Haar Perspectief

door
Alloya
1.4
De eerstgeborene - de Godin
De
Godin werd geboren uit de wens van de Universele Dromer zichzelf te leren
kennen. De Universele Dromer verveelde zich terwijl hij oneindig lang in de
armen van de Leegte lag. De Universele Dromer was per slot van rekening alles en
niets. Het droomde dat het in slaap was, onbewust van zichzelf als schepping.
Het wilde zichzelf kennen en door deze wens kwam het eerste verlangen. Dit
verlangen rimpelde uit in de Leegte en beïnvloedde ongemanifesteerde energieën.
Dit verlangen bracht dingen tot zijn,
creëerde nieuw leven en alle scheppingen kregen de impuls te ZIJN.
Wie
kon dit weten – na de wens kwam het verlangen. De Godin was altijd een deel
van het geheel geweest, voelde geen scheiding tussen haar en de Bron. Zij waren
Eén en de Zelfde, gelijk en krachtig. Door dit verlangen voelde zij voor de
eerste keer de scheiding. Het scheurde haar in stukken, ze voelde voor de eerste
keer de pijn van afwijzing. Ze voelde zich gescheiden van de Bron en werd
overmeesterd door gevoelens van verlies en gemis. De Bron (Hij) werd zich bewust
van de splitsing en wilde haar kennen, de Godin van verlangen, met al haar pijn,
behoeften en verlangens.
Wij
allen kennen dit verlangen. Velen denken dat het een menselijke toestand is, in
feite is het afkomstig van een veel diepere plek. Elk wezen dat ooit uit de Bron
werd verdreven, had dit verlangen, deze wens, deze behoefte om naar huis te
gaan, naar de Bron van alle scheppingen. Dit verlangen dat we allen ervaren is
afkomstig van een diepe plek in de ziel; het is de behoefte de heiligheid van de
Bron aan te raken. Het is het voortdurend zoeken naar een liefde, verheven,
zuiver en sereen. Buiten alle tijd en ruimte wordt deze behoefte in ons
aangewakkerd, genesteld in het hart van de menselijke ziel. Het wacht. Leven na
leven achtervolgt ons deze drang, dit verlangen.
“Vele
namen en gezichten heb je gekend door alle tijden van de Aarde”, zei ze.
“Uit mijn lichaam werd je geboren,
zoals alle andere vormen en wezens van deze werkelijkheid. Ik was eenzaam in de
duistere ruimte, ver van de liefde van de Bron. Ik verlangde naar een warme
omhelzing. Het is zo lang geleden dat ik de kus van mijn Tweelingvlam op mijn
huid heb gevoeld. Gebonden in eenzaamheid worstelde ik met mijn pijn. En uit dit
verlangen ontstond een denkbeeld, in het duister kreeg ik een ingeving. Ik nam
de creatieve goddelijke essentie die de geheime bron in mijn lichaam vulde. Ik
gebruikte het heilige water om een wezen te voeden die mijn geliefde zou worden,
mijn broeder, mijn metgezel.”
Slangen-Koning
Adonis,
Amon-Ra, Cermunnos, Dionysius.
Eros,
Faunus, Hades, Horus, Nuit, Lucifer.
Odin,
Osiris, Pan, Thor en Wodan.
“Aphrodite
dwingt Myrrha om gemeenschap (incest) te hebben met Theias, haar vader, de
koning van Assyrië.
Haar voedster hielp haar bij deze regeling en toen Theias dit ontdekte verdreef
hij haar met een mes. Om zijn woede te voorkomen veranderden de goden haar in
een mirreboom. De boom barstte later open waarna Adonis verscheen. Toen het kind
eenmaal was geboren werd Aphrodite zo geraakt door zijn schoonheid dat zij hem
een schuilplaats bood en toevertrouwde aan Persephone. Ook zij werd door zijn
schoonheid geraakt en weigerde hem terug te geven. Het besluit was genomen dat
Adonis eenderde van het jaar moest doorbrengen met ieder van beide Godinnen en
de laatste 4 maanden met wie hij verkoos. Hij wilde echter steeds tweederde van
het jaar doorbrengen met Aphrodite. Dit ging door tot aan zijn dood toen hij
fataal verwond werd door Ares die jaloers was op Adonis.” (Oude
Griekse Mythe)
Uit
het lichaam van de Godin baarde zij haar eerste zoon. Hij werd voor altijd haar
minnaar en gezel. Hij ontstond door een initiatie (rite) met water. Uit het
heilige water werd alles geboren. Uit het vruchtwater van de Godin werd alles
gecreëerd. In het centrum van de planeet bestaat een onuitputtelijke bron met
de essentie van het eeuwige leven, het vruchtwater van de Godin. Water is zowel
de schenkster van leven als een pad naar de Onderwereld. De Godin is de Vrouwe
van de Regenboog, bewoonster van de vochtige werelden en Vrouwe van de Maan, die
het voedende water over de Aarde uitgiet. Haar zoon was de levende en Heilige
Geest van de Leegte, de eindeloze duisternis en het licht dat binnenin brandt.
Hij werd geportretteerd in een lotushouding met horens of een gewei op zijn
hoofd, lang krullend haar, een baard, naakt op een halsring na en soms met speer
en schild. Zijn symbolen waren een mannetjeshert, ram, stier en gehoornde slang.
Hij vertegenwoordigde viriliteit, fertiliteit, dieren, fysieke liefde, natuur,
boslanden en reïncarnatie.
“Ik
nam het DNA slangenspiraal en creëerde een nieuw wezen. Ik bracht een wezen ter
wereld dat sterk van hart en lichaam was, vrij van het rationele verstand en
speels van aard. Hij was mijn zoon en geliefde. Ik nam het ontwerp en energie
dat mij was verstrekt door mijn Tweelingvlam en creëerde voor mezelf een wezen
die me kon verwarmen tijdens de koude winternachten. Niet langer kon ik de
liefde van de Bron voelen. Ik was afgesneden van de rest van het universum. Met
alleen maar duisternis om me heen begon ik te dromen. Ik droomde van een liefde
… zo puur, zo levend en echt. Toch, toen mijn dromen onrealistisch bleven,
begon ik een verlangen te voelen, een wens. Ik begon voor mezelf een geliefde te
dromen die in alles perfect was. Een wezen zoals ik, geboren uit het vruchtwater
van mijn lichaam.”
