren. Ze waren extreem telepathisch en konden
zich van de ene plek naar de andere op de planeet verplaatsen (teleporteren).
Het was een vredelievende, vegetarische en de natuur respecterende cultuur. De
Lemuriërs
leefden in betrekkelijke vrede en harmonie gedurende duizenden jaren, maar het
veranderde te snel. Het Lemurische volk werd zich bewust dat er iets ging
veranderen. Ze kregen informatie dat de Aarde door een dramatische verschuiving
zou gaan. Deze Lemuriërs
stonden in nauw contact met de land en de Aarde sprak met ze en zij luisterden.
In deze Lemurische tijd was de Aarde nog in een veranderingsproces en paste haar
landschap aan. Ze was nog steeds instabiel en wild. Het vuur in het binnenste
van de Aarde deed de Aarde kraken en exploderen. Elke berg was een vulkaan die
voortdurend vurige lava spuwde. Een enorme Lemurische fauna bedekte de ronding
van de Aarde. Immense groene lagen werden geleidelijk varens. Het land was rijk
en vruchtbaar, gevoed door de voortdurende as die uit de vurige vulkaanmonden
werden gespuwd. En voor een kort poosje werd het opnieuw een paradijs.
De
feitelijke desintegratie van Lemurië
vond plaats gedurende een periode van duizenden jaren. Het werd bereikt als de
uitkomst van een reeks vulkanische verstoringen die geleidelijk de ondergrondse
lagen ondermijnden die het fundament van de continent vormden. Deze explosies en
aardschokken waren het gevolg van de invloed van een heldere ster die de Aarde
passeerde en grote verstoringen veroorzaakte. En Lemurië viel.
Atlantis
was het dochterrijk van de Lemurische cultuur. De Atlantiërs
begonnen zich onafhankelijk van de Lemuriërs
te ontwikkelen en richtten zich op technologie en materie. De ramp – de val
van Lemurië
– werd teweeggebracht door hun Atlantische broeders en zusters die over waren
gestapt naar de duistere kant. Zwarte magie was wijdverbreid en de Atlantische
priesters kregen slechte gedachten. De Lemuriërs
hadden weinig belangstelling voor de technologie van de
Atlantiërs
en bemoeiden zich niet met hun ontwikkeling. Het waren vredelievende mensen. De
Atlantiërs
maakten plannen om Lemurië
te vernietigen. Ten tijde van Lemurië
had de aardse maan een satelliet. De Atlantiërs
veranderden – met behulp van de wezens van de duistere ster – de baan van de
satelliet van de maan en veroorzaakten een belangrijke verstoring in het
evenwicht van de planeet. Dit veroorzaakte aardschokken en vulkanische explosies
die uiteindelijk Lemurië
deden verzinken.
De
opkomst van de Atlantische beschaving
De
eerste kolonisten van Atlantis verlieten het continent Lemurië
om een nieuw thuis te zoeken. En een wonderbaarlijk Atlantis was geboren. De
Atlantiërs
waren zeer inventief, ver buiten de wildste dromen van de moderne wetenschapper.
Hun fantastische geavanceerde technologie gaf hen vrije tijd, gemak en een
overvloed aan materiële dingen. Jammergenoeg werden ze te zeer in beslag
genomen met het najagen van lichamelijke genoegens en met het vergroten van luxe
bezittingen dat deze tekortkomingen uiteindelijk naar hun ondergang zouden
leidden. Interne conflicten verrezen. Toen ze hun kolonie begonnen te
ontwikkelen, dachten de Atlantiërs
dat hun cultuur beter en geavanceerder was dan die van hun Lemurische zuster.
Dit leidde uiteindelijk naar een gevoel van scheiding. De overgebleven Lemuriërs
wilden niet buigen voor het hiërarchische bestuur van Atlantis en werden
gedwongen om letterlijk ondergronds te gaan. Vandaag vormen zij, wat nu bekend
staat als, het Koninkrijk Shamballa. In die tijd begonnen de Atlantiërs
te experimenteren met het DNA en de genen van mensen om hen meer controleerbaar
te maken. Dit had tot gevolg dat het bewustzijn van de mensen verzwakte, dat men
korter leefde en dat de psychische/spirituele vermogens dramatisch afnamen. Na
verloop van tijd autoriseerden de Atlantische leiding een serie groteske
experimenten. Voordat de Atlantiërs
hun ondergang beleefden, hadden ze een mens gecreëerd met een beperkt
bewustzijn. Restanten van het volledig bewustzijn bleven bestaan, hoewel
slapend. Veel buitenaardse rassen bezochten in die tijd Atlantis en sommigen van
hen namen deel aan het plan en experimenteerden door de mens met dierlijke genen
te besmetten. Er bestonden vele groteske schepsels, of dieren die half mens
waren met hoeven, klauwen, veren, vleugels of een staart op hun menselijk
lichaam.
