Haar Perspectief

door
Alloya
1.3
In het begin ….
In
het begin was er slechts duisternis,
niets
bewoog in deze verlaten ruimte.
De
wateren waren diep, de afgrond wachtte …
Een
stille ademhaling, de eeuwige nacht was een feit.
Voordat
er goden waren, voordat de Aarde bestond
baarde
de Lege Ruimte een zoon:
De
Naamloze, de Universele Dromer.
Diep
in de Leegte lag de Dromer te slapen.
Onbewust
van zijn bestaan.
Slapend
in zichzelf.
In
het begin, vóór alle tijd, voordat er iets was, lag de Universele Dromer (de
Bron) verscholen in de Lege Ruimte. Het droomde over bewegingen en patronen,
beelden die prachtig waren voor oog en oor. Als Het droomt begint zich iets te
roeren diep in het zelf. De Universele Dromer kreeg voor de eerste keer een
gevoel dat nooit eerder was beleefd. Het wilde meer over dit gevoel weten, het
wilde meer over zichzelf weten. Met dit nieuwe besef kwam de eerste wens, de
eerste behoefte. Deze wens ontstak de Universele Dromer, ontvonkte het begin van
de schepping. Dit gevoel gaf het de drang, de stuwkracht, de wens om te zijn.
Vanuit deze creatieve impuls werd een nieuw wezen geboren.
ZIJ
De
Zuivere Vrouwelijke Kracht
De
Godin.
Uit
een emotiegolf, die te voorschijn kwam uit de Leegte zelf, werd de Godin
geboren. Uitbarstend in kracht en macht begon haar lichaam materiële werelden
te creëren. Zij zou de Godin worden van het Universum van Vorm. Ze draaide in
spiralen rond en door haar dans werden vele sterren en planeten geboren. In haar
gloed van een hemelse nacht schenen vele sterren als parels op een donker
zeebed. De Universele Dromer keek toe toen de extatische Godin zich orgastisch
ontlaadde in het duister.
De
geboorte van de Godin uit de Lege Ruimte was het transformatieproces van
onzichtbare energie (Leegte) in fundamentele fysische materie. Stel je een
leegte voor, een duistere ruimte en vanuit deze ruimte werd een wezen geboren.
Om iets uit niets te creëren, is een kosmische paradox. Zoals het leven uit
niets lijkt te verschijnen, zo baarde de Godin zichzelf en creëerde vervolgens
het hele universum. Op deze manier werd alles voor de eerste keer gevormd. De
sterren, planeten en al het andere, inclusief de mensen werden, door middel van
dit proces, gecreëerd. De schepping was een grootse eerste explosie van
fysische materie, de Big Bang. De materie werd getransformeerd (gecreëerd)
vanuit zuivere energie (letterlijk uit het niets – de Leegte). Wat daarna
moest volgen was een geordende ontwikkeling van de sterren, de sterrenstelsels
en de Aarde.
Vanuit
de Peilloze Diepte, de Zwarte Golf
werd
ZIJ geboren.
Toen
de hemels nog niet waren gevormd,
toen
de Aarde beneden nog geen naam had,
Bracht
Tiamat ze voort.
Tiamat,
Moeder der goden,
Schepper
van alles.
De
Godin bewoog haar lichaam en door de diepe plooien van de Leegte creëerde ze
rimpelingen in de Nagual – het Niets. In de plooien werden nieuwe bewegingen
gecreëerd, bewegingen die later de kosmische cycli werden van de galaxies en
planeten. In haar dans verdeelde zij de hemel van de Aarde en de dag van de
nacht.
“Ik
ben de Kosmische Moeder. Ik was daar bij de geboorte van het universum. Ik was
de baarmoeder van de Leegte van waaruit alles ontstond. Geboren uit de Leegte
zelf werd ik, door eigen wens, de moeder van alles. Vanuit mijn lichaam werd alles
geschapen. Diep in mij kon ik het licht van de Bron voelen – warm en helder.
Ik was niet alleen; ik kon de hele schepping voelen. Ik kon de sterren voelen
toen ze aan de nachtelijke hemel verschenen. Ik kon de harten en gedachten
voelen van duizenden verschillende wezens die het groeiende universum bevolkten.
In al die grote cirkelende spiralen, was ik aanwezig. Ik zag de opkomst en
ondergang van machtige sterren. Ik zag de geboorte van nieuw bewustzijn, nieuwe
systemen en nieuwe wezens. Alles was zoals het moest zijn, alles was in
harmonie. Ik bracht mijn bewustzijn in alle nieuwe creaties rondom mij. Ten
slotte vestigde ik me in de ruimte, die later bekend zou worden als de Aarde”,
zei de Godin.
Op
het suprême moment vóór alle tijd, verrees de Godin uit de chaos van de Lege
Ruimte, en creëerde zichzelf.
Nog
geen enkel wezen was geboren … zelfs zij niet.
De
hemelen scheidend van de wateren, bewoog zij zich in spiraliserende
lichtpatronen.
Als
zij danste begon haar extase toe te nemen.
Diep
in haarzelf creëerde zij alles dat vorm heeft.
Haar
bewegingen maakten de wind en de Lucht was geboren.
En
alles begon te ademen.
Licht
verscheen uit haar dansende voet, ze werd als de Zon.
De
sterren beschenen haar hoofdharen,
Kometen
bewogen zich door haar lichaam.
Vuur
werd gecreëerd.
De
wateren verrezen in golven van eb en vloed en in rivieren.
Het
water creëerde de stroom en beweging.
Zij
schiep de Aarde.
De
kusten werden haar bed, het vruchtbare land haar baarmoeder.
De
bergen: haar volle borsten, haar golvend haar, de bomen en planten.
Ze
zag alles dat was en toch moet zijn,
alles
geboren uit haar heilige dans.
Hangend
als een juweel in een met sterren bedekte hemel, wachtte zij. Ze had nauwelijks
een duidelijke lichaamsvorm. Ze was meer een massa creatieve kracht en macht. Ze
werd alleen maar door haar verlangen bewogen! Ze bewoog haar lichaam in golven
van plezier. Zij was de Godin van Vorm, de schepper van dromen. Deze dromen
moesten in de stoffelijke wereld van patronen en vorm verwerkelijkt worden.
Wachtend in de Leegte, verrees een wens in haar. De beweging nam toe, het eerste
begin van geboorte was nabij. Vanuit deze kolkende energiemassa begon zich een
creatief patroon te vormen, geïnspireerd door de Engelen van Licht die door de
Bron waren gezonden. Duidelijke herkenbare vormen zijn te zien in de beweging
van het water van het lichaam van de Godin. De Aarde verrees door middel van een
impuls waardoor golvende bergen werden gevormd. Valleien verrezen om bergen te
worden, bergen zakten weg om valleien te worden. Door eonen van tijd bewoog,
schiep en herschiep ze haar lichaam steeds opnieuw. Het landschap was
voortdurend in beweging. Vanuit haar vruchtbaar lichaam creëerde ze elke berg,
elke vallei en liet elk zaadje rijpen dat later boom of dier zou worden. Zij was
de bron, de bron van alle vormen op de planeet die Aarde werd genoemd. Zij was
het paradijs!
“Ik
ben de Moeder van dromen”, zei de Godin. “Sluit je ogen en laat je denken
tot rust komen, want ik wil je veel laten zien. Laat beelden in het oog van je
brein komen.”