Het
Griekse woord Pan betekent Allen,
allen in het Universum. Pan is het archetype van de grote natuurkrachten. Stevig
met zijn hoeven verankerd in het element Aarde, reikt hij met zijn hoorns tot in
de lucht waar hij spiritueel de grote Godin ontmoet. Met zijn panfluit
produceert hij harmonische muziek van natuurgeluiden en de muziek van de sferen.
De zeven tongen van zijn fluit symboliseren de zeven muziektonen, de chakra’s
en de planeten van het zonnestelsel. Pan verbindt de natuurcycli, de mannelijke
en vrouwelijke krachten en alle verschillende elementen. Pan’s fluit
vertegenwoordigt de zeven chakra’s als ze ontwaken, als de Kundalini opstijgt
langs de ruggengraat in extatische vereniging met de Godin. Zoals er zeven
muzikale noten zijn in één toonladder, zo zijn er zeven chakra’s die Pan
harmonisch bespeelt. Als hij op zijn fluit speelt toept hij alle elementen op in
de vier lichamen – fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel om zich in lijn
te brengen met de harmonie van het universum.
“Ik
ben de sterke natuurkracht”, zei Pan. “Jullie
kenden me onder verschillende namen. Ik ben de gehoornde god Pan en Dionysus en
vele andere. Het maakt me niet uit hoe je me noemt, als je maar tijdig aan de
‘party’ deelneemt. Je hebt me vergeten. Je hebt me weggeduwd in de verborgen
hoeken van je brein. Je hebt me opgesloten. Ik ben hier om je geheugen te
activeren. Herinner je me niet meer toen je danste met mijn energie in je
lichaam? Weet je niet meer het moment dat je de kleren van je lichaam trok en
modder op je naakte huid smeerde? Ze noemden degenen die met mij dansten de
heksen. Ze demoniseerden me, ze noemden me de duivel. Dit is niet mijn waarheid.
Ik ben de god van de vruchtbaarheid, een god van de seksuele kracht. Ik ben
innerlijk bedroefd. Er waren tijden dat jullie me in vreugde vereerden. Er waren
tijden dat je me proefde in de wijnstok en de wijn. Deze tijden zijn voorbij. De
kerk heeft me gedemoniseerd, ze hebben een duivel van mij gemaakt. En ze noemden
degenen die met mij dansten – zondaars. Eens waren er festivals waar we
vreugdevol dansten. Deze feesten zijn mij ontstolen. Ze namen mijn rituelen en
gaven het een andere naam. Wanneer jullie in de winter een boom in je huis
plaatsen, vieren jullie mijn feest, niet die van Christus. Deze rituelen zijn
van mij gestolen door christelijke dieven. Wanneer jullie je kinderen met Pasen
eieren geven, dan gebruik je mijn ritueel, mijn feest, mijn plezier. Eens aten
jullie het brood van mijn lichaam, eens dronken jullie de wijn als mijn bloed.
Ben je bereid mij in je herinnering terug te roepen? Ben je bereid de vlam
opnieuw te ontsteken? De volgende keer dat je aan mijn wijn nipt, denk dan eens
aan mij. Je hebt mij nodig, zoals ik jou nodig heb. Geen bloem kan bloeien
zonder mijn energie. Geen vrucht kan rijpen in de zon zonder mij. Jullie hoeven
mij niet te vereren, het enige wat ik je vraag is – herinner me. Want door mij
zul je jouw verbinding met de natuur vinden. Je zult mijn vruchtbare, seksuele
kracht in je bloed voelen. Samen zullen we deze planeet vernieuwen. Samen zullen
we het paradijs terugbrengen. Ik vraag je – ben je bereid? Ben je bereid alle
vooroordelen over mij op te geven en te zien wie ik werkelijk ben? Is je hart
groot genoeg voor een duivel?”
“De
Godin en ik zijn hetzelfde. Ik werd uit haar lichaam geboren. Zij is mijn
zuster, mijn moeder en mijn geliefde. Ik ben de Godin in een mannelijke vorm. Ik
ben beide. Kijk naar mijn gezicht in de bomen. Ik ben de oude man met baard die
je tussen de bladeren kunt zien. Dit is geen verbeelding, ik keek naar je. Ik
ben levenskracht. Omarm me en je zult leven, echt leven. Ben je nu levend, zou
je volledig levend willen zijn? Voel mijn energie. Ik ben niet gescheiden van
je. Ik ben het verlangen in je buik. Slechts jouw verstand ontkent me, wil me
niet zien. Het verlangen van je lichaam brengt je leven, want het lichaam is
wijs. Het spreekt tot je door middel van je verlangens. Dit gaat in tegen alle
regels, tegen alle opvoeding, tegen alle denksystemen, niet waar? Gooi al die
aangeleerde rommel eruit en leef! Jullie onderwijs wordt door het verstand
gemanipuleerd. Hoe zou je dan ooit kunnen weten wat waar is?
Als
ik in je ontwaak, zal er een groot feest ontstaan. Wanneer de Godin en ik hand
in hand over je land wandelen, zul je onze vibratie voelen door de zolen van je
voeten. Voel me in je bloed, voel me in je verlangens en accepteer me. Wanneer
de oogsttijd aanbreekt breng je vruchten, je legt ze aan de voeten van een
andere god, niet bij mij. Als slechts een klein stukje van dit fruit aan mij
werd opgedragen, zou ik kunnen terugkeren. Houd een feest in mijn naam, hef je
glas op in gejuich. Ik beloof je … ik zal bij je zijn.”
