Haar Perspectief

 door

Alloya

1.5 Marduk komt in beeld.

Vele jaren geleden keerde een planeet (die wel vaak de 12e planeet Nibiru wordt genoemd) terug in een baan van het aardse zonnestelsel. Nibiru beschrijft een zeer ruime baan in en buiten ons zonnestelsel en arriveert eens in de 3600 jaren in ons aardse zonnestelsel. Als een planeet van enorme proporties, in vergelijking met de Aarde, en met een magnetisch veld dat twintig keer zo krachtig is, had Nibiru in het verleden een agressieve en schadelijke invloed op de Aarde. Marduk was een wezen van Nibiru die in dit verhaal voorkomt en een hoofdrol opeist.

Marduk (Nibiru) zond een straling uit naar de andere planeten in dit zonnestelsel. Het bracht elektrische emissies teweeg bij deze planeten. Bij het passeren van Neptunus werd Marduk door diens zwaartekracht naar de omgeving van Uranus geduwd. Tijdens de passage werden er brokstukken afgerukt en als satellieten meegevoerd die een baan rond Marduk beschreven. Bij het passeren van de zeer grote planeten Saturnus en Jupiter werd de baan afgebogen naar het centrum van het zonnestelsel in de richting van planeet Tiamat (Aarde).

Na zijn eerste zonnebaan voltooid te hebben, kwam Marduk opnieuw terug en raakte Tiamat rechtstreeks en splitste haar in tweeën. De bovenste helft werd door satellieten geraakt en dit deel werd de Aarde. De onderste helft werd in miljoenen stukjes uiteengerukt en werden de asteroiden, de gordel van planetoïden en stukken rots tussen Mars en Jupiter. De grootste satelliet van  Tiamat – Kingu – werd de Maan. Deze verstoorde de weerpatronen van de Aarde en veroorzaakte zware regenbuien, overstromingen en heftige stormen en aardschokken (Soemerische mythen).

De Mesopotamiërs (een oude cultuur van het Midden-Oosten) geloofden dat hun wereld geschapen was nadat de Goden Marduk – de God van de Strijd - hadden gezonden om de oudste Godin, Tiamat, en de Patroon van de Oerchaos te vernietigen. Tiamat creëerde verschrikkelijke draken, slangen, orkanen en donderslagen. Mardok werd ontboden om Tiamat te doden, wat gebeurde. Zou dit misschien de dood van de dinosauriërs veroorzaakt kunnen hebben?

Er is een uitstekende geofysische verklaring voor de gevolgen van een asteroïde aan het eind van de Krijtperiode, 65 miljoen jaar geleden. Een kleistrook dat rijk is aan het mineraal Iridum en sedimenten zijn op veel plaatsen op de wereld gevonden. Dit mineraal is zeldzaam op Aarde maar meer algemeen in meteorieten. Er werd verondersteld dat de impact een nucleair winterscenario tot gevolg heeft gehad en de dood van dinosaurussen, zoogdieren en waterdieren zou hebben veroorzaakt.

“Voor degenen onder jullie op Aarde die de complexiteit van het ontwerp van het universum niet kunnen zien - deze bombardementen zullen waarschijnlijk veel schade hebben veroorzaakt. Wanneer je kijkt naar het geweld van de chemische reacties die plaatsvinden in het scheppen van een ster of een galaxy van sterren, zul je moeten toegeven dat het universum één gigantisch complex systeem is van dood en wedergeboorte. Dit is het scheiden en samensmelten van veel verschillende energieën. Het leven als planeet in het universum is een leven van aantrekken en afstoten. Van tijd tot tijd trekt mijn magnetisch krachtveld ongewenste bezoekers aan. De dans tussen Marduk en mij was bloedig, maar niet zonder beloning. Want nu baadt mijn zoon – de Maan – mij in een schemerlicht. Het kwam niet bij me op Marduk de schuld te geven. Zo zit ik niet in elkaar! Maar ik miste wel mijn enorme dieren die op het land rondtrokken en in de rust van mijn wouden graasden. Nu waren ze verdwenen, de tafel was schoongeveegd. Ik denk dat ik alles opnieuw ga doen. Ik ademde diep in, likte mijn wonden schoon en ademde nieuw leven uit”