Ik
zag mezelf vanuit een punt in de ruimte naar beneden kijken en zag een sfeer van
kleur en geluid, die zich in een baan van spiralen ronddraaide. De sfeer
vibreerde en pulseerde met leven en kracht. Het was prachtig om te zien. Aan
mijn rechterkant verscheen een verbazingwekkend lichtwezen met zilveren
vleugels. Het daalde af door de dimensies en droeg met zich mee het licht van de
bron. Als het dichterbij bij de hemelbol kwam bewoog het zich in spiralen. Het
vertegenwoordigde nu een vurige vliegende slang. Ik keek gebiologeerd toe hoe
het zijn energie versmolt met de energie van de hemelbol. Ik zag dat de hemelbol
reageerde. Toen de energie van het Gevleugelde Wezen en de Hemelbol elkaar
raakten, ontstond hieruit een waterval van kleur en geluid. Het leek alsof ze de
liefde bedreven. Toen besefte ik dat die hemelbol de Aarde was.
“Dit
is mijn tweelingvlam, mijn geliefde van de sterren, fluisterde de Godin terwijl
haar gezicht bloosde. Ik ben de
vrouwelijke tegenhanger, de manifestatie van materie, de zuivere gedachte van de
Universele Dromer. Toen ze haar hoofd boog en zuchtte zei ze: ik voel de
Schitterende, de Tweelingvlam. Zijn goddelijkheid vliegt door me heen als een
zonnewind. Zijn liefde voor mij was zachter dan zijde, zoeter dan honing. Ik
voel hem als hij zijn zacht licht over mijn donkere huid strijkt. Zijn liefde
voor mij was hevig. Ik stroomde vol energie toen hij de liefde met mij
bedreef.”
Toen
ik dromen binnen dromen droomde begon zich een beeld te vormen. Zwevend in een
zee van duisternis lag de Bron van alle schepping en levenskracht te dromen. Als
een enorme lichtbal sliep het, zijn licht verspreidde zich in de Leegte als een
halo, een stralenkrans in de nachtelijke hemel. Het ademde, pulseerde energie en
licht golfde door het grote lichaam. Vanuit het zelf verscheen duidelijk een
lichtstraal die de duisternis van de Leegte doorboorde. De lichtstraal begon te
breken, te reflecteren en creëerde een multidimensionale lichtmatrix.
Uiteengevallen in vele lichtdelen verschenen uit het lichaam van de Bron de nu
ingewikkelde patronen die zich nu in de Schepping begonnen te bewegen. Het waren
de echte boodschappers van de Universele Dromer, de absolute gedachten van God.
Ze droegen dezelfde creatieve kracht als de Bron zelf. Ze waren meer dan
Engelen, ze waren de adem van de Universele Dromer. Deze wezens waren de Elohim,
de Tweelingvlammen van elk menselijk hart en de Donderwezens uit de mythen van
de oorspronkelijke Amerikanen. Elohim (in het Oude Testament) is het Hebreeuwse
woord voor God. ELO is vrouwelijk, HIM is mannelijk. De Elohim waren goddelijke
entiteiten van zowel mannelijke als vrouwelijke energieën.
De
Elohim vertegenwoordigen de natuur in balans, geen scheiding tussen het
mannelijke en vrouwelijke, zowel positief als negatief, twee kanten van één
geheel. De Elohim werden aangemoedigd door de Universele Dromer om zielsaspecten
te creëren, uitbreidingen van zichzelf. Een afdalende en groeiende hiërarchie
van zielen die de moed hadden om aan een grote evolutie- en scheppingscyclus te
beginnen. Ze vertrokken uit de eenheid van de Universele Dromer, trokken door
werelden van materie. Deze evoluerende zielsaspecten creëerden door hun lange
afdaling meer en meer complexe en dichte materiële werelden waarin ze gingen
wonen en ervaringen opdoen.
“Met
grote snelheid bewogen we ons door de dimensies, zei de Tweelingvlam. We creëerden
een lichaam van etherisch licht om veilig door het multiversum te vliegen.
Terwijl we sterrenpoorten passeerden, werden we steeds compacter toen we steeds
dichter de dimensie van zuivere materie naderden. Als stralende lichtwezens creëerden
we nieuwe galaxies. We ademden leven in vormen die nu het universum bewonen. We
maakten onze epische reis, volgden de roeping van de Godin. We gingen naar de
Aarde. We herinnerden
ons de eerste keer toen we haar schitterende vorm zagen. We herinnerden ons de
eerste keer toen we de aantrekkingskracht van haar lichaam voelden –
verleidelijk, ons roepend. Haar lichaam was prachtig en stralend zoals ze daar
stond tegen de achtergrond van de ruimte. Als een blauwe en witte parel,
glinsterend in het zonlicht. Het leek alsof ze niet compact van vorm en
substantie was. Toen we keken konden we op het oppervlak van deze afkoelende
planeet een kronkelende beweging zien. Het was een slangenspiraal. We keken hoe
de zilveren slang al kronkelend nieuwe patronen en vormen creëerde in de
energie van de Aarde. We zagen hoe het beeld veranderde totdat het eruit zag als
een vrouw in een orgastische passie, die extatische bewegingen maakte.”
Na
lange periodes begon de Aarde af te koelen en werd steeds compacter totdat het
landschap zijn vorm kreeg en het fysieke lichaam van de Godin begon te
verschijnen. Bergen rezen op uit haar lichaam en valleien verschenen in de
kloven die haar vrouwelijke vormen creëerden. Haar borsten waren vol, water
stroomde uit bergbeekjes en klaterde over de bergpieken die haar tepels vormden.
Ze was voortdurend in beweging, het vuur barstte uit haar lichaam in de vorm van
vulkanen. De Aarde schudde toen ze steeds weer haar vormen veranderde. We keken
toe en wachtten af. We noemden haar “Zij
die het heilige land vorm geeft”. Haar passie was groot, haar creativiteit
– uitbundig, haar sensualiteit elektrisch en levend. We wilden nieuw leven
voortbrengen, dus kwamen we naar de Aarde. We zaaiden onze gedachten uit, onze
ontwerpen die we meedroegen van de Universele Dromer, van de centrale zon van
dit Universum, in het lichaam van de Godin. Ze liet de levenskracht door haar
lichaam stromen, transformeerde en creëerde nieuw leven uit het oude. We waren
verbaasd en vereerd om door de Godin te worden bemind. Veel wezens hadden we op
onze reizen ontmoet en veel planeten hadden we ontdekt in het universum, maar
toch had geen enkele een dergelijke schoonheid.
We
keken toe hoe de vormen zich ontwikkelden; het begon in de matrix van een
gedachte uit het bewustzijn van de Godin. We zagen hoe een gigantische matrix,
die op een spinnenweb leek, zich over de hele planeet begon te verspreiden - in
en buiten de planeet. We ontdekten hoe het licht langs de zijden draden begon te
pulseren als een geweldig brein met neuronen die aan- en uitflitsten.
Ontwerpinformatie werd gecreëerd die erop wachtte in vorm geboren te worden
door middel van het lichaam van de Godin, die als Grootmoeder Spin haar
scheppingsweb begin te spinnen.
Grootmoeder
Spin
baarde
zichzelf uit de Leegte.
Werkend
met de gedachtekracht,
droomde
zij gedachten in substantie.
Zij
begon te spinnen.
Ze
weefde de heilige spiraal
waarop
het hele universum werd geboren.