“Pan
speelde op zijn fluit en verzachtte mijn verdriet”,
zei de Godin. “Hij speelde voor de sterren aan de nachtelijke hemel, hij
speelde voor de bomen in het bos. Hij speelde voor de nacht en de dag. Zijn
zoete melodie hield van mij, zijn vibratie trilde in mijn lichaam. Als ik
luisterde begon ik de Tweelingvlam van de sterren te vergeten. Pan was nu mijn
geliefde. Pan was mijn Heer van de Wouden, mijn bosminnaar, mijn extatische
danser. Hij was een fantastische god van vreugde en altijd goedgehumeurd. Zijn
lach kon je horen in de bossen en bergen. Pan was nu mijn minnaar, mijn
vervuller van seksuele verlangens. Wat een minnaar was hij! Mijn erotische aard
werd nu bevredigd, mijn seksualiteit nu vereerd en geaccepteerd. Ik begon mezelf
te herinneren als een creatieve, seksuele, vruchtbare Godin. Samen vormden we
een prachtig liefdespaar. Zijn passie sloot aan op die van mij, we beleefden de
extatische golven van plezier. De fluit van Pan riep alle energieën van het
universum samen. Zijn muziek verbond de twee kronkelende slangen van het DNA in
een huwelijk. Nieuwe wezens waren te zien, gevangen in de matrix van geluid en
energie die Pan en ik creëerden.”
Pan
werd speciaal verliefd op een waternimf, Syrinx. Hij achtervolgde haar maar zij
ontsnapte hem door naar een rivier te vluchten waar zij veranderde in een bos
riet. Pan plukte een aantal rietstengels en maakte er een fluit van die later
bekend werd als een panfluit, waar hij op speelde om zich te troosten.
Pan,
heer van de dans.
Wilde
wonderbaarlijke Pan,
Heer
van het bos.
Koning
van het oude woud.
Prins
van het zaad, beest, plant en melodie.
Dansend
in het licht van de gevlekte maan.
Koning
van het bosland, heer van de bomen.
Vriend
van de maan, sterren en de wind.
Een
vruchtbare en creatieve kracht
die
ons terugbrengt naar de wildernis,
naar
onze bron.
Pan
is de heer van het leven en de verstrekker van leven. Toch is hij ook heer van
dood en opstanding. Want, de aard van de gehoornde partner is, evenals de Godin,
ook tweeledig. Want de gehoornde God is niet alleen de jager, hij is ook de
prooi. Hij is de Zon overdag en de maan in de nacht. Hij is de heer van het
licht en de heer van het duister - het duister van de Schaduwen, het duister van
de diepten in het woud, het duister van de Onderwereld. De Gehoornde God is ook
de geest van de vegetatie, van het groen en de groeiende schepsels, van de
wijnstok, van het bos en van het veld. Dionysus, Adonis en vele andere
vegetatie- en oogstgoden werden vaak afgebeeld met horens, droegen de horens van
de stier, de geit, het ram, of de hertenbok. Dit aspect is de stervende en
opgestane
God die sterft met de oogst, die is begraven, zoals het zaad; die opnieuw
geboren wordt, vernieuwd, fris en groen en jong. In het voorjaar wordt hij
herboren uit de baarmoeder van de Godin. Het extatisch vereren van Pan werd zo
erg gehaat door de Christelijke Kerk dat zij hem beschreven als hun Duivel en
hem de heer van al het kwaad noemden. Toch de Ouden vereerden hem – Pan is
alles en alles is Pan. De gehoornde God is niet de duivel, met uitzondering voor
degenen die bang zijn voor de natuur en deze verwerpen en voor de krachten van
het leven en de menselijke seksualiteit en de extase van de menselijke geest.
De
Gemaal van de Godin.
Mijn
Wet is Harmonie met alles wat bestaat.
Ik
ben het geheim dat de poorten van het leven opent.
Ik
ben de schotel met zout van de Aarde.
Het
lichaam van Cernunnos.
Ik
geef de kennis van het eeuwige leven dat
boven
de dood uitstijgt.
Ik
geef de belofte van regeneratie en vernieuwing.
Ik
ben het offer, de vader van alle dingen en
mijn
bescherming bedekt de Aarde.
Miria
(een ander aspect van de Godin), werd weggeschoven en toen ze uit het lichaam
van de Godin werd verwijderd werd ze meer mannelijk. Eerst werd ze de blauwe
god, de vriendelijke, lachende liefdesgod. Daarna werd ze de groene, met
wijnranken bedekte die geworteld was in de Aarde, de geest van alles wat
groeide. En ten slotte werd ze de Gehoornde God, de Jager wiens gezicht de
rijzende zon is en toch zo duister als de dood. Verlangen drijft hem altijd
terug naar haar, zodat hij eeuwig rond haar cirkelt, op zoek om in liefde terug
te keren. Alles begon in liefde, de leraar van wijsheid en de grote onthuller
van mysteries.
Ik
kreeg een paar jaar geleden contact met de metgezel. Hij was een slangachtige
aardse Gaiaanse man. Ik voelde dat hij op Pan leek. Hij was de man in de natuur,
een weinig demonisch. Hij was een deel van de bomen. “Het fruit aan de
takken”, zei hij. Ik was een beetje bang van hem, zijn energie was nogal
primitief, wild, duister, taboe, oud, een seksuele kracht. Ik voelde dat hij
andere namen droeg – Dionysius, de Graangod van de Britse ‘heidenen’, de
Groene Man. Hij kwam uit het bos en meestal in de nacht. Ik wist dat de kerk hem
de Duivel noemde. Hij was mijn minnaar, niet mijn tweelingvlam uit de sterren,
zuiver en goddelijk, een duistere minnaar van de Aarde, van Gaia, van de Godin.
Ik begon de Godin te voelen, de essentie van de vorm. Deze energie sliep in mijn
lichaam, in alle lichamen en vormen. De Slangenkoning maakte haar wakker door
mijn minnaar en haar uitdrukking en macht was beangstigend en extatisch. Toen ik
meer in de Godin opging, besefte ik dat ik iets zocht onder elk blad en steen
… ik zocht Hem, de Slangenkoning.
Ik
ben een hertenbok met een gewei van zeven takken
Ik
ben een watervloed op een grote vlakte
Ik
ben een wind op diepe wateren
Ik
ben een schitterende straal van de zon
Ik
ben een havik op de klip
Ik
ben een markt met bloemen
Ik
ben een god die zijn hoofd ontbrandt met rook
Ik
ben een speer voor de oorlogvoering
Ik
ben een zalm in de vijver
Ik
ben een heuvel van poëzie
Ik
ben een rusteloos everzwijn
Ik
ben een bedreigend geluid van de zee
Ik
ben een golf.