Nu de dinosauriërs waren uitgeroeid, stapten de eens in het duister levende en beschutte zoogdieren het daglicht binnen. Ze trokken snel naar geschikte ecologische gebieden. De planeet herstelde van haar letsels en het overvloedige leven kwam al weer snel tevoorschijn. Veel nieuwe dieren begonnen in het paradijs rond te zwerven toen de Aarde het Tijdperk der Zoogdieren binnenkwam. Hieronder bevonden zich de primaten (opperdieren – mensen en apen) die 30 miljoen jaar eerder geëvolueerd waren tot schepsels die in bossen leefden. Een voorafgaande evolutie van bloeiende planten, grassen en fruit zorgden voor een paradijselijke wereld waarin de nieuw geëvolueerde zoogdieren goed gedijden en zich vermenigvuldigden.

De Godin was herboren

Verdwenen waren de beesten van enorme afmetingen

Verdwenen waren de vogels van de vele kleuren

Verdwenen waren de dromers

Op het hoogtepunt verpletterd door een zwervend hete rots.

Slangenwezens

Planeet Aarde droomde haar dromen. Ze was een stralende schoonheid, een groene en blauwe bol die rond de Zon draaide. De Aarde was een prachtige edelsteen, hangend in een spiraliserende galaxy, een interdimensionale doorgang naar andere werelden. De Aarde was jong en wild, speelde en danste in de leegte. Haar jas van vuur wervelde in het rond met vonkende sporen. Te midden van dit vlammenfeest, in de magie van de eerste Dagen, werd de Draak geboren. Draak baande zijn weg door de brandende wildernis, vliegend, spetterend in rivieren van roodgloeiende lava, zijn eerste paden creërend op een eerste verharding van een nieuwe bodem. De Aarde kwam tot bedaren na haar vurige geboorte; het vuur verdween beetje bij beetje uit het oppervlak van die kostbare hemelbol. Een ander soort leven ontstond en bevolkte de zeeën en kusten. Maar de kracht van dat eerste vuur bleef als gloeiende lava in de ogen van de wachters – de Draken.

Dit prachtige juweel van een planeet begon buitenaardse bezoekers aan te trekken. De Slangenwezens waren, samen met het Drakenvolk, de eersten die naar de Aarde kwamen, eonen geleden. Zij waren de eersten die uit de diepten van de ruimte arriveerden. Toen ze zagen dat het aardoppervlak voor hen niet geschikt was, gingen zij graven.

“Zij gingen naar mijn Binnen-Aarde, Er bestaan talrijke dimensionale werelden in de Aarde, veel doorgangen en poorten naar onbekende werelden. Het slangen- en drakenvolk waren de dragers van creatieve ontwerp- en scheppingscodes. Zij droegen deze al in de Lege Ruimte, vanaf de plek van mijn geboorte met zich mee. Ik herinner me het Drakenvolk hoe ze de magie meebrachten, hoe ze de kristallen toezongen en tot leven brachten. Ik herinner me de Draken hoe ze mijn aangeboren vermogen gebruikten om nieuwe vormen te creëren, hoe ze met kristallen werkten om een verbinding te leggen met de hele planeet. Een kristallen net, een drakennetwerk kreeg vorm in mij. Ik keek slechts toe en wachtte. Ik stond open voor de nieuwe en merkwaardige wezens die nu in mijn lichaam kwamen. Ik was verbaasd over hun uniek scheppingsontwerp die ze van diep in de kosmos met zich meebrachten.

Het Drakenvolk werkte met kristallen en ze verbonden deze in een kristallennetwerk over de hele Aarde, gevormd uit Draak- of Leylijnen. Een elektromagnetisch energieveld vormde zich om me heen, ik werd helemaal vochtig. Vanuit dit vocht ontstond nieuw leven. Het oppervlak van mijn lichaam begon te veranderen. Het drakennet creëerde een vortex (draaikolk), een poort of doorgang voor andere wezens om vanuit andere sterrenstelsels hier te komen. Andere wezens kwamen om met mij te spelen in mijn oertuin. Velen brachten hun unieke genetische aanleg mee om, vanuit hun eigen ontwerp, nieuw leven te creëren.