Sterren
hingen als dauwdruppels
op
een spinnenweb in de vroege ochtend.
In
de vortex, de plek waar zij was geboren
begon
ze te dansen.
Zij
nam de heilige ratels en
vier
bundels uit haar buidel.
Zij
droomde zichzelf vier dochters,
een
zwarte, een rode, een bruine, een witte.
Ze
plaatste een dochter op elke bundel
en
danste en droomde en dacht hen levend.
Grootmoeder
Spin en haar vier dochters droomden de Aarde.
Toen
dat klaar was kwamen de dochters
naar
de Aarde om te leven.
Zij
werden de moeders van de eerste menselijke families
en
de heilige grootmoeders van de vier richtingen.
Veel
tijd ging voorbij.
Grootmoeder
Spin was alleen met haar kinderen.
Na
een zwerftocht over de Aarde besloot ze een huis te maken.
Zij
bouwde een hut in het bos vlakbij een wei
waar
een sjamaan en zijn leerling woonden
Zij
en de leerling werden geliefden
En
samen hadden ze vele kinderen.
Ten
slotte kwam er een droge periode
en
was er niets meer te eten.
De
kinderen van de Spinnenvrouw huilden,
ze
hadden honger.
Zij
ging naar de sjamaan en zijn leerling en zei:
“Je
moet me doden want dan hebben de kinderen niet meer honger.”
Eerst
weigerden ze, want ze waren opgegroeid om van haar te houden.
Ze
zwierven rond met tranen in de ogen
op
zoek naar eten voor de kinderen.
Toen
ze zeker was dat er niets meer was, drong ze aan:
“Dood
me, het is de enige manier om weer gelukkig te zijn.”
Toen
ze eindelijk toestemden,
gaf
ze aanwijzingen hoe dit moest gebeuren.
Eerst verwijderden ze de rotsen en grote planten.
Vervolgens
gebruikten ze hun graafgereedschap
om
het oppervlak van de aarde oneffen te maken.
Toen
sneden ze het hart van de Spinnenvrouw uit haar borst
en
plantten het in het westen van het veld.
Hierna
sleepten ze haar lichaam over het veld
totdat
al het vlees van haar beenderen verwijderd was.
Ten
slotte plantten zij haar beenderen in het oosten van het veld.
Toen
ze hiermee klaar waren
kwamen
de Donderwezens om te rouwen over haar dood.
Hun
tranen maakten het land vruchtbaar, groen en magisch.
Uit
het hart van de Spinnenvrouw groeide de eerste eik.
Deze
kreeg verschillende soorten eikels.
Uit
het vlees van de Spinnenvrouw groeide koren van vele kleuren.
Uit
de beenderen van de Spinnenvrouw groeiden
de
heilige kruiden voor genezing en rituelen,
want
wij willen dat zij onze dromen hoort.
(Een
scheppingsverhaal van de Amerikaanse Indianen)
“Ik
ben de Grootmoeder Spin, ik ben de schepper en wever van het leven”.
Grootmoeder Spin spint twee zilveren strengen – een die loopt van noord naar
zuid en de ander die van west naar oost loopt, waardoor de vier hoeken van de
Aarde verbonden zijn. Haar kleuren – geel, zwart, rood en wit
vertegenwoordigen de kleuren van alle mensen en herinnert ons eraan dat we uit
dezelfde bron komen.
Ik
ben de Meester-wever
Ik
ben de Wever van het web van het lot.
Ik
ben Wijsheid, Creativiteit en Goddelijke inspiratie.
Ik
ben een Vormveranderaar die alles weet over de illusionaire patronen.
Ik
ben de Vrouwelijke energie van de creatieve levenskracht.
Spinnenvrouw
was de Wever. Ze plaatste haar weefgetouw op de top van de berg, nam haar spoel
ter hand en begon te weven. Toen ze dit keer de ene draad over de andere weefde,
verscheen een levend iets. Ze weefde rozen, lelies en vele andere prachtige
bloemen in deze wereld. Ze weefde fruitbomen en notenbomen en bedekte het land
met machtige wouden. Ze weefde allerlei soorten vogels, vis en insecten in haar
web. Ze weefde herten, buffels, prairiehonden en alle andere dieren. En al deze
levende wezens werden met elkaar verbonden in haar weefsel.
Toen
stopte ze met weven om ernaar te kijken. Het was heel mooi en zeer volledig en
toch was het nog niet voltooid. Er miste nog iets, dus begon ze weer te weven.
Dit keer creëerden de kruisende draden menselijke wezens – man en vrouw en
kinderen. En alle menselijke wezens die zij in haar Grote Web weefde waren met
elkaar verbonden, met de andere dieren, met de planten, bomen, bloemen, met de
bergen, zeeën, woestijnen, zelfs met de ver verwijderde sterren. Elk menselijk
wezen en inderdaad alles wat de Spinnenvrouw in haar Enorm Web weefde was met
elkaar verbonden. Het weven van het Web is de ontwikkeling van gedachten en
bewustzijn van de Godin van de Aarde. Zoals de zijden draden van het spinnenweb,
doorkruisten de draden van dit bewustzijnsweb elkaar, om de planeet tot één
geheel te verenigen. In deze matrix kon de Godin ontwerpen en vormen creëren,
waarin wezens van zuivere energie ook konden incarneren. Zoals de neurale
netwerken in het menselijk brein, creëerde de Godin voor haarzelf een
energiematrix, die gedachten konden vasthouden en zelf inspirerende ideeën
konden ontwikkelen. Vanuit de gedachtematrix, creëerde de Godin hierin vele
modellen die later fysieke vormen zouden worden. Het Web verbond alle leven,
niet alleen op de Aarde, maar verbond ook alle wezens die het universum
bewoonden. Het Web bestond uit lichtsnelwegen. Deze snelwegen krullen zich op om
te zijner tijd terug te keren naar hun oorspronkelijk kosmisch centrum. Ze
dragen zuivere informaties als licht terug naar de bron. Je zou dit het
zenuwstelsel van de Universele Dromer kunnen noemen. Deze snelwegen verbinden
alle universele uitingen met elkaar in ingewikkelde lichtpatronen die het
spinnenweb vertegenwoordigen. Grootmoeder Spin weeft de werkelijkheden van de
Aarde. Er zijn veel realiteiten gelijkertijd. Er zijn parallelle werkelijkheden
die voorzien in vele en gevarieerde ervaringen die alle gelijktijdig op de Aarde
gebeuren. De Godin in spinnenvorm verbindt alle verschillende werkelijkheden
waardoor een overstap naar een volgende werkelijkheid mogelijk wordt. Wanneer je
leven synchroon verloopt met je eigen geest, dan betreed je de synchrone wereld
van de Grootmoeder Spin. Toen wiskundigen met fantastische formules kwamen over
het universum, waren ze aangesloten op de energie van Grootmoeder Spin. Oude
magiërs kenden de geheimen van deze wereld, want dit is het niveau waarin je
wonderen kunt verwerkelijken en magie kunt toepassen. De wetenschappen chemie,
biologie en fysica werden geïnspireerd door het bewustzijn die op dit
spinnenniveau bestaan. Door je met dit aspect te verbinden, kun je vaardigheden
ontwikkelen die nodig zijn om bewust je eigen werkelijkheid te creëren. In
symbolische verhalen weeft de spin werkelijkheden en sprookjes en alles wat je
als mens kunt verzinnen.