Er
bestonden twee facties Atlantiërs
– de Zonen van de Wet van Eén en de
Zonen van Belial (het Duister). De Wet van Eén bestond uit mensen met een
spirituele en vredelievende aard. De Zonen van Belial waren meer fysiek gericht
en exploiteerden de Aarde vanuit egoïstische doeleinden. Sommige priesters van
Belial begonnen dingen te creëren door middel van zware magie, die uit de Aarde
werden getrokken en werden gegeven door de duistere reptielen die zich in de
tunnels van de Aarde schuilhielden. De hoogst geëvolueerden begonnen magie,
Atlantische magie in praktijk te brengen en controleerden het rijk der elementalen,
ze controleren het weer, de bliksem en stormen. Ze konden de macht van de
elementalen gebruiken om onvoorstelbare rijkdom te manifesteren. Machtwoorden en
zorgvuldig geplande rituelen werden ontwikkeld om de priesters te verrijken. Dit
magische werk was het misbruiken van de Witte Magie dat zo openlijk in die dagen
gebruikt werd. Ze gebruikten magische apparaten om de mensen van Atlantis en ook
de Aarde grondig te beschadigen. Vele afschuwelijke vormen van marteling werden
bedacht, niet alleen voor het lichaam maar ook voor de ziel. Deze duistere
priesters vonden manieren om de energie van de geïncarneerde ziel tegen hun wil
te misbruiken, te manipuleren en te controleren. De energielichamen van mensen
werden anders geordend, verkeerd aangesloten waardoor de trillingsfrequentie
verlaagd werd.
Het
ego werd, zoals je weet, ontwikkeld in de Atlantische periode. Ze vonden
manieren om het zelfbewustzijn in de val van het lichaam te laten lopen,
waardoor de mens het gevoel kreeg afgesneden te zijn van zijn hoger aspect. Dit
was het begin van een sterk egoïstisch en concurrerend gedrag, dat gebaseerd
was op de angst afgesneden te worden van het goddelijke. Want, zie je, wezens
met een volledige 12-strengen DNA hadden een rechtstreekse weg naar het
goddelijke – een kosmische roltrap wanneer je graag naar de hemel wilt gaan.
Met het Atlantische geknoei van het DNA – spiraal
konden de wezens niet langer de ladder naar het hogere bewustzijn
beklimmen.
De
Belial krachten verloren het zicht op hun ware spirituele aard en creëerden
vernietigingswapens. De Siriërs
hadden Atlantis vanuit de ruimte bezocht en introduceerden bij de Atlantiërs
geavanceerde krachtgeneratoren van kristallen. Uiteindelijk werd de hele
beschaving van kracht voorzien door een Groot Kristal. De Atlantiërs
gebruikten grote kristallen en creëerden bijzonder destructieve apparaten met
de Dodende Straal. De Zonnepriesters, die het ware licht dienden, begonnen
tekens op te merken in de natuur die hen zorgen baarden. Want dit waren de
tekens van een dreigend gevaar voor de Aarde en de mensen van Atlantis. De
Zonnepriesters observeerden de vogelvluchten, de wolkenformaties en luisterden
naar de wind en het water. De natuur sprak tot hen en waarschuwde dat een grote
ramp op het punt stond de Atlantische cultuur te vernietigen. De Heilige Mannen
probeerden wanhopig de anderen te waarschuwen voor het gevaar van het misbruiken
van de duistere energieën, die afgetapt waren uit de Aarde, maar er werd niet
geluisterd. Eindelijk begon de vernietiging. In de eerste ochtenduren begon de
Aarde te schudden. De Zonnepriesters namen hun persoonlijke bezittingen en
vertrokken naar hun schepen. Ze moesten Atlantis, dat ze hadden gebouwd,
achterlaten waarna het begon te trillen, te verkruimen om uiteindelijk te
verzinken.
De
Hoge Priester ontdekte de kristal van de grote Tempel in de hoofdstad van
Atlantis, die de oorzaak was dat het fragiele evenwicht verstoord werd met
rampzalige gevolgen. Ze manipuleerden de kristallen in de kristallen tempels.