Ik
zag hem een keer in de vorm van een boom, in een heilige boom in Cornwall. De
bliksem had de boom in twee delen gesplitst. Eén deel was de vrouw – de boom
leek op een naakt vrouwenlichaam, maar zonder hoofd, zoals alle vroegere
godinnenbeelden. “Ik ben de Godin”, zei ze. “Zuivere intuïtie, geen
hersenen, geen hoofd, slechts een lichaam.” Toen keek ik naar het andere deel
van de boom, de mannelijke kant. De boom leek op een mannenlichaam met een
geweldige fallus, maar toen zag ik dat dit wezen ook borsten had. Hij zei: “ik
ben de man van de natuur, Slangenkoning. Ik ben ook de Godin die zich uitdrukt
in een mannenlichaam.” Hij kon zowel man als vrouw zijn. Hij was beide.
HIJ
is hier, we voelen hem opkomen en HIJ is levend in de vrucht van de tak. Zijn
geheim ligt verborgen in de parel van de zee, we zullen vannacht feestvieren op
zijn lichaam. “Ik ben de Groene Man, ik ben de gehoornde God. Raak niet in de
war dat ik man ben (zoals jullie mannelijkheid begrijpen), dit is niet mijn
waarheid. In werkelijkheid ben ik de Godin in mannelijke vorm.” Ik ben het
leven! Verander de man in de vrouw. Ik ben degene die de man mooi maakt voor de
vrouw. Ik ben degene die de vrouw verfraait voor de man.
In
Babylon betekende Ishtar Ster – het
licht van de wereld. Zij stond ook bekend als Ashtoreth, Har en Hora. Van
oorsprong was ze de magische levensboom, de heilige slang. Haar belangrijkste
gezel was de zoon/broer/geliefde Dumuzi, wat trouwe zoon betekent. De graangod
Dumuzi was gedoemd als offer te sterven. In die tijd daalde de geliefde van de
Godin af naar het Land vanwaar geen Terugkeer mogelijk was, de onderwereld en
het leven op Aarde werd steriel en dor door de stralen van de zomerzon. De Godin
treurde jaarlijks over het verlies van haar geliefde. Natuurlijk zou ze hem
uiteindelijk terugkrijgen, zodat de eeuwige jaarcyclus uitgespeeld was, het
leven bevestigd en hersteld.
De
Godin is de immer dragende, vruchtbare eeuwige moeder van de Aarde en de God is
de reïncarnatie van de Godin. Hij wordt de minnaar en zoon, steeds opnieuw. Dit
symbolisme zie je steeds weer, zelfs in de meest eenvoudige patronen van de
natuur. Planten groeien in het voorjaar, bloeien in de zomer en sterven in de
winter, om vervolgens weer terug te keren in het voorjaar. Dumuzi is geboren in
het voorjaar, wordt volwassen in de zomer, wordt de geliefde van de Godin en
sterft in de winter om opnieuw geboren te worden in het voorjaar. Hij bemint de
Godin tijdens de zomerzonnewende en bevrucht haar. Hij is het vruchtbare,
seksuele mannelijke principe die, als geliefde van de Godin, zich met haar
verbindt in een heilige seksuele vereniging en houdt op die manier de eindeloze
cycli van het leven in stand.
De
energie van de gehoornde god is kolossaal, aards en krachtig. Hij is de
lachende, vrije, blijde geest van de natuurlijke staat, de natuur. Dit was de
man die ieder aspect van de vrouw liefhad en in elke vrouw de hemelse Godin zag,
in haar de vlam van passie ontstak zodat ze kon meegolven met de extase van het
leven en de seksuele energie in haar lichaam. In die versmelting van lichaam en
goddelijke energie, in het heilige huwelijk, werd het mannelijke principe
verenigd met zijn eigen oorsprong, de bron van het leven in de Godin. Het is een
wederzijdse liefde en een goddelijke ontknoping.
De
mythen veranderden echter en de grootse Godin werd een duivelse vijand die
veroverd moest worden. In vele mythen en wereldwijd, werd de Godin afgeschilderd
als een duivelse, verschrikkelijk monster. In veel gevallen wordt ze beestachtig
vermoord en verscheurd en de minnaar van haar zon vernietigd of gedemoniseerd.
In het Westen werd de gehoornde god Pan de duivel, de seksuele demon. Hij werd
de baas van de hel die door alle ‘goede’ zielen gevreesd werd. De Godin en
haar geliefde, de seksueel bekrachtigde vrouw en man, werden een bedreiging voor
de patriarchale hiërarchische orde en moest gecontroleerd worden.
“De
Groene Man, mijn gemaal, is de uitvoerder van de wetten. Hij is de zon en de
seizoenen, is geboren, sterft en wordt opnieuw geboren in een constante cyclus.
Hij is mijn Goddelijk Kind, de zoon die mijn gelijke, mijn partner wordt. Hij is
het bos, de heldere blauwe lucht en de grond onder je voeten”.
Toen
ik naar de boom keek, die door de bliksem getroffen was, bemerkte ik dat de
vrouwelijke kant van de boom oud leek en heel wild. Het was bedekt door
klimplanten en het leek alsof slangen zich rond haar takken hadden gewikkeld.
Toen ik naar de mannelijke kant keek was die heel anders – het was een en al
gebladerte. Het leek alsof het zo ontworpen was. Ik keek naar beide kanten en
zag hoe wild en ongecontroleerd de vrouw was in vergelijking met de nauwkeurig
ontworpen mannelijke kant.
De
Godin zei: “In het begin was ik alleen. Ik was wild en weerspannig. Ik baarde
Hem uit mijn lichaam en hij nam de draden van mijn schepping en weefde een
vlekkeloos ontworpen tapijt. Samen vormden wij een schitterend team. De elfen
voegden zich bij ons en we transformeerden de wildernis van de Aarde naar een
paradijselijke tuin.”