De
Universele Godin, Moeder van Alles, verscheen uit haar planetaire scheppingskiem
als een plant uit het zaad. Ze explodeerde in één geweldig orgasme. Ze
manifesteerde de Universele Scheppingsmatrix in haar lichaam, haar vorm. Ze werd
een aards creatief organisme toen ze tot leven kwam. Als Grootmoeder Spin spon
ze haar web, werkte met de goddelijke blauwdruk van de Bron dat haar door de
Elohim was gebracht. Het web breidde zich uit over de gehele hemelbol. Vormen en
gedaantes van wezens die geboren moesten worden konden duidelijk herkend worden
toen het web de matrix van de Droomtijd werd. Nieuwe vormen werden in Droomtijd
geboren, nieuwe soorten en nieuwe creaties. De universele scheppers van leven,
de Elohim, konden nu nieuwe levensvormen creëren; ze maakten gebruik van deze
universele matrix die het zelf had gevormd als een bewuste fysische entiteit.
Binnen deze matrix, dit spinnenweb, werd de Godin een raamwerk ten behoeve van
andere vormen en creaties. De Elohim voegden hun creatieve ontwerpen van de
Universele Dromer toe aan de matrix van verbeelding (denkmatrix), die nu de
Aarde was.
De
Godin zweefde in de peilloze diepte van de
buitenste
duisternis, vóór het begin van alles.
Zij
keek in de gebogen spiegel van de zwarte ruimte.
Zij
zag in haar eigen licht haar stralende reflectie
en
werd hierop verliefd.
Ze
bedreef de liefde met zichzelf
en
noemde haar ‘Mira’, de Wonderbaarlijke.
Hun
extase barstte uit in een enkel lied van al dat is
en
met dat lied verscheen beweging.
Golven
stroomden naar buiten en werden
de
hemelbollen en spiralen van de werelden.
De
Godin werd vervuld en opgezwollen van liefde.
Zij
baarde een stroom heldere geesten
die
de wereld moest liefhebben, zoals zij deed.
Toen
de Godin en de Elohim de liefde bedreven en hun energieën uitwisselden en
verenigden, spatten de lichtvonken van hun lichamen af. Een stroom heldere
vonken viel toen in de zachte vouwen van het lichaam van de Godin. Uit deze
bevruchting baarde ze massa’s stralende kinderen om lief te hebben en te
spelen in haar wereld. Dit waren de Elementalen. De Elementalen (natuurwezens)
werden geboren als etherische intelligente wezens om de Aarde te bewonen. Later
werden ze de hoeders van de Aarde. Het waren spirituele entiteiten van een
andere dimensie. De Tweelingvlammen projecteerden een klein deel van hun
bewustzijn in de elementale lichamen. Ze konden niet langer de Aarde bezoeken
want de Aarde werd te dicht (een te lage vibratie) voor hun lichtlichamen. De
Aarde was ontworpen als een planeet die fysieke wezens kon ondersteunen en
vormen. Toen de planeet afkoelde werd het compacter en kreeg het een lagere
vibratie. De Tweelingvlammen konden op Aarde niet in compacte lichamen aanwezig
zijn, dus projecteerden ze een aspect van zichzelf op de Aarde als Feeën/Feeën. Door
de lichamen van Feeën konden de Tweelingvlammen dichter bij de Aarde komen om
een verbinding met haar te houden.
Levend
in het rijk van de vierde dimensie verbonden de Elementalen zich met één van
de vier elementen – vuur, aarde, lucht en water. Andere Elementalen werden
geboren – nimfen en (boze) geesten van het waterrijk en aardmannetjes van de
Aarde, sylfen van de lucht en salamanders van het vuurrijk. Deze werden later
bekend als
Feeën. De
Elementalen van het plantenrijk zorgen voor de ontwikkeling
van alle plantensoorten die ontluiken vanuit de grond van de Aarde. Evenals het
menselijk lichaam bezitten ook de onbezielde vormen de spirituele levensenergie
van liefde en licht. Kwartskristallen groeien traag, diep in de Aarde. Hun groei
wordt verzorgd door het liefdevolle bewustzijn van een elementaal wezen.
Kristallen
Deva, bewustzijn van stenen en mineralen.
Een
collectieve geest, de essentie van alle kristallen.
De
manifestatie van de ongedifferentieerde creatieve bron
van
wet, ritme en kracht van het Universum.
Voelend,
bewust en in staat tot communicatie.
Je
kunt een communicatie met de kristallen Deva’s voelen
als energie. Of je kunt woorden, beelden, kleuren, muziek of alleen maar een
intuïtief gevoel van weten gewaarworden. Je voelt misschien de Deva niet
bewust, maar je kunt er misschien wel op reageren. Soms zijn plotselinge
inzichten het gevolg van hulp die je krijgt vanuit het Deva Rijk (Natuurrijken).
Door middel van meditatie en observatie van de natuur (met inbegrip van de
stenen en kristallen) kun je een ingang vinden voor vereniging en communicatie.
Het is mogelijk de Deva te ervaren als de ‘geest’ van essentie, die je een
overzicht geeft van de geest van de steen. Tijdens deze ervaring voel je
misschien een energetische toenadering, die misschien wel of niet vergezeld gaat
van boodschappen in woorden of visoenen, kleuren of fysieke en emotionele
sensaties. Het mediteren en contact maken met Deva’s is een manier om energie
en informatie te ontvangen die deel uitmaken van het leven en de kristallen.
Kristallen Deva’s bevatten en verstrekken vaak oude verslagen en wijsheid via
de kristallen. De Deva’s kunnen je werkelijk helpen met je heling en
spirituele evolutie en jij kunt hen helpen bij het harmoniseren en het bereiken
van de hoogste evolutie van de gemanifesteerde werkelijkheid. Wanneer je een
Deva benadert en open staat om contact te maken met een respectvol en dankbaar
hart en verstand, dan kunnen dergelijke kortstondige sensaties zich ontwikkelen
naar een diepe vereniging met de Godin.
Een
link met de Godin
Een
verbinding met de Aarde
Het
hart van Gaia.
Zie
de kleuren en spiralen
in
het centrum van hun collectieve resonantie.
Zie
de spiralen, kloppend met levende energie,
die
zich tot ver buiten het universum voortplant.
Kristallijne
structuren spiegelen de kosmos,
want
alles in het universum is kristallijnig.
De
oorspronkelijke Feeën die naar de Aarde kwamen, lijken op lichtballen. Ze werden
gecreëerd door de liefde tussen de planeet en de Elohim. De planeet was in zijn
beginfasen van fysieke ontwikkeling. Het was een etherische plek en het leek een
paradijs. Toen de aspecten van Feeën versmolten met de zich vormende gedachten
over het creëren van de Aarde, verdichtte en individualiseerde de Feeënenergie
zich om een schitterend rijk te scheppen, een dimensie die de Aarde zou helpen
bij haar creatie.
“Ik
voelde geïmplanteerd leven, dat gezaaid was in de heiligheid van mijn
baarmoeder, zei de Godin. Ik voelde de zaden van de Bron die geplant werden in
mijn vruchtbaar lichaam. Ik voelde ze diep in mij groeien, hun wortels kregen
houvast. Ik voelde hun hoofden door mijn tere huid persen om het zonlicht te
bereiken die nu mijn prachtig lichaam koesterde. In vervoering door de opwinding
van de geboorte, creëerde ik planten en machtige bomen om mijn naakte huid te
bedekken. Ik begon in de wouden te manifesteren wat zich over mijn lichaam
verspreidde. Kleedde me in een groen kleed van bladeren en een kroon van
bloemen. Ik bewoog me door mijn landschap en bewonderde de reflectie van mijn
schoonheid. Het was één groot paradijs.”