Het Draken- en Slangenvolk konden via de dimensionale doorgangen naar mijn binnenruimte reizen. De Slangenwezens creëerden in spiralen doorgangen die tot diep in mij leidden. Op elk vortexpunt dat kruiste met de levenskrachtspiralen van de slangenwezens, ontstonden interdimensionale energiepoorten die als doorgangen opereerden naar andere werelden. Later bouwden de Ouden piramiden, tempels en rechtopstaande stenen om hun posities te markeren.

In het centrum van de Aarde bevindt zich de Oude Slangenvrouw. Als zij kronkelt creëert zij goddelijke liefde en wijsheid die naar de hele planeet uitstraalt. De Oude Wijze Slangenvrouw bewaart de lichtcodes, het D.N.A. van de hele schepping diep in het centrum van de Aarde.

Ik herinnerde me de eerste keer dat ik de Slangenprinses ontmoette. Ik lag in het bad, waste mijn lichaam met geparfumeerd water en voelde me verrukt. Ik sloot mijn ogen. Ik was niet meer ik. Ik was een slangenprinses. Ik lag in een bad met een warme olieachtige vloeistof. Het bad was bedekt met zeer kostbare tegels die een zeer complex en organisch patroon vertoonden. De tegels glinsterden in iriserende kleuren die de huid van de slang vertegenwoordigden.

Toen ik om me heen keek zag ik mezelf in een verbazingwekkend gebouw of was het een tempel. De muren golfden, zonder rechte lijnen; het plafond vertegenwoordigde de ribbenkast van een dier. Zat ik in het binnenste van een slang?

Overal glinsterde een ondoorschijnend licht, het was zeer vaag en mistig. Ik voelde me extatisch. Ik keek naar mijn lichaam. Het had nog steeds een menselijke vorm maar het was sterker en soepeler, als een slang. Mijn huid was bedekt met schubben. Toen ik keek zag ik de meest ingewikkelde patronen over mijn hele lichaam. Ik pakte een spiegel en keek naar mijn gezicht. Ik was kaal en mijn ogen waren amandelvormig met ongelooflijke turkoois blauwe pupillen. Een schitterende groene juweel straalde vanaf een plek in het centrum van mijn hoofd. Ik was doorboord. Ik kon voelen wat zij voelt in haar dimensie. Zij was een deel van de Leegte en toch kon zij zich als een slangengodin in het universum manifesteren. Zij bevond zich voor de helft in het bewustzijn en het andere, halve wezen was in de Lege Ruimte. Zij was zich bewust dat zij zich, vanuit de verre droomruimte, naar hier projecteerde. Het Slangenvolk reisde door portalen en sterrenpoorten, wat hen het vermogen gaf om door het multidimensionale universum te reizen. Zij was een schitterend en seksueel wezen. Bij iedere ademhaling rimpelden extatische energiegolven door haar lichaam en daarbuiten om alle wezens indringend te beïnvloeden. Zij was een prinses van het Slangenvolk. Zij was een lid van de familie Shi-Naga. Met haar familie had zij al duizenden aardse jaren haar volk bestuurd.

Twee donkerzwarte slangenwezens betraden het vertrek. Zij droegen flessen met gekleurde vloeistoffen. Ze waren anders dan de prinses, ze hadden een diepzwarte kleur met heldere gele ogen. Ze waren mannelijk en ik besefte dat zij tot een lagere kaste van het Slangenvolk behoorden. Ze stapten in het bad en begonnen traag en heel sensueel de olie uit de fles op de huid van de Slangenprinses te wrijven. Het leek een zeer sensuele en extatische ervaring voor allen te zijn. De prinses begon te bezwijmen toen de zwarte slangen naar beneden doken. Zij versmolten met de vloeistof in het bad. Zij werden de vloeistof. De prinses met haar vele kleuren begon zich ook te verenigen. De kleuren wervelden rond en creëerden een energievortex. Een poort opende zich. De wervelende kleuren van de prinses verdwenen door het zwarte gat. En Ananda Lahari verdween in de Lege Ruimte.

Anandan Lahar Naga – de elfkoppige golf van gelukzaligheid waarop de goden in de eeuwigheid worden meegedragen.