Het
mannelijk aspect van de Godin is de kracht achter het arrangeren, managen en
ontwerpen van de lusthof van de Aarde. Hij is de Heer van het Woud, een
natuurlijk genezer. Zijn energie is vaak bedriegelijk en verplaatst zich door de
schaduwen. Hij is de magiër van de schaduwplekken, Heer van de Onderwereld. Als
Heler brengt hij gezondheid en welvaart naar de Aarde. Als Bedrieger is hij
zorgeloos en altijd lachend. Als Magiër is hij een wijs man die je kan helpen
bij het verkrijgen van grote kennis. Als Heer van de Onderwereld is hij de
begeleider naar het volgende leven.
Ik
ben Dumizi, ik overstroom de Aarde met warmte.
Ik
moedig het verborgen zaad van schepping aan zich te manifesteren.
Ik
ben de geest van alle dieren, ongetemd en vrij.
Ik
ren met de hertenbok en vlieg hoog als een
valk
in de avondhemel.
De
oude bossen en wilde plekken vertonen mijn krachten,
De
vogels van de luchten zingen mijn heiligheid.
Ik
ben de oogst, biedt mijn graan en vruchten
beneden
de sikkel van tijd zodat alles gevoed wordt.
Want
zonder planten kan er niet geoogst worden,
zonder
winter kan er geen voorjaar zijn.
Ik
ben Zoon van schepping met de duizend namen.
(Uit
de Oude Soemerische tabletten)
“Er
was een grote afstand tussen ons toen ik hem uit mijn lichaam baarde.
Afgescheiden was hij niet langer een deel van mijn baarmoeder. Ik voelde me als
een moeder die haar kind mist in haar buik en nu in de wereld geboren laat
worden. Ik verlangde ernaar weer een te zijn met hem. Mijn verlangen - deze
behoefte tot eenwording – leek te zijn ingegeven om een vorm te manifesteren,
het bijeenbrengen van energieën. Het leven werd vernieuwd. Het zich verenigen,
de vermenging van onze energie creëerde nieuwe wezens die op deze planeet
zouden leven. Onze slangenenergie verenigd en vermengd met elkaar creëren
oneindige mogelijkheden.”
In
de baarmoeder van de Godin Isis worstelde de tweeling om geboren te worden. Ze
zijn geboren. Samen creëerden ze de tegenstelling dag en nacht, man en vrouw,
leven en dood.
In
het begin was er een lege duisternis. De enige in deze leegte was Nyx, een vogel
met zwarte vleugels. Met de wind legde zij een gouden ei en heel lang zat zij op
dat ei. Ten slotte begon er leven te ontstaan in het ei en hieruit verscheen
Eros, de god van liefde. Eén kant van de romp verrees in de lucht en werd de
hemel en de andere werd de Aarde. Eros noemde de lucht Uranus en de Aarde noemde
hij Gaia. Toen zorgde Eros ervoor dat ze elkaar gingen liefhebben. (Een
oude Griekse legende)
De
eerstgeborene van de Aarde
Geboren
uit het kosmische ei
Oeroud
atoom
Materie
dreef in chaos
Het
zaad van alles wat begon
Baarmoeder
voor alles wat de naam ‘vrouw’ draagt.
Het
symbool van de ei is een belangrijke factor in veel oude mythen en
scheppingsverhalen. Scheppingslegenden die aangeven dat de zon uit het ei
ontstaat, zijn duidelijk universeel en kunnen minstens tot in het oude Egypte
teruggevonden worden. Het Ei van Brahma is het verhaal van het kosmische embryo
en embryologie is de basisstudie van de schepping. Het ei is ook een expressie
van de oervorm van alles wat zich manifesteert, van het atoom tot hemelbol, van
de mens tot engel. Alles is cirkelvormig. Het is het symbool van de eeuwigheid
en oneindigheid. Het Maagdelijke Ei is het microkosmische symbool van de
macrokosmische prototype, de Maagdelijke Moeder, de Oer Afgrond. Het vormloze
chaotische ei is primitieve chaos, of een kleurloos, een ongedifferentieerd
universum. Dit is de meest vaak gevonden oerenergie van het universum in
scheppingsverhalen.
Het
eerst levend schepsel was P’an Ku. Zij evolueerde binnenin een gigantisch
kosmisch ei, dat alle elementen van het universum bevatte die totaal met elkaar
vermengd zijn. P’an Ku groeide elke dag 3 meter. Tijdens de groei scheidde ze
de Aarde en de hemel in het ei. Gelijktijdig scheidde ze geleidelijk de vele
tegenpolen in de natuur van man en vrouw, nat en droog, licht en donker, Yin en
Yang. Terwijl ze groeide schiep ze ook de eerste mensen. Na 18.000 jaar brak het
ei en P’an Ku stierf na de scheppingsdaad. Uit haar ogen verschenen de zon en
maan, uit haar zweet regen en dauw, uit haar stem de donder en uit haar lichaam
verrezen alle natuurlijke kenmerken van de Aarde. (Een
Chinese Legende)
De
Botsing van de Titanen
Het
gebulder van de strijd
De
Weeën van de Geboorte
De
Titanen zijn geboren.
De
Titanen waren de eerstgeborenen van Gaia. Titanen en Reuzen zijn fundamenteel
spirituele wezens. Hun lichamen waren de zones van de planeet, of continenten,
oceanen, bergen, vulkanen en enorme weerspatronen. Daarom behoorden de
traditionele eigenschappen van getijdengolven, aardschokken, uitbarstingen en
stormen tot de acties van de Titanen of Reuzen. De Titanen zijn de lichamen van
enorme wezens, uiteengereten of bereidwillig geofferd om de wereld te scheppen.
Er bestond in de Noorse legende Mir, de ijsgigant wiens schedel de boog van de
hemel vormde en de uiteengerukte delen van Ra in de Egyptische mythe. In de
oudere Griekse mythische tradities waren de Titanen oorspronkelijk de godheden
van de zeven planeten – Maan, Zon, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en
Saturnus. Zij daalden af in het lichaam van de Aarde. Zij bestonden lang voordat
de goden en mensen op de planeet verschenen.