Feeën
hebben, samen met de andere natuurgeesten, vanaf het allereerste begin van leven
op de Aarde bestaan. Zij zijn een deel van het complexe bewustzijnsweb dat de Aarde’s onderling verbinden. Ze kwamen tot bestaan om de Aarde te verzorgen en
spirituele energie te transformeren en deze vast te houden in het fysieke
bestaansniveau. Er bestaat een groot, grenzeloos, ongebonden, etherisch veld dat
bewoond werd door miljarden Elementalen (link
Elementalen). Ze zijn veel talrijker dan het aantal menselijke wezens of
andere organische wezens in het universum. De Feeën zijn een oud
bewustzijnslijn. Zij evolueren ook maar op een manier dat zich grotendeels
buiten tijd en ruimte afspeelt. De vroegste Feeën waren degenen die je nu
Elementalen zou noemen. Ze waren bewust, hadden een gering zelfbewustzijn maar
reageerden wel erg instinctmatig. Zoals met alle bewuste schepselen in oude
tijden, werden deze Elementalen meer bewust. Ze trokken bouwstenen van een hoger
bewustzijn naar zich toe en begonnen een ontwikkelingsmethode te leren binnen
hun eigen spirituele aard.
“We
hebben eonen van jullie tijd als bewustzijn bestaan dat geschapen was als
onderdeel van de innerlijke werking achter het fysieke bestaan, zeiden de Feeën.
Deze processen veranderen in de tijd, maar hun werk blijft altijd het in stand
houden en het medescheppen van het universum door met alle wezens en krachten
samen te werken. We zijn een deel van dit creatieweb, dit weefgetouw van het
leven’ zoals het werd genoemd. We zullen hier nog zijn wanneer jullie al lang
zijn verdwenen (van vorm veranderd zijn) met het werken en creëren, in liefde
en harmonie met al degenen die hebben bijgedragen aan het innerlijk leven van
dit bestaan. Wij waren vanaf het begin op Aarde en we zullen hier nog zijn nadat
ze verdwenen is. We houden van onze Godin, we namen haar energie en weefden
patronen van nieuwe soorten bomen, planten en bloemen. Elk soort werd een
beschermer en verzorger in een Feeënlichaam.”
Feeën
kunnen hun vermogens vergroten door het licht en de liefde van het universum te
absorberen. Heel vaak in de tijd werden ze in hun universeel bewustzijnsvorm
teruggetrokken en verschenen vervolgens weer om de Aarde meer van dienst te
kunnen zijn. Geleidelijk werden ze, indien ervaring en noodzaak dit dicteerden,
verbonden met de hogere Feeënvormen. Ze evolueerden door het universele
resonantieprincipe. Ze begonnen bepaalde attributen en plichten van deze hogere
Feeën op zich te nemen en op die manier veranderden en evolueerden ze. Ze waren
zich bewust van alles om hen heen – het universum, de andere scheppingen en
wezens en de eb en vloed van het leven. Feeën bezitten een meer etherische
substantie, dan een menselijk lichaam. Ze kunnen bewust, door een wilsbesluit
hun lichaam veranderen in diverse vormen. Ze bestaan uit vele, vele rassen en
subsoorten Feeën. De plasticiteit van hun etherische lichamen en hun vermogen om
zich aan te passen aan hun directe omgeving zorgen ervoor dat ze op
verschillende plekken er vaak anders uitzien. Het bewustzijn van een elf is een
vorm dat diep verbonden is met het bewustzijn van het universum. Ze kenden hun
doel instinctief en wisten wat ze moesten doen vanaf het moment dat ze gecreëerd
werden.
Gedurende
millennia was het land van de Godin gevuld met wonderen. Wezens van pure energie
werden geboren. Elementalen ontstonden uit kristallijn vuur en gesmolten aarde,
beschenen door de zon. De zilverkleurige sterren verlichtten de nachtelijke
hemel helder en door het licht van de aardse schepping dansten de Feeën.
“Wij
hielden van de Aarde en deden er alles aan om het veilig en mooi te houden. We
hielpen de vogeljonkies die uit hun nest waren gevallen en brachten ze terug
naar hun moeder. We gaven de bloemen water, waardoor ze stralend en fleurig
zouden worden. We spraken met de bomen wanneer ze zich uitrekten naar de warmte
van de zon om ons schaduw te geven en een plek om te leven. We waren vrienden
van allen die naar het bos kwamen om hiervan de magie te ontdekken.”
Wij
zijn de Feeën,
we
zijn ons Moeders Zegen.
Ons
thuis is het Feeën Rijk,
het
land van de eeuwig levenden.
Door
lucht creëren wij het zaad.
Door
vuur , verwarmen wij het.
Door
water verzorgen wij het.
Door
aarde laten we het groeien.
Van
de Godin krijgen we de kracht
om
alles mogelijk te maken.
“Met
de liefde van de Feeën om mijn groeiend lichaam te controleren en te verzorgen,
was ik nu ontwikkeld naar een gezonde en prachtige planeet. Ik was een tuin
geworden van uitzonderlijke schoonheid en
macht. Met het
zoetgevooisd gezang van de Feeën begon ik met het creëren van varens, bloemen
en bomen. Ik maakte liefde met allemaal en creëerde een wereld van dromen en
visoenen. Ik danste in het maanlicht toen de nacht zijn vleugels ontvouwde en me
zijn geheimen toefluisterde. Ik keek met ingehouden adem toen de Feeën op hun
vrolijke deuntjes dansten. Van de wolken van energie die hun lichamen
uitstraalden zag ik het begin van een nieuwe dimensie zich vormen. Een dimensie
ontstaan uit dromen – de Droomtijd.”
De
Droomtijd van de Aboriginals is dat deel van hun cultuur dat de oorsprong en de
cultuur van het land en zijn mensen verklaart. Aboriginals hebben de langste
onafgebroken culturele geschiedenis van alle mensengroepen op Aarde. De
Droomtijd is het verhaal van hoe het universum ontstond en hoe de mens moest
functioneren in de kosmos volgens het plan van de Schepper.
De
Droomtijd
De
Plek van Dromen en Visioenen
Het
land van de Oudsten
Een
Deur naar het Goddelijke.
“Ik
vertel je dit verhaal vanuit de Droomtijd”, zei de Godin. Tijdens mijn
gehele initiatie met de Godin, was ik me zeer bewust dat het verhaal wat zij
vertelde, vanuit de Aarde ontstond. Ik las de energie van de Aarde en als ik
maar diep genoeg groef, zou ik het moderne menselijke verhaal - dat het ware
verhaal afdekte dat vaak diep verborgen lag - kunnen vermijden. Ik kon de
informatie voelen die door mijn lichaam opsteeg en ik vond een stem in mijn
hoofd. Toen mijn voet de Aarde beroerde, bezon zij tot mij te spreken. “Je
leest het land”, zei ze.