Ananda Lahars. “Ik ben de Slangenkoningin van de myriaden tunnels. Ik ben de meesteres van de Lege Ruimte. Ik roep alle ongemanifesteerde energieën door mijn lichaam om ze tot manifestatie te brengen. Ik ben de waarheid van de gemanifesteerde vorm. Ik heb duizenden jaren in de diepte van de Aarde gewoond. Kun je mij niet horen diep onder je voeten? Diep in de in de ingewanden van de Aarde, wacht ik heimelijk op jou.”

Slangenwezens worden Nagas genoemd. Het woord Naga komt uit het Sanskriet, het betekent ‘slang’. Naga refereert aan een groep godheden en wezens die half mens zijn. De krachtigste Nagas kunnen in de Hindoe Mythologie gevonden worden, in de Veda’s en de Purana’s. Er zijn Naga koningen; het grote wezen Sheshnaga, geboren uit de restanten na de schepping, met 1000 hoofden, gevormd in een gigantische kap. De Aarde zou op die kap rustten en zijn gif zou aan het eind van elke levenscyclus al het leven beëindigen. De vrouw van dit ras wordt Nagin genoemd. Deze slangenvrouw is opvallend mooi en bezit de macht om zich door wilskracht te transformeren naar een cobra of naar een half-slangen, half-menselijke vorm. Een kostbaar juweel is vastgezet in hun schedel, wat hen magische kracht geeft.

In de Aarde zijn ondergrondse gebieden met prachtige huizen, tuinen en plaatsen voor zinsgenot die zeer weelderig zijn. Hier woont de Naga in koninklijke huishoudens. In deze paleizen is een sfeer van genot, rijkdom en invloed. De Naga heeft veel schitterende gedecoreerde steden geconstrueerd. De huizen van de leiders van deze plaatsen zijn geconstrueerd met de meest waardevolle juwelen en ze zijn altijd gekroond met exotische vogels en andere schepsels. De parken en tuinen zijn voorzien van talrijke fruitbomen en bloemen van extreme schoonheid. Er zijn veel meren met helder, doorzichtig water, die voorzien zijn van vele bloemen. Er is daar een speciale zoete en aangename energie die de zintuigen streelt. In deze ondergrondse steden kent men geen zonneschijn en is de tijd niet verdeeld in dagen en nachten en angst, die ontstaat door tijd, bestaat er niet. Het Slangenvolk creëert haar eigen licht die door de juwelen in hun hoofden worden uitgestraald. Het licht is heel ondoorzichtig en    
stralend. Ze drinken sappen en aftreksels van kruiden, waar ze ook in baden. Hierdoor leven ze lang zonder pijn en ziektes. Ze kennen geen angst en zorgen. Ze vrezen geen dood vanwege hun spirituele kennis. De Nagas zijn de spirituele slangen van het Licht. Ze zijn subtiel, goedgunstig, wijs en begiftigd met de spirituele macht het lichaam af te leggen wanneer ze te oud zijn geworden. Daarna trekken ze door wilskracht een jonger lichaam aan. Deze slangenwezens verenigen zich met de biosfeer van de Aarde (zijn vruchtbare, levensondersteunende omgeving), vervolgens bereiken ze bewustzijn dat later gesplitst wordt in vruchtbare elementen die opnieuw leven voortbrengen. De Kumaras - Androgene slangen – leven hier in de werelden binnenin de Aarde. Ze kwamen vele duizenden jaren geleden naar de Aarde. Het wezen dat bekend is als Sanat Kumara in een deel van het slangenbewustzijn.

De Slangengodin van de afgrond,

C’Qua, slangenwezen van de Orion elta.

Ni-Ki-Ra slangenkoningin in de slangengrotten van Oeioln.

Ka slangenwijsheid

Seksueel, prachtig, sensueel, een Pythoniaanse priesteres.

De slang in mij rijst op; zij wil mij de weg wijzen.

Ik word een voertuig voor aardse slangenenergie.

Kom, samen kunnen wij spiraaldansers worden.

Levenvierende, geestrijke mensen van de Slang.

(wordt vervolgd)        

Bron: allaya.com

(Vertaald: Harmen Schouwerwou)