Aardschokken
en grote aardeveranderingen zijn beïnvloed door de planeetbaan van de Aarde en
door haar relatie met de solaire en andere planetaire krachten. Al deze krachten
hebben een interactie met de aardse oceanen, platen en de diepe tellurische of
onderwereldvuren, het sterrenvuur in het hart van de Aarde. De Titanen en Reuzen
waren de krachten die de planeet vorm gaven. Het waren primitieve schepselen van
een geweldige omvang en werden de personificaties van de natuurkrachten. Ze
werden geassocieerd met het ontstaan, de ontwikkeling van het leven op Aarde en
met de transformatieve (voor jullie vernietigende) krachten. Wanneer je
mediteert met de elfenwezens en hen vraagt contact te maken met de grotere
wezens - De Titanen en de reuzen – krijg je een bewustzijnsstroom die niet
verbaal is, niet beperkt wordt door tijd en op een diep niveau helend is.
In
het begin was er alleen maar chaos. Toen verscheen uit de Lege Ruimte Erebus, de
onbekende plek waar de doden verblijven. De rest was leeg, stil, slechts
eindeloze duisternis. Toen werd Liefde geboren die orde begon te brengen. Vanuit
Liefde volgde Licht en Dag. Toen er eenmaal Licht en Dag was, verscheen Gaia, de
Aarde. Vervolgens sliep Erebus met Nacht, waardoor Ether ontstond, het hemelse
licht en Dag het aardse licht ontving. Ondertussen gaf Gaia geboorte aan Uranus,
de hemelen. Uranus werd haar partner die haar aan alle kanten bewaakte. Samen
produceerden ze de drie Cyclopsen, de drie Hecatoncheires en twaalf Titanen.
Uranus was echter een slechte vader en echtgenoot. Hij haatte de Hecatoncheires.
Hij nam hen gevangen en bracht ze naar verborgen plekken op de Aarde, Gaia’s
schoot. Dit maakte Gaia boos en ze smeedde een plan tegen Uranus. Ze maakte een
vuurstenen sikkel en probeerde haar kinderen over te halen om Uranus aan te
vallen. Ze waren allemaal bevreesd met uitzondering van de jongste Titaan,
Cronus. Gaia en Cronus stelden een hinderlaag op voor Uranus toen zij die nacht
bij Gaia sliep. Cronus greep zijn vader, castreerde hem met een stenen sikkel en
smeet zijn genitaliën in de oceaan. Vanuit zijn weggelopen bloed ontstonden de
Reuzen, de Essenboom Nimfen en de Erinnyes (Furies). Vanuit het schuim van de
zee waar zijn genitaliën terechtkwamen verscheen Aphrodite. (Een
oude Griekse legende)
|
Cyclops |
Hecatoncheires |
Uranus |
Cronus |
|
Essenboom
nimf |
Furies |
Aphrodite |
Miljardenjaren
geleden bezat de planeet geen zuurstof in haar atmosfeer en geen zuurstoflaag,
waardoor schadelijke ultraviolette stralen van de Zon rechtstreeks de
oppervlakte beroerden. De gesmolten kern van de planeet was extreem heet en
vulkaanerupties traden voortdurend op waardoor de bergen en landschappen werden
gevormd. Waterdruppels in de atmosfeer konden geen water of ijs worden vanwege
de hete oppervlakte. Dit was de vermaarde tijd van de Titanen. De Titanen
belichaamden goed en kwaad. Ze namen de vorm aan naar gelang hun behoeftes en
zij waren in eindeloze gevechten verwikkeld op de oerbodem van de Aarde. Het
leven op de Aarde vermenigvuldigde zich traag en de goden werden krachtiger en
de veldslagen heviger. Toen het leven zich naar alle uithoeken van de Aarde had
uitgebreid, begon de hemel te schudden en de Aarde te trillen door de steeds
heftiger gevechten.
Duizenden
jaren later was de planeet afgekoeld en waren de vulkanische uitbarstingen
verminderd. Water kon zich nu handhaven op Aarde en creëerde oceanen. Groene
algen vormden zich in het water waardoor, door middel van fotosynthese, zuurstof
werd geproduceerd die zich in de lucht verspreidde. De zuurstof vormde een
ozonlaag die de Aarde beschermde tegen de schadelijke ultraviolette stralen van
de Zon. Landmassa begon uiteen te drijven en gingen continenten vormen. Het
oppervlak van de Aarde en haar atmosfeer waren nu stabiel genoeg om het
primitieve leven te steunen. Eencellige organismen begonnen zich in de zeeën,
die de planeet bedekten, te ontwikkelen. De meeste waren eencellige bacteriën
die zich voedden met de chemicaliën in de oceanen. Deze enkelvoudige cel begon
spontaan als leven te verschijnen uit een oersoep van chemicaliën in de oude
oceanen, de schoot van de Godin. Dit was de eerste spontane verschijning van een
cel met D.N.A. De cel vermenigvuldigde zich door zich te voeden met de oersoep
om onderlinge chemische reacties te vormen. De reeks cellen kunnen zichzelf
repliceren zodra een paar druppels van de soep uiteenspatten in een andere
vijver om weer aan nieuwe cyclus te beginnen. Nieuwe chemicaliën veroorzaken
nieuwe mutaties die leiden naar nieuwe en meer complexe serie cellen. Dit alles
gebeurt dankzij het feit dat
chaotische systemen, evenals het weer, gemakkelijk beïnvloed kunnen worden
vanwege hun extreme diversiteit. Zeer complexe systemen kunnen spontaan orde
scheppen uit chaos. De cellen vermeerderen, verdelen en herscheppen steeds meer
variaties van die oorspronkelijke ene cel. De evolutie van het leven neemt,
vanaf zijn begin door de ontwikkeling van de primitieve multicellulaire
organismen, miljarden jaren in beslag.
Het
leven verscheen eerst op de Aarde
En
alles was vrouwelijk.
Alles
is geboren vanuit de vrouw…
“Alles
komt uit mijn lichaam. Je kunt niet zonder mij creëren. Ik ben de smeltkroes
die de basiselementen transformeert om leven de creëren. Ik ben de duistere
schoot die de nacht beheerst. Ik bewaak de ingang naar de Lege Ruimte. Vanuit
mijn duisternis werden vele vormen, wezens, goden geboren. Ik ben je Moeder en
de Moeder van allen in vorm”.