Deze kristallen waren verantwoordelijk voor het in stand houden van de twee
bevroren waterlagen in de atmosfeer, die de mensen op Aarde beschermden tegen de
schadelijke zonnestralen en die er ook voor zorgden dat er altijd stabiele
weerspatronen waren. Dit had tot gevolg dat het firmament (de waterlagen)
afgebroken werd. Het water stroomde dus naar beneden op de Aarde en
veroorzaakte, wat in de Bijbel genoemd wordt, de Grote
Zondvloed.
De
val van Atlantis
De
doos van Pandora ging open. Een magisch gebeuren daalde af naar de planeet. Een
verschrikkelijke ramp.
Er
waren waarschuwingen. De donder was mijlenver te horen. Donkere wolken bedekten
de hemel. De weerpatronen veranderden drastisch. De Aarde huiverde. Vreemde
activiteiten verschenen in de nachtelijke lucht. Gloeiende lichten bewogen zich
snel door de donkerwordende lucht. De Aarde schreeuwde. Gebouwen begonnen te
verkruimelen. De kristallen tempels begonnen in stukken te vallen. Iedereen
zocht bescherming, maar die was niet te vinden.
Plotseling
werd de lucht gevuld met enorme metalen schepen, die met hun heldere lichten
door de wolken schenen als een signaal naar de Aarde beneden: “Tijd om te
vertrekken”. Maar dit was geen uitnodiging voor iedereen.
De
oceanen zwollen op tot gigantische hoogten, golven die het land overspoelden en
huizen en families meenamen. Zonder waarschuwing spuwden vulkanen gloeiend hete
as in de hooggewelfde hemelboog. Het donderend ontwaken van de slapende
vulkanische giganten in het centrum van het eiland, verstoorde de rustige vrede
in de vallei. Toen de zeeën kalmer werden, was het eiland verdwenen. Ver
beneden het oppervlak van de nu vredige oceaan, lagen de restanten van een
eiland dat eens vervuld was van hoop en dromen. Verdwenen waren de grootse
bouwwerken van licht, de schitterende gebouwen. Verdwenen waren de duizenden
dorpsbewoners, de Priesters en Wetenschappers. Verdwenen waren de gouden tempels
- de plek van gebeden, devotie en vertrouwen. Atlantis was niet meer. De gouden
eeuw van Atlantis was verdwenen.
De
Lemuriërs
waren de voorouders van de inheemse Amerikanen (Indianen). Ze bereidden zich
duizenden jaren voor om de bewakers van de verslagen, de geschiedenis van de
Aarde te worden. Toen gingen ze ondergronds. Daar leerden ze te leven en het
ondergrondse milieu te gebruiken voor hun voeding. Ze bouwden zeer dienstbare en
liefdevolle gemeenschappen binnenin de Aarde. Toen de vloed van Atlantis kwam
waren al hun mensen ondergronds waar ze veilig waren voor het water, zelfs toen
veel, zeer veel mensen aan het oppervlak van de Aarde omkwamen. Toen het water
zich terugtrok, verschenen de mensen. Het land dat ze vroeger hadden gekend was
nu totaal veranderd. Het opnieuw verschijnen op de Aarde is het punt waarop de
geschiedenis van de Indianen begint. Ze waren niet de enigen die ondergronds
gingen, er waren ook nog de Aborigines van Australië.
Wij
waren de Lemurische Dromers
We
leefden in het binnenste van de Aarde
Veilig
voor de vernietiging aan het oppervlak
We
onderwezen onze kinderen goed
Maar
zelfs met ons verhoogd bewustzijn,
konden
wij niet herinneren.
In
heel Amerika bestaan er legendes van archaïsche wegen, raciaal geheugen van
ondergrondse passages die zich kilometers uitstrekken. Na de grote cataclysme
leefden de voorouderlijke Noordelijke Indianen in een groot grottencomplex
totdat het veilig was om terug te keren naar de bovenwereld.
“De
Mandans (een Indianenvolk) van de noordwestelijke staten beweren dat de eerste
mensen die uit de tunnels verschenen de Histoppa waren, of de ‘getatoeëerden’.
Omdat ze te snel, toen het nog niet veilig was, verschenen kwamen ze om. De rest
die beneden bleef, wachtte totdat een helder licht de duisternis aan het
oppervlak verjoeg.”