De
Australische Aboriginals spreken van jiva
of guruwari, een zaadkracht die
neergelegd is in de Aarde. In het wereldbeeld van de Aboriginals gebeurt elke
belangrijke activiteit, voorval, of levensproces op een specifieke plek. Het
laat een vibratieafdruk achter in de Aarde, zoals planten een beeld van zichzelf
als zaad achterlaten. De vorm van het land - zijn bergen, rotsen, rivierbedden,
watergangen en zijn ongeziene vibraties, echoën de gebeurtenissen die die plek
creëerden. Alles in de natuurwereld is een symbolische afdruk van de
metafysische wezens wiens acties de wereld creëerden. Evenals het zaad is de
potentie van een aardse locatie gekoppeld aan het geheugen van zijn afkomst,
zijn oorsprong. De Aboriginals noemen deze potentie de Droomplek. Deze Droom
bepaalt de heiligheid van de Aarde. De Aboriginals zeggen ook dat men zich,
slechts in buitengewone bewustzijnsstaten, bewust kan zijn, of afgestemd kan
zijn op de innerlijke droom van de Aarde.
Dus,
klaarblijkelijk was ik in een Aarde Droom. Ik ben al eerder in een dergelijke
droomstaat geweest, toen ik voor de eerste keer naar München, Duitsland ging.
Toen mijn voet de Duitse aarde raakte, begon ik me ziek te voelen en werd ik
heel licht in mijn hoofd. Ik wist dat dit geen ziekte was, ik was energieziek.
Tijdens de volgende twee dagen had ik een aantal vreemde gevoelens in mijn
lichaam toen de energie uit de Aarde mijn lichaam binnendrong. Ik voelde de
leylijnen onder mijn voeten en sommigen hadden een dringende behoefte aan
heling. Ik was me ook bewust van het Draakbewustzijn dat daar was, ook hij was
niet gelukkig. Gedurende de week die ik daar doorbracht, besteedde ik veel tijd
aan het reinigen en helen van de Aarde. In deze fase was ik me totaal niet
bewust van de Godin en wist absoluut niet wat ik aan het doen was. Ik volgde
slechts de leiding van mijn hoger zelf en deed wat me werd gezegd. Ik liet de
energie door mijn lichaam stromen en deed wat ik maar kon om mezelf te reinigen
– transformeren. Soms wilde ik dansen en zingen, andere keren werd ik woedend
en schreeuwde. Elke emotie mocht naar buiten komen om de negatieve energie te
bevrijden die in de Aarde was geplant. En samen begonnen we te transformeren.
“Alle
oude rassen kenden de Droomtijd. Voordat ik volledig driedimensionaal was,
vibreerde ik met een hogere frequentie, was ik vierdimensionaal. Ik was
etherisch en was gemaakt van energie. Toen mijn vibratie afnam werd mijn energie
compacter totdat de vierdimensionale energie het stadium van vorm, gestalte
aannam. Zielen begonnen te incarneren in Feeënlichamen. Veel bewustzijnniveaus
konden mijn wereld in geluk delen. Samen droomden we een nieuwe realiteit, een
nieuwe dimensie wat we de Droomtijd noemden. Veel oude beschavingen hadden
toegang tot de Droomtijd. De Droomtijd bestaat nog steeds; de driedimensionale
werkelijkheid en de Droomtijd bestaan naast elkaar. Op een dag in jullie
toekomst zal je vibratie voldoende gestegen zijn om toegang te verkrijgen tot
deze plek.”
De
Droomtijd
De
Tijd vóór Tijd.
Heel
lang geleden, in de Droomtijd, voordat er mensen, dieren, planten of iets anders
waren, bestond de Regenboog Slang – de moeder van alles. Ze bewoog zich voort
in de duisternis voordat de zon en de maan aan de hemel stonden.
Ze creëerde bergketens en diepe kanalen waar haar groot lichaam doorheen
kronkelde. Waar zij de Aarde met haar staart ranselde, daar verschenen grote
spleten en holle ruimtes waar haar lichaam kon slapen. Na een tijd besloot de
Regenboog Draak dat het tijd werd om leven voor de wereld te creëren. Dus, op
de plek Uluru (Ayers Rots) vond de geboorte plaats. Zij baarde de Kikkerstam en
de IJsvogelstam. Maar de IJsvogelmensen konden niet zien om te vliegen en de
Kikkermensen hadden geen water om in te leven. De Regenboog Slang vertelde de
IJsvogelmensen wat ze moesten doen. De IJsvogel vloog op, de lucht in en schoot
naar beneden op het hoofd van de Regenboog Slang en spleet het uiteen met zijn
lange, scherpe snavel. Uit haar buik ontsprongen alle diersoorten van de wereld
en alle geestwezens. De zon verscheen in de lucht om de wereld van de soorten te
verlichten en de maan vond zijn plek in de nachtelijke hemel. De Kikkerstam
begon verheugd te zingen toen het bloed van de Slang uit haar lichaam de kanalen
binnenstroomde, tot in de diepe afgronden om zeeën te vormen. De trillende
regenbooggekleurde schubben van de Slang vlogen op in de heldere lucht en werden
een groep van het Regenboogras en het beeld van hun kleuren werd als regenboog
in de lucht achtergelaten, ter herinnering aan alle stammen van hun
gemeenschappelijke moeder. (Een oude mythe van de Aboriginals)
Ik
ben de Slangengodin
Ik
weef de slangenspiralen
Ik
ben de Heilige Slang met een geest van
magie
en een tong van waarheid.
Ik
ben de tovenaar van de oertuin van de Aarde
Ik
ben de schepper van het labyrint in mijn binnenste
Ik
ben de Slangengodin.
Ik
creëer kracht en passie en omring
de
Aarde met goddelijke visioenen,
met
inzicht en verbeelding.
Ik
weef de stranden van vele landen
naar
een complexe en schitterende werkelijkheid.
Ik
ben de Slangengodin
Ik
dans op geschubde vloeren
Ik
kronkel en beweeg en
creëer
mozaïekpatronen in tijd en ruimte.
De
creatie van het universum werd gedaan door Eurynome, de Godin van Alles.
Eurynome werd geboren uit Chaos. Haar
eerste werk was - het water scheiden van de lucht. Toen dit klaar was begon zij
over het water te dansen. Het was een prachtige, sensuele dans van schepping.
Toen ze danste, danste ze zuidwaarts, steeds sneller. Ze danste totdat de wind
achter haar groeide in kracht. Eurynome ving deze wind tussen haar handen en
masseerde het tot een slang. De slang, Ophion, keek naar de Godin. Hij zag
Eurynome dansen over de golven en werd vervuld van lust. Hij kronkelde zijn
lichaam zevenmaal rond de Godin en bedreef al dansend de liefde met haar.
Bevrucht door Ophion legde de Godin spoedig het Universele Ei. Ophion wikkelde
zijn lichaam, op verzoek van Eurynome zevenmaal rond het ei. Toen het zich
opende stroomde de Aarde over en bevolkte deze met dieren en planten
(Griekse mythologie)
Voordat
de planeet eivormig of rond was geworden, was het een lange staart van kosmisch
stof, die zich als een slang bewoog en kronkelde. Het leek op een slang met zijn
staart in zijn mond. Dit is ook het symbool van eeuwigheid in zijn spirituele en
psychische betekenis. De spiraal van de slang symboliseert beweging en ook de
banen van de hemellichamen. De slang met zijn staart in zijn mond is het
eeuwigheidsymbool, want in deze positie heeft het lichaam van de slang geen
begin en geen einde. Het hoofd en de staart vertegenwoordigen de positieve en
negatieve polen van het kosmische levenscircuit. Het symbool van de slang die
rond het ei kronkelt vertegenwoordigt zowel de beweging van de zon rond de Aarde
als de stroken astraal licht die zich over de planeet beweegt.