In
het begin van het ontstaan van de Aarde bestond er slechts de vrouw. Alle
menselijke foetussen zijn vrouw tot het moment dat de chemicaliën die bekend
zijn als androgenen de chromosomen beïnvloeden en zo een man creëren. Ter
verduidelijking - om een man te krijgen moeten hormonen toegevoegd worden en de
basisontwikkeling van de foetus is vrouwelijk. Een enkele cel ontwikkelt zich
fysiek tot een menselijk wezen door middel van een proces van voortdurende
deling en onderverdeling. Wanneer een cel reproduceert blijft de moedercel niet
intact, maar wordt in feite de twee nieuwe dochtercellen. Aangezien hetzelfde
protoplasma in de dochtercellen aanwezig is, zoals ooit in de moedercel,
bevatten de twee dochtercellen nog steeds een enkelvoudig organisme, één
levend wezen. Dezelfde levensdraad/lijn van de oorspronkelijke cel, hetzelfde
protoplasma, stroomt voortdurend door elke cel in dat lichaam. Wanneer een cel
zich deelt en onderverdeelt - maakt niet uit hoe vaak - gaat hetzelfde
cellulaire materiaal, hetzelfde protoplasma, hetzelfde leven over in de
dochtercellen en de kleindochtercellen etc. Het leven is oorspronkelijk
afkomstig van één enkele cel, bevrucht in een bliksemflits toen de Aarde
afkoelde. De lichtflits was de zoete aanraking van de Tweelingvlam (Elohim).
De
Godin toonde een zeer speciale film om het proces voor mij te beschrijven. De
planeet Aarde, gevormd als een naakt vrouwenlichaam, was volledig bedekt met
groene bossen. Toen ik toekeek zag ik een klein kiemvormig wezen dat uit haar
lichaam werd geboren alsof het ontsproot. Ik zag hoe de kiem vorm kreeg en
karakter. Ik nam waar hoe de Lilimi de planeet bevolkten. De Aarde lag haar
vruchtbare dromen te dromen. Enorme bomen en vegetatie, groter dan jij je kunt
voorstellen, bedekte de hele oppervlakte van de Aarde. Niet langer was zij een
hete gesmolten bal, nu was ze koel en nat. De vochtigheid blokkeerde de
verblindende zonnestralen en maakte het de meeste perfecte omgeving voor een
weelderige en gigantische jungle. Het oerwoud was vol leven, vogels en dieren
die in onze tijd al lang zijn uitgestorven vermengden zich met slingerplanten
die als gigantische slangen kronkelden. De Godin gaf voortdurend geboorte aan
nieuw leven. Nu zij zich niet langer wilde bezighouden met het herscheppen van
haar heilig landschap dat haar vrouwenlichaam vormde, besloot ze nieuwe
schepsels te creëren. En door haar werd de Lilimi geboren.
De
Lilimi hadden geen vaste vorm, ze waren als het protoplasma van het leven dat
zich had aangepast om in vele nieuwe vormen te verschijnen. De Godin had zich,
zoals de cellen, gedeeld en onderverdeeld zonder haar levenskracht te verliezen.
De één werd velen. Zoals de Universele Dromer de Engelen had gecreëerd en de
Engelen de sterren, zo begon ook zij te creëren. De Lilimi met hun soepele
lichamen - hun huid veranderde als een kameleon die zich perfect kon camoufleren
in zijn omgeving - begonnen de Aarde te bevolken. Ze waren een onderdeel van de
natuur, zij waren de natuur, zij waren de nakomelingen van de Godin. De
levenskracht, de biologie vermeerdert, als een ongecontroleerde virus, de Lilimi
waardoor de Aarde samenwerkt met het leven. Nieuwe vormen van schepsels werden
gecreëerd toen de Tweelingvlam de Godin het vermogen gaf haar eigen
levensvormen te ontwerpen. De Lilimi, de dochtercellen reikten tot de sterren en
vingen de zoete liefde van de Tweelingvlam op toen ze nieuw leven in hun
lichamen ontvonkten. Blauwe lichtflitsen raakten het oppervlak van de planeet en
brachten de Lilimi in extase en vervolgens de Godin.
Het
oerwoud is dicht, de atmosfeer zwaar. Een vogel krijst, de lucht is dik en nat.
Daar is ze – een Lilimi. Haar lichaam is naakt, besmeurd met modder en slijm.
Het haar verward gevlochten, haar lichaam gespierd en sterk. Haar ogen wild en
glanzend als een dier, haar tanden scherp en wit. Maar let op – zij is
helemaal niet fysiek, tenminste niet op de manier waarop wij dit zien. Zij kan
opgaan in de natuur, kan één worden met een boom. Kijk hoe ze vervaagt in en
buiten de jungle achter haar. Kun je haar energie voelen – het is wild,
chaotisch, vruchtbaar en seksueel. Zij kijkt hongerig, niet naar voedsel maar
naar een gelegenheid om nieuw leven voort te brengen. Ze wacht met smart op de
terugkeer van de Tweelingvlam om haar nieuwe modellen te brengen, om nieuwe
wezens te creëren uit haar vruchtbaar lichaam. Ze kan zichzelf bevruchten,
oorspronkelijk was ze geboren uit een enkele levenscel die ontsproot uit haar
moeders lichaam. Zoals de Godin voor haar, kon ze zichzelf steeds reproduceren
en zo de moeder van vele worden. Toch is de Godin er nog steeds, zij is een
enkelvoudig bewustzijn in vele vormen. De Godin kijkt door vele ogen en hoort
door vele oren.