“De
Apachen hebben een legende dat hun voorouders afkomstig waren van een groot
eiland in de oostelijke zee, waar grote gebouwen en havens voor schepen waren.
De Vuurdraak verrees, hun voorouders moesten de bergen invluchtten, ver naar het
zuiden. Later werden ze gedwongen hun toevlucht te zoeken in enorme oude
tunnels, waar ze jaren hebben doorgebracht.”
De
Lemurische stam kon niet langer aan het oppervlak leven. Ze besloten de
ondergrondse grotten te verkennen. Honderden jaren gebruikten de stammen de
magie van stenen, hoewel spaarzaam, om drie grote steden in de ondergrondse
ruimtes te construeren die ze hadden ontdekt. Deze steden droegen de namen
Atlantia, Avalon en Pandora.
In
het begin was de Aarde bedekt met water en alle levende wezens bevonden zich
beneden, in de onderwereld. Toen de mensen konden praten, konden de dieren, de
bomen en de rotsen praten. Het was donker in de onderwereld en ze gebruikten
adelaarsveren als toortsen. De mensen en dieren die overdag uitgingen wilden een
meer lichte omgeving, maar de nachtdieren – de beer, de panter en de uil –
wilden duisternis.
Nog
steeds bevonden de mensen zich beneden en zagen niet veel, maar de Zon kwam
hoger en toen zagen ze meer. De Zon scheen door een gat en iemand zag toen dat
er een andere wereld was, de bovenwereld. Hij vertelde dit de mensen en ze
wilden er naartoe. Dus bouwden ze heuvels om de bovenwereld te bereiken. In het
oosten bouwden ze een heuvel en beplantten het met alle soorten fruit en bessen
die zwart van kleur waren. In het zuiden bouwden ze opnieuw een heuvel en
beplantten het met allerlei soorten fruit die blauw waren. In het westen bouwden
ze een andere heuvel en beplantten het met fruit dat geel was en in het noorden
bouwden ze een heuvel en beplantten deze met alle vruchten in gevarieerde
kleuren.
De
heuvels groeiden niet verder, want hun toppen waren niet ver verwijderd van de
bovenwereld en de mensen debatteerden hoe ze op de Aarde konden komen. Ze legden
kruiselings veren voor een ladder, maar de veren waren te zwak en ze braken. Ze
maakten een tweede ladder van grotere veren, maar die was ook te zwak. Ze
maakten een derde ladder van adelaarsveren, maar zelfs deze waren niet sterk
genoeg om hun gewicht te dragen. Toen kwam de Buffel en bood zijn rechter hoorn
aan om een ladder te maken en drie anderen kwamen om ook hun hoorns aan te
bieden. De buffelhoorns waren sterk en door middel van hun hulp konden de mensen
door het gat naar boven klimmen, naar het oppervlak van de Aarde. Maar hun
gewicht verboog de buffelhoorns die eerder recht waren, dus sindsdien zijn ze
krom.
Toen
de mensen uit de Aarde naar boven kwamen maakten ze Zon en Maan vast met
spinnendraden, zodat ze niet weg konden en stuurden ze deze de lucht in om licht
te geven. Maar water bedekte de hele Aarde, dus vier stormen bliezen het water
weg. De Zwarte storm blies naar het oosten en stuwden het water naar de
oostelijke oceaan. De Blauwe storm blies naar het zuiden en stuurde het water
die richting uit. De Gele storm stuwde het water op naar het westen en de
Gevarieerd Gekleurde storm ging naar het noorden en stuurde het water daar
naartoe. Dus nu waren er vier oceanen gevormd – één in het oosten, het
zuiden, het westen en het noorden.
Nadat
het water weggeblazen was, keerden de stormen terug naar de plek waar de mensen
aan het wachten waren, bij de ingang van het gat.
De
Aarde was nu helemaal droog, met uitzondering van de vier oceanen erom heen en
het meer in het centrum, waar de Bever de wateren had afgedamd. Alle mensen
kwamen tevoorschijn. Ze gingen naar het oosten tot ze bij de oceaan kwamen.