Gigantische
slangen die zich in spiralen over het gehele universum bewegen - over de zon,
maan en sterren – kun je zien op de antieke vazen die in de woestijnen van het
Midden-Oosten worden gevonden. Dit laat zien dat de oude beschavingen de Slang
vereerden. De slang kan ook gevonden onder een groeiende plant of boven de buik
van een zwangere vrouw. De slang wordt dus gezien als een symbool van energie en
leven en kracht. De slangenspiraal is een van de meest verspreide symbolen van
de Godin. Het verschijnt in de kunst van de Amerikaanse Indianen, Azië, Afrika,
Australië en in Europa en dan heel vaak als een kronkelende slang. Vroeg
Soemerische en
Akkadische
artefacten (archeologische vondsten) tonen afbeeldingen van een boom of een
staf, die de ‘axis mundi’
of de wereldas wordt genoemd. Dit symboliseert het centrum en support van de
wereld. De bewaker van deze boom of staf is een slang of een paar om elkaar heen
slingerende slangen. Genesis, in de Joodse Geschriften, spreekt over een boom
die bewaakt wordt door een slang. Alle oerslangen in mythen zijn afkomstig uit
een Soemerische oerslang in ondergrondse wateren, die de naam Zu droeg. Deze
oude Soemerische Slangengodin is het ultieme archetype van de Godin van de
waterrijke diepte van waaruit het sterfelijke leven verrijst en waartoe het
terugkeert.
Zu
stal de Stenen Tafelen der Wet
en
verborg ze op een bergtop.
Ninurta
versloeg Zu en redde de tabletten.
Stopte
het universum, snelde terug in de oerchaos.
“Ik
ben Zu. Ik ben de Godin van de levensboom. Ik bewaak de boom. Ik lig gekronkeld
rond de wortels van de boom, want ik ben zijn minnares. De levensboom is de
kaart van de slangenspiraal (het DNA) wanneer het groeit vanuit zijn wortels in
de grond van de Aarde. Ik ben de slang die vleugels kreeg en in de nachtelijke
lucht vloog als Zu, de dondervogel. Ik ben de gevederde slang. Ik ben de
stormvogel van regen en wind. Ik ben de hemelse ziel van de slang van de Aarde,
de Godin. Ik stond onder vele namen bekend. Er waren goden die van de sterren
kwamen en beweerden dat ze mij waren. Ze veranderden mijn naam en mijn geslacht.
Ze gebruikten en misbruikten mijn wijsheid en kennis binnen het DNA om monsters
van zichzelf te creëren. Zij namen mijn scheppingsverhaal en verwisselden mij
met hun mannelijke goden. Later demoniseerden ze me, in ieder geval - I was not
amused.”
De
kennis en directe ervaring van de Godin, werd eens overal op de wereld vereerd.
Nu is het verloren geraakt en verborgen door patriarchale onderdrukking en
verdraaiing. Verschillende aspecten van de oorspronkelijke Godin hebben het
overleefd in verschillende culturen en godheden, hoewel vaak de namen en het
geslacht werden veranderd. De Godin werd veranderd in een mannelijke god, of de
patriarchale krachten demoniseerden de Godin, noemden haar een monster.
De
vogel met het leeuwenhoofd is de Zu-vogel van de Soemerische en Babylonische
legende, die nestelde in de heilige Halub-boom, welke geplant was door Inanna,
die vervolgens de Tabletten van het Lot stal, die gegeven was om de orde in het
universum te handhaven. Deze tabletten behoren aan de oerslang Tiamat. De
Zu-vogel is het equivalent van de Indiaanse grote arend Garuda,
die de Levensboom aanvalt. Garuda symboliseert de vrijheidsvlucht van de geest
om zich te bevrijden van de overheersing van het brein en lichaam.
Een
draak had zijn nest gebouwd aan de voet van een boom. De Zu-vogel bracht zijn
jong in de kroon van de boom en de demon Lilith had haar huis gebouwd in het
middelste gedeelte van de boom. (Soemerische tabletten). De Levensboom
vertegenwoordigt de DNA-kaart die op deze planeet evolueert. Het is een levende
informatiebibliotheek over hoe vormen en fysieke wezens gecreëerd moeten
worden. Zu is de Godin van het DNA en de Levensboom en de slangenwegen. Goden
die uit de lucht kwamen zouden Zu kunnen beteugelen of verslaan indien ze haar
geheim van de slangenspiraal – het DNA zouden kennen. Scheppergoden van de
sterren zouden moeten leren hoe ze de DNA-spiraal
van de slang moesten manipuleren om nieuwe wezens te creëren. Deze goden van de
sterren die geen respect hadden voor de Godin zagen dit als een strijd tussen
hen en een machtige slangenmonster. Patriarchale krachten zouden zich bedreigd
voelen door de macht van Zu, dus gingen ze de verhalen naar eigen inzichten
aanpassen. Dus werd Zu veranderd van een prachtige Godin van de Levensboom in
een monsterlijke demon die vernietigd moest worden.
Vanuit
de diepste ruimte
resoneren
golfvormen van hoge orde codes.
Het
DNA, de magie en het wonder van alles dat is.
Een
brug tussen de talrijke materiële en goddelijke dimensies.
Een
reis langs het slangenpad naar de vele
facetten
van de rijken van licht en bewustzijn.
Er
zijn dubbele ‘slangen’ DNA-strengen in de kern van elke cel in het lichaam.
Dit DNA, deze biotechnologie bevat meer dan 100 miljard keer meer informatie dan
jullie meest geavanceerde opslagmedia. Het DNA is samengesteld uit een
hyperontwikkelde taal. De duale DNA-streng slingert zich
rond zichzelf en vormt een tweeledig slangenlichaam. Tegenwoordig wordt dit
slangensymbool
ook
gebruikt in de medische wereld – de staf van Aesculapius en de Cadeuceus. De
Cadeuceus is een figuur dat bestaat uit twee om elkaar slingerende slangen rond
een staf. Het werd door Hermes, in Griekse mythen en door Mercurius in de
Romeinse mythologie gedragen als de boodschapper van de goden. Het was een
symbool van autoriteit en beschermde de heraut die het droeg. De Cadeuceus
vertegenwoordigt ook de Kundalini van de Indische religies. De staf is de Axis
Mundi – de wereldboom en Yggdrasil – de levensboom. De centrale
fallische staf vertegenwoordigt het potentieel van het mannelijke en is intiem
omgeven door de kronkelende, vervlochten Shakti
energie van twee parende slangen. De staf vertegenwoordigt ook de
ruggengraat, terwijl de slangen de spirituele stromen geleiden langs de Ida
en Pingala (kanalen) in een
dubbele helixpatroon, die bekend staat als de menselijke genoom.