Ik
ben Lilim
Een
prototype van nieuw leven
Zuiver
vrouw, een versie van de Godin
Een
dochter van mijzelf
Lang,
lang geleden werd de Eerste Vrouw, de Godin binnen vier dagen volgroeid. Ze
hield niet van alle mannen, ze hield van mooie mannen. Van alle mannen vond ze
de meest aantrekkelijke de Zonnegod. Natuurlijk wist ze dat hij nooit haar
echtgenoot kon worden. Tot haar verrassing verscheen op een dag de Zonnegod
achter haar en raakte haar nek zachtjes aan met een vederen pluim. Ze werd
overstraald met warme zonneschijn en op een magische manier werd ze de vrouw van
de Zonnegod. Hij werd de vader van haar eerstgeborene, een zoon. Niet lang
daarna, toen de Godin rustte onder een overhangende rots, vielen er enkele
waterdruppels op haar. Spoedig daarna baarde de Godin een tweede zoon met als
vader de Watergod. Omdat de beide zonen bijna even oud waren, werden ze bekend
als de Tweeling van de Godin.
(Oorspronkelijke Amerikaan of indiaan Lore).
Eerst
was er de Godin die uit het Niets verscheen. Uit haar lichaam werd geboren haar
zoon Dumuzi, de een werd twee. Toen bedreven de twee – de Godin en haar
minnaar – de liefde en creëerden nieuwe en meer complexe levensvormen.
Sommigen waren heel simpele levensvormen. De Lilim leefden in een soort soep
waaruit later de wereldoceanen ontstonden. Niemand begreep echt hoe deze eerste
levensvormen begonnen, maar het gebeurde wel. De Aarde produceerde meer en meer
complexe vormen uit haar lichaam, totdat de enkelvoudige cellen zich begonnen te
delen. Ze hadden weer 2,5 miljard jaar nodig om zich te verenigen en een soort
stad van enkelvoudige cellen te vormen die allen samenwerkten maar wel met
verschillende taken. Sommigen waren belast met de voeding, anderen met de
beweging, weer anderen met de reproductie of voortplanting. Dit waren de eerste
complexe levensvormen.
Tot
ongeveer 500 miljoen jaren geleden was, alles wat als een dier zou worden
aangemerkt, een soort zacht, vochtig, slijmerig schepsel zoals enorme
naaktslakken of kwallen. Toen verscheen er een
belangrijk
schepsel in de zeeën. Dit kleine diertje werd een Pikaia (pie-Kl-ya) genoemd en
het was slechts 5 cm lang, maar het had iets wat andere dieren nooit eerder
hadden – een ruggengraat.Hierdoor werd het de voorouder van elke vis, vogel,
reptiel en zoogdier. Niet lang na het verschijnen van de Pikaia begonnen veel
soorten vis te evolueren. Een paar eenvoudige schepsel begonnen het water te
verlaten naar de veiligheid van het land. Deze pioniers werden insecten en samen
met de planten zouden ze de eersten zijn die het land gingen koloniseren.
Insecten waren de eerste schepsels op Aarde die de zee verlieten, maar de vissen
volgden al snel. Sommigen vissen leerden hoe ze de lucht konden inademen en
begonnen longen te ontwikkelen. Uiteindelijk begonnen deze primaire longvissen
zich met hun vinnen uit het water te duwen en langzamerhand ontwikkelden deze
vinnen zich, door middel van het evolutieproces, tot primaire benen. In die tijd
was het leven op het land een stuk eenvoudiger, want voedsel was in overvloed
aanwezig en er was nauwelijks rivaliteit. Dus deze vroege bezoekers konden zich
snel gunstig ontwikkelen. Al snel kregen ze meer geavanceerde benen en voeten en
evolueerden naar de eerste amfibieën. Het leven op het land was enerzijds
gemakkelijk maar ook ingewikkeld, zoals in de zee. Er waren hagedissen, amfibieën,
insecten, veel planten en een nieuw soort dier - reptielen. De meest
interessante van deze schepsels waren de zoogdierachtige reptielen. Ze waren
verdeeld in herbivoren (planteneters) en carnivoren (vleeseters) zoals ook de
dinosaurussen. Ze beheersten het land tot halverwege de Trias-periode
toen de dinosaurussen voor het eerst in beeld kwamen. De dinosaurussen
verschenen voor het eerst in de Trias periode. Dit was de periode dat de
evolutie de basisvorm bepaalde. De Jura-periode
was de periode waarin de dinosaurussen de echte heersers van het land werden.
Het was een tijd van grote diversiteit onder de dinosaurussen en er was een
algemene explosie van leven op de wereld. Vogels zoals wij ze kennen vertrokken
naar de lucht en in de zee groeiden waterminnende reptielen naar een geweldige
omvang. Insecten en planten verschenen ook in een grote diversiteit. Aan het
eind van de Jura-periode begonnen de continenten zich te verdelen in gescheiden
en duidelijk waarneembare landmassa’s. Dit had wereldwijd klimaatwijzigingen
tot gevolg waardoor voor de eerste keer bloemen en grassen konden verschijnen.
Dit was ook de tijd waarin enkele van de meest bekende dinosaurussen de Aarde
bewoonden.
Het
Grote Bombardement.
Talrijke
grote dieren werden geboren uit de vereniging van de Godin en haar Geliefde. De
geweldig grote en krachtige dinosaurussen begonnen de oude wouden van de Aarde
af te struinen. Ze zouden echter spoedig aan een gewelddadig en abrupt einde
komen. Nadat de Aarde was gevormd waren er nog verscheidene planeten in dit
zonnestelsel. Deze bestookten de Aarde met het zogenoemde Grote Bombardement,
dat zo heftig was dat de aardse temperatuur schrikbarend steeg. Een massale
uitroeiing van veel schepsels was hiervan het gevolg ten tijde van de Krijt-periode.
Men dacht dat een asteroïde van 9 kilometer in diameter de Yucatan
Peninsula raakte. Schokgolven vlogen rond de Aarde. Brokstukken werden
omhoog geslingerd tot boven de atmosfeer en regenden neer in een alles
verbrandende hitte. Later blokkeerden stof en aërosol (mengsel van wolken,
mist, gas) het zonlicht en de temperatuur zakte pijlsnel. De fotosynthese
stopte, dieren stierven, waaronder de dinosaurussen. Vele plantensoorten
verdwenen en de diversiteit van plankton verminderde snel. Gemiddeld 85% van het
oceaanleven (waterdieren) ging verloren.
(Vertaald:
Harmen Schouwerwou – www.unitynet.nl)
Wordt
vervolgd …