Vervolgens vertrokken ze naar het zuiden totdat ze opnieuw bij een oceaan
arriveerden. Daarna liepen ze naar het westen totdat zij opnieuw bij een oceaan
kwamen. En ten slotte gingen ze naar het noorden waarbij elke stam stopte op de
plek van eigen keus. Maar de Jicarillas bleven steeds maar weer een cirkel
beschrijven rond de plek waar zij vanuit de onderwereld naar boven waren
gekomen. Drie keer gingen zij rond. Maar toen dit de Bestuurder verveelde en hen
vroeg daarmee te stoppen, zeiden ze: “in het midden van de Aarde’. Dus
leidde hij hen naar een plek dichtbij Taos en liet hen daar achter en zij gingen
terug naar het binnenste van de Aarde”.
(Jicarilla Apache mythe)
Toen
Atlantis viel, verliet de Aarde de hogere dimensies en ging de derde dimensie
binnen. Met de afdaling naar de derde dimensie verloor het overgebleven
menselijke ras het bewustzijn van de Eenheid van alle dingen. Polariteit en
dualiteit namen het over en in plaats van harmonie kwamen steeds meer
tegenstellingen het bewustzijn van menselijke wezens binnen. Zelfs de elitaire
priesterkaste werd beïnvloed en zij verdedigden hun waarheden op een
dogmatische wijze. Wie corrumpeerde het Atlantische bewustzijn?
Een
groep reptielenwezens uit de Pleiaden hadden het Atlantische bewustzijn geïnfiltreerd.
De reptielen waren een afvallig of opstandig segment die de universele wetten
niet erkenden. Je begrijpt, er waren oorlogen bezig in het universum. De
Galactische Federatie en de Afvallige Reptielen bevochten elkaar in eindeloze
interstellaire oorlogen gedurende duizenden jaren. Verdragen werden gesloten en
contracten getekend tussen de verschillende groepen, maar de Afvallige Reptielen
wilden zich niet verbinden met het welzijn voor allen. Deze ruimteoorlogen
worden prachtig verbeeld in de film Star
Wars. De oorlog tussen de goden
waarnaar verwezen wordt in de oude Griekse en Egyptische mythologie, was in
feite een strijd tussen de buitenaardse rassen over de kwestie non-interventie
of rechtstreeks contact en manipulatie van de mensheid op de Aarde. Veel
verschillende wezens van naburige sterren begonnen zich te verenigen tot de een
of andere groep. Sterrenstelsel uit de hele galaxy begonnen zich te verbinden
met of de Galactische Federatie of de Afvallige Reptielen. Deze Hagedissen
maakten fysiek contact met de eerste Atlantische mensen. Hun afdaling uit de
lucht, hun technologie en fysieke verschijning zorgden ervoor dat ze door de
Atlantiërs
als goden werden beschouwd. Kort daarna begon de Reptielen god, Poseidon, de
fysieke seksuele betrokkenheid met de Atlantiërs
te stimuleren.
“Ik
herinner me de genetische experimenten van Atlantis. Je zou misschien denken dat
dit alles zich afspeelde binnen de laboratoria, in leuke kleine testbuisjes,
maar dat is onjuist. Ik herinner me hoe ze de menselijke vrouwen bijeendreven en
als dieren tot slaaf maakten. Ik herinner me hoe ze de ruggengraat van de vrouw
braken, zodat ze niet flauw zouden vallen van de pijn als de Reptielen hen
bestegen. Het was afgrijselijk, wreed en in mijn heugen geprent zodat ik het
nauwelijks kan vergeten. Verbeeld je de verschrikking om een half mens/half
reptiel geboren te laten worden, een monsterlijke baby. Vele vrouwen overleefden
de geboorte niet. Ze werden aan de kant geschoven en de experimenten gingen
verder. Afschuwelijke vormen werden uit onze lichamen geboren die alleen maar
moesten ronddoolden in hun lelijke en misvormde lichamen. Misschien was de
Zondvloed wel een onbedoelde zegen. In ieder geval werd de aarde nu verlost van
de afschuwelijke monsters die de paring had veroorzaakt.”
Toen
de goden zich fysiek begonnen te vermengen met de Atlantische mens, ontstond het
‘Koninklijke Geslacht’. De koninklijke bloedlijnen werden in de
machtposities geplaatst om de Atlantische mensen te beheersen. De koninklijke
afkomst van koningen en koninginnen traden als heersers op over Atlantis en
plantten het zaad dat een nieuw ras van kruisingen deed ontstaan onder de
Atlantische mensen. Ze bestuurden Atlantis totdat een grote ramp zou
plaatsvinden dat een eind maakte aan het Atlantische tijdperk.
(wordt
vervolg)
Bron:
alloya.com
(Vertaald:
Harmen Schouwerwou – www.unitynet.nl)