De
levensboom is een belangrijk symbool in bijna elke cultuur. Wanneer zijn takken
tot in de hemel reiken en de wortels tot diep in de Aarde, bestaat het in drie
werelden – een link tussen de hemel, de Aarde en de onderwereld, het verenigt
boven en beneden. Het is zowel een vrouwelijk symbool, draagster van voedsel als
een mannelijk, fallisch symbool. In de Joodse en Christelijke mythologie bevindt
een boom zich in het centrum van zowel het hemelse als het aardse Eden. De
Noorse kosmische Wereldas (Ygdrassil)
heeft zijn wortels in de onderwereld, terwijl zijn takken de woonplaats van de
Goden steunen. De Egyptische Heilige Sycamore staat bij de doorgang van leven en
dood, die de werelden verbindt. Voor de Maya’s steunt Yaxche
de hemelen.
Ik
ben Zu, de vruchtbare Godin
De
Meesteres van de Levensboom.
Ik
ben een slang met een menselijk hoofd.
Ik
ben de Slang, licht van de seksen,
oppositie
van tegenstellingen.
Vrouwelijk
en mannelijk tezamen,
een
tweeling van zichzelf.
Kosmische
slang.
Toevallig
en tijdloos.
Een
meester van het vitale principe
en
alle krachten van de natuur.
Omarm
de oude slangenspiraal,
het
mysterie van het eerste begin.
Ontrafel
het mysterie van het leven,
zonder
ophouden, voortdurend,
zich
uitbreidend in ontelbare wortels.
Voor
altijd de veroorzaker van
de
slangenspiraal van levende dingen.
Vorm
vanuit vormloosheid.
Leven
vanuit spiralen leegte.
Tweelingspiralen
dalen af door hemels licht.
Sturen
lichtpatronen als ontwerp
in
de matrix van de Aarde.
Brengt
nieuwe modellen uit de bron boven,
om
geboren te worden in de buik van de Godin.
Tweelingslangen,
wervelen in licht
om
vanuit hun energie te creëren.
Goddelijkheid
in vorm.
In
het DNA zit intelligentie als gevolg van de aanwezigheid van de slangenGodin-Zu.
Door haar heeft het DNA het vermogen keuzes te maken. Dit werkt in elke cel van
het lichaam. DNA is een soort coderingssysteem – de genetische code. DNA is
bewust, het is een levende taal, substantie van het leven en het leeft in alle
cellen van alle levensvormen op Aarde. De hele essentie van de dubbele
helix van het DNA is dat het zowel enkel als dubbel is. Het kan zich slechts
dupliceren als gevolg van zijn dubbele functie. Deze tweelingfunctie is de basis
van het leven. In het begin van je leven was je één cel en vervolgens
dupliceerde het DNA van die cel zichzelf en veranderde je geleidelijk in een
wezen van 100.000 miljard cellen. Elke cel bevat een exacte kopie van de
oorspronkelijke genetische boodschap die wordt gecreëerd elke keer dat een cel
zich deelt.
Op
de rivier van leven en dood waren we.
Bron
van oeroude herinneringen.
Fluïde
van de leegte.
Wateren
van de baarmoeder.
Uit
de nooit eindigende stroom, verschijnen we.
Gezuiverd,
totale eenheid ervarend.
De
geheimen van leven en dood.
Een
spiraliserende dubbele helix.
Levensboom.
Evolutieladder
naar de hemel.
Ingang
naar de mysteries van leven en dood
en
transformatie.
Stap
op de drempel van een spirituele vlucht.
Vlieg
met de Adelaar,
Zie
het lichtgevende energielichaam
dat
transcendeert.
Passeer
de open mond van de zwarte panter,
bewaker
van de eerste dood en schepper van de
donkere
leegte en zoek de eerste mysteries van het universum.
De
Kundalini betekent letterlijk oprollen als een slang. Het is een opgerolde slang
aan de basis van de ruggengraat. De opgerolde energiebron is de nog niet
aangeboorde energie. Deze energie wordt beschreven als een slapende slang die
zich driemaal heeft opgerold aan de basis van de ruggengraat. Het is de bron van
creatieve energie die wacht op het commando om in actie te komen. Kundalini is
de actieve eigenschap dat functioneert onder leiding van de Universele Wet, DNA
en het onderbewustzijn. In Oosterse legendes is ze een Godin en haar te kennen
is de wijsheid van een schepper te bezitten. Uitgerold onttrekt het stromen
creatieve energie – prana dat
vrijkomt – uit de innerlijke bewustzijnsniveaus voor mentale creatie of
fysieke voortplanting. Alle slangenverering en initiaties betreffen het doen
ontwaken van de Kundalini in het lichaam om het te transmuteren in licht. Dit is
een mysterieus maar natuurlijk proces, waarin transformerende energie door het
systeem stroomt en een dramatische transformatie teweegbrengt van geest, lichaam
en ziel.
Ik
ben Kundalini, de goddelijke Moeder van alle vormen. Opgerold in slaap aan de
basis van de ruggengraat, geeft de slangenkracht van de Godin Kundalini leven.
Wanneer ze ontwaakt en begint op te rijzen, versmelten de krachten binnenin
(Shakti) met de krachten hoog (Shiva) en sluiten het heilige huwelijk. Uit deze
vereniging van aardse en hemelse energieën ontstaat de spirituele wedergeboorte
en heelheid. Als het lichtfluïde de chakrawielen in het lichaam laat draaien,
ruimt het de oude impressies van vorige levens op. De Kundalini is een
onvoorstelbaar machtige, niet te stoppen, erotische, beangstigende doch
prachtige kracht. Wanneer de Godin Kundalini langs de ruggengraat is opgestegen
om haar Goddelijke Gezel te ontmoeten, wordt de vereniging van Geest en Materie
bezegeld. Kundalini staat in het Oosten bekend als de Godin Shakti. Wanneer
Godin Shakti ontwaakt is, sleept ze ons mee in haar geweldige passie om zich met
haar Heer Shiva te verenigen in de kruinchakra. Dit Mysterie Huwelijk
symboliseert de versmelting van de mannelijke en vrouwelijke energie in het
lichaam en het ontwaken van het multidimensionale bewustzijn. Dan kan een Ziel
werkelijk de fysieke vorm bewonen en zijn Goddelijk Doel op Aarde uitleven.
Kosmosminnaars
zweven boven.
Kometen
schieten langs de donkere hemelse luchten.
Vogels
wachten veilig in de ruimtelijke baarmoeder.
De
levensboom, heilige weg naar het hart van de kosmos.
Onderwereld,
de Aarde en hemel.
Fundamenteel
seksueel, vitaal en kosmisch.
Slang
van het leven, bewustzijn.
Kundalini,
verhoging.
Helix
DNA rondom,
het
lichaam van de Universele Boom.
De
Kosmische slang werd in alle tijden vereerd als de bron van de schepping. Toen
de matriarchale samenleving in oude tijden vernietigd werd door de patriarchale
binnendringers, veranderden ze de verhalen om de mannelijke overheersing te
rechtvaardigen. Ze wijzigden het verhaal – de slang werd de boosdoener en
vervangen door Yahweh als schepper.
De slang werd verpletterd door een almachtige God, zo zeggen de verhalen. Zeus
was eens een slangenGodin die verwisseld werd voor de patriarchale God Olympus.
Kosmische
slang Minia, haar hoofd is de lucht en haar staart de wateren. Mawu-Lisa vormde
de Aarde. Da Ayido golft als een slang door de schepping en houdt alles van de
Aarde bijeen sinds alle tijden. Slangengodin Tiamat, de natte afgrond van
waaruit het universum werd geboren. Prima Materia – van waaruit alles is
gemaakt.
(Vertaald:
Harmen Schouwerwou – www.unitynet.nl)
Wordt
vervolgd …